|
BOEK
III
De maatschap, de tijdelijke handelsvennootschap en de stille
handelsvennootschap
TITEL I. – Definities
Art. 46
De maatschap is een vennootschap met een burgerlijk of handelsdoel die
geen rechtspersoonlijkheid bezit.
Art. 47
De tijdelijke handelsvennootschap is een vennootschap zonder
rechtspersoonlijkheid, die zonder een gemeenschappelijke naam te voeren,
één of meer bepaalde handelsverrichtingen tot doel heeft.
Art. 48
De stille handelsvennootschap is een vennootschap zonder
rechtspersoonlijkheid waarbij één of meer personen een belang nemen in
de verrichtingen van één of meer anderen die in eigen naam optreden.
TITEL II. – Bewijs
Art. 49
Het vennootschapscontract bedoeld in dit boek kan, al naargelang het doel
van de vennootschap, worden bewezen overeenkomstig de regels van het
burgerlijk of het handelsrecht.
TITEL III. - Aansprakelijkheid van de vennoten
Art. 50
Het beding, dat de verbintenis wordt aangegaan voor rekening van de
vennootschap, verbindt slechts de contracterende vennoot, maar niet de
overige vennoten, tenzij dezen hem volmacht gegeven hebben, of de zaak tot
voordeel van de vennootschap gestrekt heeft.
Art. 51
Een van de vennoten van een maatschap kan de overigen niet verbinden,
indien dezen hem daartoe geen volmacht hebben gegeven.
Art. 52
De vennoten van een maatschap zijn ten aanzien van derden verbonden,
hetzij voor een gelijk deel, wanneer de vennootschap een burgerlijk doel
heeft, hetzij hoofdelijk, wanneer zij een handelsdoel heeft. Van deze
aansprakelijkheid kan niet worden afgeweken dan door een uitdrukkelijk
beding in de met derden gesloten akte.
Art. 53
De vennoten in een tijdelijke handelsvennootschap zijn hoofdelijk gehouden
jegens de derden met wie zij hebben gehandeld. Zij worden rechtstreeks en
persoonlijk gedagvaard.
Art. 54
Derden hebben geen rechtstreekse vordering tegen de vennoten van een
stille handelsvennootschap, die zich tot een loutere deelneming hebben
beperkt.
TITEL IV. – Vereffening
Art. 55
De regels betreffende de verdeling van de nalatenschappen, de vorm van die
verdeling en de verplichtingen die daaruit tussen de mede-erfgenamen
ontstaan, zijn toepasselijk op de vereffening
tussen vennoten van vennootschappen bedoeld in dit boek.
|