|
BOEK
IV
Bepalingen gemeenschappelijk aan de rechtspersonen geregeld in dit wetboek
TITEL I. - Internationaal privaatrechtelijke bepalingen
Art. 56
Een vennootschap waarvan de werkelijke zetel zich in België bevindt, is
aan de Belgische wet onderworpen, ook al is de akte van oprichting in het
buitenland verleden.
Art. 57
De zaakvoerders, bestuurders, commissarissen en vereffenaars, die hun
woonplaats in het buitenland hebben, worden geacht voor de gehele duur van
hun taak woonplaats te kiezen in de zetel van de vennootschap, waar hen
alle dagvaardingen en kennisgevingen kunnen worden gedaan betreffende de
zaken van de vennootschap en de verantwoordelijkheid voor hun bestuur en
hun toezicht.
Art. 58
De vennootschappen die in het buitenland zijn opgericht en daar hun
werkelijke zetel hebben, kunnen in België hun werkzaamheden verrichten en
in rechte optreden, en er een bijkantoor oprichten.
De rechtsvorderingen ingesteld door buitenlandse vennootschappen die in
België een bijkantoor hebben of in België een openbaar beroep op het
spaarwezen doen of hebben gedaan zoals bedoeld in artikel 88, zijn evenwel
onontvankelijk indien zij hun oprichtingsakte niet hebben neergelegd
overeenkomstig de artikelen 81, 82 of 88.
Art. 59
Zij die in België met het bestuur van een bijkantoor van een buitenlandse
vennootschap zijn belast, dragen jegens derden dezelfde aansprakelijkheid
als degenen die een Belgische vennootschap besturen.
TITEL II. - Verbintenissen in naam van een vennootschap
in oprichting
Art. 60
Tenzij anders is overeengekomen, zijn zij die in naam van een vennootschap
in oprichting en vooraleer deze rechtspersoonlijkheid heeft verkregen, in
enigerlei hoedanigheid een verbintenis hebben aangegaan, persoonlijk en
hoofdelijk aansprakelijk, behalve wanneer de vennootschap binnen twee jaar
na het ontstaan van de verbintenis het in artikel 68 bedoelde uittreksel
heeft neergelegd en zij bovendien die verbintenis binnen twee maanden na
voormelde neerlegging heeft overgenomen. In dit laatste geval, wordt de
verbintenis geacht van het begin af door de venootschap te zijn aangegaan.
TITEL III. – Organen
HOOFDSTUK I. - Vertegenwoordiging van vennootschappen
Art. 61
§
1. De vennootschappen handelen door hun organen waarvan de
bevoegdheden worden vastgesteld door dit wetboek, het doel en de
statuten. De leden van deze organen zijn niet persoonlijk
verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap.
§ 2. Wanneer een rechtspersoon aangewezen wordt tot bestuurder,
zaakvoerder of lid van het directiecomité, benoemt deze onder
zijn vennoten, zaakvoerders, bestuurders of werknemers een vaste
vertegenwoordiger die belast wordt met de uitvoering van de
opdracht in naam en voor rekening van de rechtspersoon. Deze
vertegenwoordiger moet aan dezelfde voorwaarden voldoen en is
burgerrechtelijk aansprakelijk en strafrechtelijk verantwoordelijk
alsof hij zelf de betrokken opdracht in eigen naam en voor eigen
rekening zou volbrengen, onverminderd de hoofdelijke
aansprakelijkheid van de rechtspersoon die hij vertegenwoordigt.
Deze laatste mag zijn vertegenwoordiger niet ontslaan zonder
tegelijk een opvolger te benoemen.
Voor de benoeming en beëindiging van de opdracht van
de vaste vertegenwoordiger gelden dezelfde regels van
openbaarmaking alsof hij deze opdracht in eigen naam en voor eigen
rekening zou vervullen.
De vaste vertegenwoordiger van de rechtspersoon die
bestuurder of zaakvoerder en vennoot is in een vennootschap onder
firma, een commanditaire vennootschap, een coöperatieve
vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid of in een
commanditaire vennootschap op aandelen is evenwel niet persoonlijk
verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap waarin de
rechtspersoon bestuurder of zaakvoerder en vennoot is.
Art. 62
In alle akten die een vennootschap verbinden, moet onmiddellijk voor of na
de handtekening van de persoon die de vennootschap vertegenwoordigt,
vermeld worden in welke hoedanigheid hij optreedt.
HOOFDSTUK II. - Regels van beraadslaging en sanctie
Art. 63
Bij gebreke van andersluidende statutaire bepalingen, zijn de gewone
regels van de beraadslagende vergaderingen toepasselijk op de colleges en
vergaderingen waarin door dit wetboek is voorzien, behoudens indien het
wetboek anders bepaalt.
Art. 64
Een besluit van de algemene vergadering is nietig :
1° wegens enige onregelmatigheid naar de vorm waardoor het genomen
besluit is aangetast, indien de eiser aantoont dat de begane
onregelmatigheid het genomen besluit heeft kunnen beïnvloeden;
2° in geval van schending van de regels betreffende de werkwijze van de
algemene vergaderingen of in geval van beraadslaging en besluit over een
aangelegenheid die niet op de agenda voorkomt, wanneer er bedrieglijk
opzet is;
3° wegens enige andere overschrijding van bevoegdheid of wegens misbruik
van bevoegdheid;
4° wanneer stemrechten werden uitgeoefend die opgeschort zijn krachtens
een wettelijke bepaling die niet in dit wetboek is opgenomen en, buiten
deze onwettig uitgeoefende stemrechten, het aanwezigheids- of
meerderheidsquorum vereist voor de beslissingen ter algemene vergadering
niet zou zijn bereikt;
5° wegens enige andere in dit wetboek vermelde reden.
TITEL IV. - De naam van een vennootschap
Art. 65
Elke vennootschap moet een naam voeren, die verschillend is van die van
een andere vennootschap.
Indien de naam gelijk is aan een andere of er zozeer op gelijkt dat er
verwarring kan ontstaan, kan iedere belanghebbende hem doen wijzigen en,
indien daartoe grond bestaat, schadevergoeding eisen.
Niettegenstaande elk daarmee strijdig beding, zijn de oprichters of, bij
latere naamswijziging, de leden van het bestuursorgaan hoofdelijk gehouden
jegens de belanghebbenden tot betaling van de schadevergoeding bedoeld in
het tweede lid.
TITEL V. - Oprichting en openbaarmakingsformaliteiten
HOOFDSTUK I. - Vorm van de oprichtingsakte
Art. 66
Vennootschappen onder firma, gewone commanditaire vennootschappen, coöperatieve
vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid, economische
samenwerkingsverbanden en landbouwvennootschappen worden, op straffe van
nietigheid, opgericht bij een authentieke of een onderhandse akte, met
inachtneming, in het laatste geval, van artikel 1325 van het Burgerlijk
Wetboek. Voor coöperatieve vennootschappen met onbeperkte
aansprakelijkheid behoeven slechts twee originelen te worden opgemaakt.
Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, coöperatieve
vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, naamloze vennootschappen
en commanditaire vennootschappen op aandelen worden, op straffe van
nietigheid, opgericht bij authentieke akte.
Iedere overeengekomen wijziging van de oprichtingsakte moet, op straffe
van nietigheid, geschieden in de vorm die voor die akte is vereist.
HOOFDSTUK II. – Openbaarmakingsformaliteiten
Afdeling I. - Belgische vennootschappen
Onderafdeling I. - Openbaarmakingsformaliteiten
bij oprichting
Art. 67
§ 1. De expedities van de authentieke akten, de dubbels of originelen van
de onderhandse akten en de uittreksels waarvan de volgende artikelen de
neerlegging of bekendmaking voorschrijven, moeten neergelegd worden ter
griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarbinnen de
vennootschap haar zetel heeft.
Latere neerleggingen moeten op dezelfde griffie geschieden.
§ 2. De neergelegde stukken worden bewaard in het dossier dat
voor iedere vennootschap op deze griffie wordt bijgehouden en de
betreffende vennootschappen worden ingeschreven in het
rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van
Ondernemingen.
§ 3. Van de neerlegging wordt een ontvangstbewijs afgegeven.
De Koning stelt nadere regels op met betrekking tot het aanleggen en
raadplegen van deze dossiers.
Art. 68
Bij oprichting en binnen vijftien dagen na de dagtekening van de
definitieve akte wordt een uittreksel uit de oprichtingsakte neergelegd.
Behalve voor de vennootschap onder firma en de gewone commanditaire
vennootschap, moeten op hetzelfde ogenblik de volgende documenten worden
neergelegd:
1° een expeditie van de authentieke oprichtingsakte of een dubbel van de
onderhandse oprichtingsakte;
2° een expeditie van de authentieke of een origineel van de onderhandse
volmachten gehecht aan de akte waarop zij betrekking hebben.
Art. 69
Het
uittreksel uit de oprichtingsakte van vennootschappen, met
uitzondering van de economische samenwerkingsverbanden, bevat :
1° de rechtsvorm van de vennootschap en haar naam; in het geval
van een coöperatieve vennootschap, of zij met beperkte of
onbeperkte aansprakelijkheid is; in het geval omschreven in boek X
moeten deze vermeldingen worden gevolgd door de woorden " met
een sociaal oogmerk ";
2° de nauwkeurige aanduiding van de zetel van de vennootschap;
3° de duur van de vennootschap, tenzij zij voor onbepaalde tijd
is aangegaan;
4° de nauwkeurige opgave van de identiteit van de hoofdelijk
aansprakelijke vennoten, de oprichters en de vennoten die hun
inbreng nog niet volledig hebben volgestort; in dit laatste geval
bevat het uittreksel voor elk van deze vennoten het bedrag van de
nog niet volgestorte inbrengen;
5° in voorkomend geval, het bedrag van het maatschappelijk
kapitaal; het gestorte bedrag; het bedrag van het toegestane
kapitaal; voor de commanditaire vennootschappen, de bij wijze van
geldschieting gestorte en te storten bedragen; voor de coöperatieve
vennootschappen, het bedrag van het vaste gedeelte van het
kapitaal;
6° de samenstelling van het maatschappelijk kapitaal of bij
ontstentenis daarvan, het maatschappijk vermogen, en in voorkomend
geval, de conclusies van het verslag van de bedrijfsrevisor met
betrekking tot de inbrengen in natura;
7° het begin en het einde van het boekjaar;
8° de bepalingen betreffende het aanleggen van reserves, de
verdeling van de winst en de verdeling van het na vereffening
overblijvende saldo;
9° de aanwijzing van de personen die gemachtigd zijn de
vennootschap te besturen en te verbinden, de omvang van hun
bevoegdheid en de wijze waarop zij deze uitoefenen, hetzij alleen,
hetzij gezamenlijk, hetzij als college;
10° in voorkomend geval de aanwijzing van de
commissarissen;
11° de nauwkeurige omschrijving van het doel van de vennootschap;
12° de plaats, de dag en het uur van de jaarvergadering van de
vennoten, alsook de voorwaarden voor de toelating tot de
vergadering en voor de uitoefening van het stemrecht.
Op de vennootschap onder firma en de gewone commanditaire
vennootschap zijn de punten 11° en 12° niet van toepassing.
Op de landbouwvennootschappen zijn de punten 8°, 10° en 12°
niet van toepassing.
Art. 70
Het uittreksel uit de oprichtingsovereenkomst van een economisch
samenwerkingsverband bevat :
1° de naam van het economisch samenwerkingsverband; in het geval
omschreven in boek X moeten deze vermeldingen worden gevolgd door de
woorden « met een sociaal oogmerk »;
2° de nauwkeurige omschrijving van het doel van het economisch
samenwerkingsverband;
3° de naam, voornamen, de woonplaats, of, ingeval het een rechtspersoon
betreft, de naam, de rechtsvorm, het doel en de zetel van de rechtspersoon
en in voorkomend geval het nummer van inschrijving in het handelsregister
van elk van de leden van het economisch samenwerkingsverband;
4° de duur van het economisch samenwerkingsverband, indien dit niet voor
onbepaalde tijd is aangegaan;
5° de nauwkeurige aanduiding van de zetel van het economisch
samenwerkingsverband;
6° de wijze van benoeming en ontslag van de zaakvoerder of zaakvoerders;
7° de aard en de waarde van de eventuele inbreng, alsmede de naam of
handelsnaam van de inbrengende leden;
8° de plaats en de dag van de vergadering van de leden;
9° in voorkomend geval, het beding waarbij een nieuw lid wordt
vrijgesteld van betalingen van de schulden die vóór zijn toetreding zijn
ontstaan;
10° in voorkomend geval, het beding waarbij aan één of meer
zaakvoerders de bevoegdheid wordt verleend om het economisch
samenwerkingsverband alleen of gezamenlijk of collegiaal te
vertegenwoordigen.
Art. 71
Het uittreksel van de akten van vennootschappen wordt voor de authentieke
akten getekend door de notarissen, voor de onderhandse akten door alle
hoofdelijk aansprakelijke vennoten, of door een van hen, die door de
anderen bijzonder gemachtigd is.
Art. 72
Het uittreksel van de oprichtingsakte wordt neergelegd en bekendgemaakt op
kosten van de belanghebbende.
Art. 73
De bekendmaking geschiedt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad,
binnen vijftien dagen na de neerlegging, op straffe van schadevergoeding
ten laste van de ambtenaren aan wie het verzuim of de vertraging te wijten
is.
De Koning wijst de ambtenaren aan die de akten of de uittreksels zullen
ontvangen en stelt de vorm en de vereisten voor de bekendmaking vast.
Onderafdeling II. - Andere
openbaarmakingsformaliteiten
Art. 74
Overeenkomstig de vorige artikelen worden neergelegd en bekendgemaakt :
1° de akten die bepalingen wijzigen waarvoor dit wetboek de bekendmaking
voorschrijft;
2° het uittreksel uit de akten betreffende de benoeming en ambtsbeëindiging
van :
a) de personen die gemachtigd zijn de vennootschap te besturen en te
verbinden;
b) de commissarissen;
c) de vereffenaars; ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, bevat het
uittreksel de aanwijzing of de wijziging van de aanwijzing van de
natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt voor de uitoefening van de
vereffening;
d) de voorlopige bewindvoerders.
In het uittreksel wordt de omvang van hun bevoegdheid nader aangegeven,
alsook de wijze waarop zij deze uitoefenen, hetzij alleen, hetzij
gezamenlijk, hetzij als college;
3° het uittreksel uit de in kracht van gewijsde gegane of bij voorraad
uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de ontbinding van de
vennootschap wordt uitgesproken, alsook het uittreksel uit de rechterlijke
beslissing waarbij voornoemd bij voorraad uitvoerbaar vonnis wordt
tenietgedaan.
Dat uittreksel vermeldt :
a) de naam en de zetel van de vennootschap;
b) de datum van de beslissing en de rechter die ze heeft gewezen;
c) in voorkomend geval, de naam, de voornamen en het adres van de
vereffenaars; ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, bevat het
uittreksel de aanwijzing of de wijziging van de aanwijzing van de
natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt voor de uitoefening van de
vereffening;
4° een verklaring, ondertekend door de bevoegde organen van de
vennootschap, waarin wordt vermeld :
a) de ontbinding van de vennootschap;
b) elke gebeurtenis die van rechtswege een einde maakt aan de functies van
de personen bedoeld in het 2° van dit artikel;
5° de akten of uittreksels van akten die volgens dit wetboek moeten
worden neergelegd en bekendgemaakt.
Art. 75
Overeenkomstig de vorige artikelen worden neergelegd :
1° de akten die de oprichtingsakte wijzigen, en die niet onderworpen zijn
aan publicatie bij uittreksel;
2° na iedere wijziging van de statuten, de bijgewerkte en gecoördineerde
tekst van de statuten, samen met een stuk dat de datum van de bekendmaking
van de oprichtingsakte en van de akten tot wijziging van de statuten
vermeldt;
3° de akten die volgens dit wetboek enkel moeten worden neergelegd.
Het onderwerp van de akten die naar het voorschrift van het eerste lid
moeten worden neergelegd, wordt in de vorm van een mededeling in de
Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad overeenkomstig de vorige artikelen
bekendgemaakt.
Onderafdeling III. – Tegenwerpelijkheid
Art. 76
De akten en gegevens waarvan de openbaarmaking is voorgeschreven, kunnen
aan derden niet worden tegengeworpen dan vanaf de dag dat zij bij
uittreksel of in de vorm van een mededeling in de Bijlagen bij het
Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt, tenzij de vennootschap aantoont
dat die derden er tevoren kennis van droegen.
Derden kunnen zich niettemin beroepen op akten die nog niet bekendgemaakt
zijn.
Ten aanzien van handelingen verricht vóór de zestiende dag na die van de
bekendmaking, kunnen die akten niet worden tegengeworpen aan derden die
aantonen dat zij er onmogelijk kennis konden van hebben.
In geval van tegenstrijdigheid tussen de neergelegde tekst en die welke in
de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt is, kan deze laatste
niet worden tegengeworpen aan derden. Die derden kunnen er zich echter wel
op beroepen, tenzij de vennootschap aantoont dat zij kennis droegen van de
neergelegde tekst.
Art. 77
Na de vervulling van de formaliteiten van de openbaarmaking betreffende de
personen die als orgaan van de vennootschap bevoegd zijn om deze te
verbinden, kan een onregelmatigheid in hun benoeming niet meer aan derden
worden tegengeworpen, tenzij de vennootschap aantoont dat die derden
daarvan kennis hadden.
Onderafdeling IV. - Enige in de stukken op te
nemen vermeldingen
Art. 78
Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven,
orders en andere stukken uitgaande van :
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid;
- de coöperatieve vennootschap;
- de naamloze vennootschap;
- de commanditaire vennootschap op aandelen;
- het economisch samenwerkingsverband;
moeten de volgende gegevens vermelden :
1° de naam van de vennootschap;
2° de rechtsvorm, voluit of afgekort, alsook, naargelang het
geval, de woorden " burgerlijke vennootschap met handelsvorm
", leesbaar geschreven onmiddellijk voor of na de naam van de
vennootschap; in het geval van een coöperative vennootschap, of
zij met beperkte of onbeperkte aansprakelijkheid is; in het geval
omschreven in boek X moeten deze vermelding of afkortingen worden
gevolgd door de woorden " met een sociaal oogmerk ";
3° de nauwkeurige aanduiding van de zetel van de vennootschap;
4° het woord " rechtspersonenregister " of de afkorting
" RPR ", gevolgd door het ondernemingsnummer;
5° de vermelding van de zetel van de rechtbank van het rechtsgebied
waarbinnen de vennootschap haar zetel heeft.
Art. 79
Indien bij een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid of een commanditaire vennootschap op aandelen,
de in artikel 78 bedoelde stukken het kapitaal van de vennootschap
vermelden, dient dit het gestorte kapitaal te zijn, zoals dit blijkt uit
de laatste balans. Indien hieruit blijkt dat het gestorte kapitaal niet
meer gaaf is, dient melding te worden gemaakt van het netto-actief zoals
dit blijkt uit de laatste balans.
Ingeval een hoger bedrag is opgegeven dan toegelaten en de vennootschap in
gebreke blijft, heeft de betrokken derde het recht om van de persoon die
namens de vennootschap aan de akte heeft meegewerkt, een voldoende bedrag
te vorderen om in de toestand te worden gesteld waarin hij zich zou hebben
bevonden, indien het correcte bedrag was opgegeven.
Art. 80
Hij die namens een in artikel 78 bedoelde vennootschap meewerkt aan een
akte die niet voldoet aan de aldaar bedoelde voorschriften kan, naar
gelang van de omstandigheden, persoonlijk aansprakelijk worden gesteld
voor de daarin door de vennootschap aangegane verbintenissen.
Afdeling II. - Buitenlandse vennootschappen met een
bijkantoor in België
Onderafdeling I. - Openbaarmakingsformaliteiten
bij opening van een bijkantoor
Art. 81
Elke buitenlandse vennootschap die valt onder het recht van een andere
lidstaat van de Europese Unie en een bijkantoor opricht in België, moet,
vóór de opening van het bijkantoor, de hierna opgesomde gegevens en
stukken neerleggen :
1° de oprichtingsakte en de statuten indien deze laatste in een
afzonderlijke akte zijn opgenomen, ofwel een bijgewerkte volledige tekst
van deze stukken indien hierin wijzigingen werden aangebracht;
2° de naam en de rechtsvorm van de vennootschap;
3° het register waarbij het in artikel 3 van richtlijn 68/151/EEG van de
Raad van 9 maart 1968 vermelde dossier voor de vennootschap werd aangelegd
en het nummer waaronder de vennootschap in dit register is ingeschreven;
4° een stuk uitgaande van het in het 3° bedoelde register dat het
bestaan van de vennootschap vaststelt;
5° het adres en de werkzaamheden van het bijkantoor, alsmede de naam
indien deze niet met die van de vennootschap overeenstemt;
6° de benoeming en de identiteit van de personen die de bevoegdheid
hebben de vennootschap jegens derden te verbinden en haar in rechte te
vertegenwoordigen :
a) als orgaan van de vennootschap waarin de wet voorziet of als leden van
dit orgaan;
b) als vertegenwoordigers van de vennootschap voor de werkzaamheden van
het bijkantoor, met vermelding van de bevoegdheden van deze
vertegenwoordigers;
7° de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap
betreffende het laatst afgesloten boekjaar, in de vorm waarin deze
rekeningen werden opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt volgens het
recht van de lidstaat waaronder de vennootschap valt.
Art. 82
Elke buitenlandse vennootschap die valt onder het recht van een andere
Staat dan een lidstaat van de Europese Unie en een bijkantoor opricht in
België, moet, vóór de opening van het bijkantoor, de hierna opgesomde
gegevens en stukken neerleggen :
1° het adres van het bijkantoor;
2° de werkzaamheden van het bijkantoor;
3° het recht van de Staat waaronder de vennootschap valt;
4° indien dat recht hierin voorziet, het register waarin de vennootschap
is ingeschreven en het nummer waaronder de vennootschap daarin is
ingeschreven;
5° een stuk uitgaande van het in het 4° bedoelde register dat het
bestaan van de vennootschap vaststelt;
6° de oprichtingsakte en de statuten indien deze laatste onder een
afzonderlijke akte zijn opgenomen, alsmede de wijzigingen die in deze
stukken zijn aangebracht;
7° de rechtsvorm, de zetel en het doel van de vennootschap, alsmede, ten
minste eenmaal per jaar, het bedrag van het geplaatste kapitaal, voor
zover deze gegevens niet in de in het 6° genoemde stukken voorkomen;
8° de naam van de vennootschap alsmede de naam van het bijkantoor indien
deze niet met deze van de vennootschap overeenstemt;
9° de benoeming en de identiteit van de personen die bevoegd zijn de
vennootschap jegens derden te verbinden en haar in rechte te
vertegenwoordigen :
a) als orgaan van de vennootschap waarin de wet voorziet, of als leden van
een dergelijk orgaan;
b) als vaste vertegenwoordigers van de vennootschap voor de werkzaamheden
van het bijkantoor;
10° de omvang van de bevoegdheden van de personen bedoeld in het 9°,
alsook het gegeven of deze personen die bevoegdheid alleen of slechts
gezamenlijk kunnen uitoefenen;
11° de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de
vennootschap betreffende het laatst afgesloten boekjaar, in de vorm waarin
deze rekeningen werden opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt
volgens het recht van de Staat waaronder de vennootschap valt.
Onderafdeling II. - Andere
openbaarmakingsformaliteiten
Art. 83
Elke buitenlandse vennootschap die in België een bijkantoor gevestigd
heeft, is gehouden de volgende stukken en gegevens openbaar te maken :
1° binnen dertig dagen na de beslissing of de gebeurtenis :
a) elke wijziging van de stukken en gegevens respectievelijk bedoeld in
artikel 81, 1°, 2°, 3°, 5° en 6°, of in artikel 82, 1°, 2°, 3°, 4°,
6°, 7°, 8°, 9° en 10°;
b) de ontbinding van de vennootschap, de benoeming, de identiteit en de
bevoegdheden van de vereffenaars, alsmede de afsluiting van de
vereffening;
c) elk faillissement, gerechtelijk akkoord of elke andere soortgelijke
procedure met betrekking tot de vennootschap;
d) de sluiting van het bijkantoor;
2° jaarlijks, binnen een maand volgend op de algemene vergadering en ten
laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar, de
jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening, volgens de bepalingen van
artikel 81, 7°, en van artikel 82, 11°.
Onderafdeling III. - Wijze van openbaarmaking
Art. 84
§ 1. De stukken en gegevens bedoeld in de artikelen 81, 82 en 83 worden
neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel, overeenkomstig
artikel 75, met uitzondering van de jaarrekening en de geconsolideerde
jaarrekening die neergelegd worden bij de Nationale Bank van België.
Ingeval een buitenlandse vennnootschap verscheidene bijkantoren opent, kan
naar keuze van de vennootschap de neerlegging bedoeld in de artikelen 81,
82 en 83, met uitzondering van de jaarrekening en van de geconsolideerde
jaarrekening, gedaan worden ter griffie van de rechtbank van koophandel
van het rechtsgebied waarbinnen een bijkantoor is gevestigd. In dit geval
heeft de verplichting tot openbaarmaking betreffende de andere bijkantoren
betrekking op de vermelding van het handelsregister van dat bijkantoor.
§ 2. De neergelegde stukken worden bewaard in het dossier dat
voor ieder van deze vennootschappen op deze griffie wordt
bijgehouden en de betreffende vennoot schappen worden ingeschreven
in het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van
Ondernemingen.
§ 3. Van de neerlegging wordt een ontvangstbewijs afgegeven.
De Koning stelt nadere regels op met betrekking tot het aanleggen en
raadplegen van deze dossiers.
§ 4. De neergelegde documenten kunnen aan derden worden tegengeworpen
overeenkomstig artikel 76.
Art. 85
De stukken bedoeld in de artikelen 81, 82 en 83, moeten met het oog op hun
neerlegging worden opgesteld of vertaald in de taal of in één van de
officiële talen van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het
bijkantoor is gevestigd.
Onderafdeling IV. - Enige in de stukken uitgaande
van bijkantoren op te nemen vermeldingen
Art. 86
Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders en
andere stukken uitgaande van bijkantoren in België van buitenlandse
vennootschappen moeten de volgende gegevens vermelden :
1° de naam van de vennootschap;
2° de rechtsvorm;
3° de nauwkeurige aanduiding van de zetel van de vennootschap;
4° het register waarin de vennootschap is ingeschreven, gevolgd door het
nummer van inschrijving;
5° het ondernemingsnummer toegekend in toepassing van de wet
van... tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot
modernisering van het handelsregister en tot oprichting van
erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;
6° in voorkomend geval, het feit dat de vennootschap in vereffening is.
Indien de in het eerste lid bedoelde stukken het kapitaal van de
vennootschap vermelden, dient dit het gestorte kapitaal te zijn, zoals dit
blijkt uit de laatste balans. Indien hieruit blijkt dat het gestorte
kapitaal is aangetast, dient melding te worden gemaakt van het
netto-actief zoals dit blijkt uit de laatste balans.
Art. 87
Zij die met het bestuur van een bijkantoor in België zijn belast, zijn
gehouden de in de voorgaande artikelen voorgeschreven
openbaarmakingsformaliteiten te vervullen.
Afdeling III. - Buitenlandse vennootschappen die in
België
een openbaar beroep op het spaarwezen doen;
maar er geen bijkantoor hebben.
Art. 88
De buitenlandse vennootschappen die in België een openbaar beroep
op het spaarwezen willen doen in de zin van artikel 438 maar er
geen bijkantoor hebben, moeten vooraf hun oprichtingsakte en
statuten neerleggen op de griffie van de rechtbank van koophandel
te Brussel. De neergelegde stukken worden bewaard in het dossier
dat voor ieder van deze vennootschappen op deze griffie wordt
bijgehouden. Deze vennootschappen worden ingeschreven in het
rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van
Ondernemingen.
De Koning kan van het vorige lid afwijkende bepalingen vaststellen voor
wat betreft de buitenlandse vennootschappen waarvan de financiële
instrumenten opgenomen zijn in een Belgische gereglementeerde markt, in de
zin van artikel 1, § 3, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire
markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de
bemiddelaars en de beleggingsadviseurs.
De Koning stelt nadere regels op met betrekking tot het aanleggen en
raadplegen van de dossiers bedoeld in het eerste lid.
Art. 89
Het onderwerp van de akten die naar het voorschrift van deze afdeling
moeten worden neergelegd, wordt in de vorm van een mededeling in de
Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
HOOFDSTUK III. - Strafbepalingen
Art. 90
De bestuurders of zaakvoerders die de bijgewerkte volledige tekst van de
statuten van hun vennootschap niet binnen een termijn van drie maanden te
rekenen van de datum van de akten hebben neergelegd overeenkomstig artikel
75, worden gestraft met geldboete van vijftig frank tot tienduizend frank.
Dit artikel is niet van toepassing op de economische
samenwerkingsverbanden.
Art. 91
Worden gestraft met geldboete van vijftig frank tot tienduizend
frank :
1° de personen belast met het bestuur van een bijkantoor in België
die een van de verplichtingen bedoeld in de artikelen 81, 82, 83,
1°, en 84 tot 87 niet nakomen;
2° zij die nalaten de vermeldingen te doen in de akten of
ontwerpen van akten van vennootschappen, in de volmachten of
intekeningen, zoals voorgeschreven door artikel 69;
3° de oprichters van een economisch samenwerkingsverband,
opgericht zonder dat de vermeldingen bedoeld in artikel 70, 1°
tot 5°, 7° en 8°, in de overeenkomst tot oprichting van het
economisch samenwerkingsverband voorkomen.
Worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en
met geldboete van vijftig frank tot tienduizend frank of met een
van die straffen alleen, de zaakvoerders, bestuurders of
vereffenaars die met een bedrieglijk oogmerk een van de
voorschriften van de artikelen 81, 82, 83, 1° en 84 tot 87
overtreden.
TITEL VI.- De jaarrekening en de geconsolideerde
jaarrekening
HOOFDSTUK I. - Jaarrekening, jaarverslag en
openbaarmakingsverplichtingen
Afdeling I. - De jaarrekening
Art. 92
§ 1. De zaakvoerders of de bestuurders zijn verplicht elk jaar een
inventaris op te maken volgens de waarderingsmaatstaven bepaald door de
Koning, alsmede een jaarrekening in de vorm en met de
inhoud bepaald door de Koning. Die jaarrekening bestaat uit de balans, de
resultatenrekening en de toelichting, en vormt een geheel.
De jaarrekening moet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het
boekjaar ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering.
Indien de jaarrekening niet binnen deze termijn aan de algemene
vergadering is voorgelegd, wordt de door derden geleden schade, behoudens
tegenbewijs, geacht voort te vloeien uit dit verzuim.
§ 2. De in § 1 bedoelde verplichting geldt ook voor buitenlandse
vennootschappen voor wat hun in België gevestigde bijkantoren betreft,
behalve wanneer die bijkantoren geen eigen opbrengsten hebben door verkoop
van goederen of dienstverlening aan derden of door geleverde goederen of
verleende diensten aan de buitenlandse vennootschap waarvan zij afhangen,
en waarvan de werkingskosten volledig door de laatstgenoemde worden
gedragen.
§ 3. De door de Koning op grond van § 1 bepaalde regels gelden niet voor
:
1° vennootschappen die de verzekering of herverzekering tot voorwerp
hebben, onder voorbehoud evenwel, voor wat deze laatste betreft, van de
bevoegdheid van de Koning om hiervan af te wijken;
2° vennootschappen die vallen onder de wet van 22 maart 1993 op het
statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de Nationale Bank
van België, het Herdisconterings- en Waarborginstituut en de Deposito- en
Consignatiekas;
3° vennootschappen die vallen onder het koninklijk besluit nr. 64 van 10
november 1967 tot regeling van het statuut van de
portefeuillemaatschappijen;
4° beleggingsondernemingen die vallen onder de wet van 6 april 1995
inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de
beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs;
5° landbouwvennootschappen.
Art. 93
De kleine vennootschappen kunnen hun jaarrekening opmaken volgens een
verkort schema dat door de Koning wordt vastgesteld.
De vennootschappen onder firma en de gewone commanditaire vennootschappen
waarvan de omzet over het laatste boekjaar, exclusief de belasting over de
toegevoegde waarde, een door de Koning bepaald bedrag niet overschrijdt,
behoeven geen jaarrekening op te stellen volgens de regels die de Koning
heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 92, § 1.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op :
1° vennootschappen die de verzekering tot voorwerp hebben en die door de
Koning zijn toegelaten op grond van de wetgeving betreffende de controle
op de verzekeringsondernemingen;
2° vennootschappen die een onderneming van hypothecair krediet tot
voorwerp hebben.
Afdeling II. - Het jaarverslag
Art. 94
Deze afdeling is niet van toepassing op :
1° de kleine vennootschappen;
2° de vennootschappen onder firma, de gewone commanditaire
vennootschappen en de coöperatieve vennootschappen met onbeperkte
aansprakelijkheid waarvan alle onbeperkt aansprakelijke vennoten
natuurlijke personen zijn;
3° de economische samenwerkingsverbanden;
4° de landbouwvennootschappen.
De kleine vennootschappen moeten de verantwoording bedoeld in artikel 96,
6°, evenwel vermelden in de toelichting bij de jaarrekening.
Art. 95
De bestuurders of zaakvoerders van vennootschappen stellen een verslag op
waarin zij rekenschap geven van hun beleid.
Art. 96
Het jaarverslag bedoeld in artikel 95 bevat :
1° een commentaar op de jaarrekening waarbij een getrouw overzicht wordt
gegeven van de gang van zaken en van de positie van de vennootschap;
2° informatie omtrent de belangrijke gebeurtenissen die na het einde van
het boekjaar hebben plaatsgevonden;
3° inlichtingen over de omstandigheden die de ontwikkeling van de
vennootschap aanmerkelijk kunnen beïnvloeden, voor zover zij niet van die
aard zijn dat zij ernstig nadeel zouden berokkenen aan de vennootschap;
4° informatie omtrent de werkzaamheden op het gebied van onderzoek en
ontwikkeling;
5° gegevens betreffende het bestaan van bijkantoren van de vennootschap;
6° ingeval uit de balans een overgedragen verlies blijkt of uit de
resultatenrekening gedurende twee opeenvolgende boekjaren een verlies van
het boekjaar blijkt, een verantwoording van de toepassing van de
waarderingsregels in de veronderstelling van continuïteit;
7° alle gegevens die volgens dit wetboek in dit verslag moeten worden
opgenomen.
Afdeling III. – Openbaarmakingsverplichtingen
Onderafdeling I. - Belgische vennootschappen
Art. 97
Deze onderafdeling is niet van toepassing op :
1° de kleine vennootschappen die de vorm hebben aangenomen van een
vennootschap onder firma, een gewone commanditaire vennootschap of een coöperatieve
vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid;
2° de vennootschappen onder firma, de gewone commanditaire
vennootschappen en de coöperatieve vennootschappen met onbeperkte
aansprakelijkheid waarvan alle onbeperkt aansprakelijke vennoten
natuurlijke personen zijn.
Art. 98
De jaarrekening moet door toedoen van de bestuurders of
zaakvoerders worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.
Deze neerlegging geschiedt binnen dertig dagen nadat de
jaarrekening is goedgekeurd , en ten laatste zeven maanden na de
datum van afsluiting van het boekjaar.
Indien de jaarrekening niet werd neergelegd zoals bepaald in het
tweede lid, wordt de door derden geleden schade, behoudens
tegenbewijs, geacht voort te vloeien uit dit verzuim.
Art. 99
De kleine vennootschappen mogen hun jaarrekening, die krachtens artikel
93, eerste lid, in verkorte vorm is opgesteld, in deze verkorte vorm
openbaar maken.
Art. 100
Tegelijk met de jaarrekening worden, overeenkomstig het bepaalde in
artikel 98, neergelegd :
1° een stuk met de volgende gegevens : de naam, de voornamen, het beroep
en de woonplaats van de bestuurders of zaakvoerders, naargelang het geval,
en van de commissarissen in functie. Indien de jaarrekening is
geverifieerd en/of gecorrigeerd door een externe accountant of een
bedrijfsrevisor, moeten ook de naam, de voornamen, het beroep, de
woonplaats van de externe accountant of van de bedrijfsrevisor evenals hun
lidmaatschapsnummer bij hun instituut vermeld worden. De bestuurder of
zaakvoerder vermeldt, in voorkomend geval, dat geen enkele verificatie- of
correctietaak werd opgedragen aan een extern accountant of
bedrijfsrevisor;
2° een overzicht van de bestemming van het resultaat indien deze
bestemming niet blijkt uit de jaarrekening;
3° een stuk met vermelding, al naar het geval, van de datum van
neerlegging van een expeditie van de authentieke of een dubbel van de
onderhandse oprichtingsakte of van de datum van neerlegging van de
bijgewerkte volledige tekst van de statuten;
4° het verslag van de commissarissen opgesteld overeenkomstig artikel
144;
5° een stuk met de volgende gegevens, tenzij die reeds afzonderlijk in de
jaarrekening worden vermeld :
a) het bedrag, bij de jaarafsluiting, van de schulden of van de gedeelten
van schulden, gewaarborgd door de Belgische overheid;
b) het bedrag, op dezelfde datum, van de opeisbare schulden bij de
belastingbesturen en bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ongeacht
of uitstel van betaling is verkregen;
c) het bedrag over het afgesloten boekjaar van de kapitaal- en
rentesubsidies uitbetaald of toegekend door openbare besturen of
instellingen;
6° een stuk dat de vermeldingen bevat van het jaarverslag voorgeschreven
door artikel 96. Eenieder kan op de zetel van de vennootschap inzage nemen
van het jaarverslag en daarvan, zelfs op schriftelijke aanvraag, kosteloos
een volledig afschrift krijgen. Deze verplichting geldt niet voor de
kleine vennootschappen;
7° alle documenten die tegelijk met de jaarrekening moeten worden
neergelegd krachtens dit wetboek.
Art. 101
De Koning bepaalt onder welke voorwaarden en op welke wijze de stukken
bedoeld in de artikelen 98 en 100 worden neergelegd en stelt het bedrag
vast van de bekendmakingskosten, alsook de wijze van betaling.
Hij bepaalt onder welke voorwaarden die formaliteit anders kan worden
vervuld dan door het neerleggen van papieren stukken.
Art. 102
De neerlegging wordt slechts aanvaard indien de bepalingen die zijn
uitgevaardigd ter uitvoering van artikel 101 zijn nageleefd. Behoudens
andersluidend bericht vanwege de Nationale Bank van België aan de
vennootschap binnen acht werkdagen na de datum van ontvangst van de
stukken, wordt de neerlegging geacht te zijn aanvaard op de datum van de
neerlegging.
Binnen vijftien werkdagen na de aanvaarding van de neerlegging, wordt
hiervan melding gemaakt in een verzameling die door de Nationale Bank van
België wordt aangelegd op een informatiedrager en op de wijze als door de
Koning bepaald. De verzameling wordt bekendgemaakt in de Bijlagen bij het
Belgisch Staatsblad. Artikel 76 is van toepassing.
De Nationale Bank stuurt de tekst van deze melding naar de griffie van de
rechtbank van koophandel waar hij wordt toegevoegd aan het in artikel 67,
§ 2, bedoelde dossier van de vennootschap. Artikel 75 is niet van
toepassing voor de toevoeging van dit stuk aan het dossier.
Wanneer op grond van de rekenkundige en logische controles van de
Nationale Bank van België, in de neergelegde jaarrekening fouten blijken,
brengt zij die ter kennis van de vennootschap en, in voorkomend geval, van
haar commissaris.
Wanneer uit die kennisgeving blijkt dat de neergelegde jaarrekening
volgens het oordeel van de Nationale Bank van België wezenlijke fouten
bevat, legt de vennootschap binnen twee maanden te rekenen van de
verzending van de lijst met fouten een verbeterde versie van de
jaarrekening neer.
Art. 103
De Nationale Bank van België en de griffies van de rechtbank van
koophandel verstrekken op ieders verzoek een afschrift, in de vorm
vastgesteld door de Koning, van de stukken bedoeld in de artikelen 98 en
100, hetzij van al die stukken, hetzij van de stukken betreffende een met name te noemen vennootschap en nader op te geven
jaren.
De Koning stelt het bedrag vast van de kosten die aan de Nationale Bank
van België moeten worden betaald voor het verkrijgen van de afschriften
bedoeld in het eerste lid.
Enkel de afschriften die door de Nationale Bank van België worden
verstrekt, gelden als bewijs van de neergelegde stukken. De griffies van
de rechtbanken van koophandel verkrijgen van de Nationale Bank van België,
onverwijld en kosteloos, een afschrift van alle stukken bedoeld in de
artikelen 98 en 100, op de wijze bepaald door de Koning.
Art. 104
Wanneer een vennootschap naast de bij de artikelen 98 en 100
voorgeschreven openbaarmaking, haar jaarrekening en jaarverslag in hun
geheel op een andere wijze verspreidt, moeten zij worden weergegeven in de
vorm en met de inhoud van de documenten die het voorwerp hebben uitgemaakt
van het verslag van de commissarissen. Zij moeten vergezeld gaan van de
tekst van dit verslag. Hebben de commissarissen omtrent de jaarrekening
een goedkeurende verklaring zonder voorbehoud afgegeven, dan mag de tekst
van hun verslag worden vervangen door hun verklaring.
Art.
105
Onverminderd de openbaarmaking vereist door de artikelen 98 en 100, kunnen
vennootschappen ook een verkorte versie van hun jaarrekening verspreiden,
voor zover deze geen vertekend beeld geeft van het vermogen, van de
financiële positie en van de resultaten van de vennootschap. In dat geval
wordt vermeld dat het om een verkorte versie gaat en wordt verwezen naar
de openbaarmaking verricht volgens wettelijk voorschrift. Wanneer de
jaarrekening nog niet is neergelegd, wordt hiervan melding gemaakt. Deze
verkorte versie mag niet vergezeld gaan van het verslag noch van de
goedkeurende verklaring van de commissarissen. Wel moet worden vermeld of
een goedkeurende verklaring door de commissarissen met of zonder
voorbehoud is gegeven dan wel of er geen goedkeurende verklaring is
gegeven.
Art. 106
Het Nationaal Instituut voor de Statistiek zendt aan de Nationale Bank van
België, op haar verzoek, kosteloos de jaarrekeningen en andere
boekhoudkundige stukken waarvan de mededeling aan het Nationaal Instituut
voor de Statistiek wordt opgelegd overeenkomstig de wet van 4 juli 1962
waarbij de regering gemachtigd wordt statistische en andere onderzoekingen
te houden betreffende de demografische, economische en sociale toestand
van het land.
De Nationale Bank van België is bevoegd om op de wijze die de Koning
bepaalt, naamloze globale statistieken op te maken en te publiceren
betreffende de gegevens of een gedeelte van de gegevens uit de stukken die
haar overeenkomstig het eerste lid en overeenkomstig de artikelen 98 en
100 zijn toegezonden.
Onderafdeling II. - Buitenlandse vennootschappen
Art. 107
§ 1. Elke buitenlandse vennootschap, die een bijkantoor heeft in België,
en elke buitenlandse vennootschap waarvan de effecten in België genoteerd
zijn in de zin van artikel 4, is gehouden haar jaarrekening, en in voorkomend geval
haar geconsolideerde jaarrekening, betreffende het laatst afgesloten
boekjaar neer te leggen bij de Nationale Bank van België, in de vorm
waarin deze rekeningen werden opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt
volgens het recht van de Staat waaronder de vennootschap valt.
Deze neerlegging gebeurt jaarlijks, binnen de maand volgend op de
goedkeuring ervan, en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting
van het boekjaar.
De effecten van de vennootschappen die deze verplichtingen niet nakomen,
mogen niet in de notering van de betrokken effectenbeurs of
gereglementeerde markt worden behouden.
De Koning kan van de vorige leden afwijkende bepalingen vaststellen wat
betreft de buitenlandse vennootschappen waarvan de financiële
instrumenten opgenomen zijn in een Belgische gereglementeerde markt, in de
zin van artikel 1, § 3, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire
markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de
bemiddelaars en de beleggingsadviseurs.
§ 2. De artikelen 100 tot 104 zijn van toepassing op de stukken bedoeld
in § 1.
§ 3. De in § 1 bedoelde verplichting geldt niet voor de jaarrekening van
het bijkantoor, opgemaakt overeenkomstig artikel 92, § 2.
HOOFDSTUK II. - Geconsolideerde jaarrekening,
jaarverslag en openbaarmakingsverplichtingen
Afdeling I. – Toepassingsgebied
Art. 108
Onverminderd andersluidende bepalingen in andere wetten, is dit hoofdstuk
niet van toepassing op :
1° vennootschappen die vallen onder de wet van 22 maart 1993 op het
statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de Nationale Bank
van België, het Herdisconterings- en Waarborginstituut en de Deposito- en
Consignatiekas;
2° vennootschappen die vallen onder het koninklijk besluit nr 64 van 10
november 1967 tot regeling van het statuut van de
portefeuillemaatschappijen;
3° beleggingsondernemingen die vallen onder de wet van 6 april 1995
inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de
beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs;
4° economische samenwerkingsverbanden;
5° landbouwvennootschappen.
Afdeling II. - Algemeen : de
consolidatieverplichting
Art. 109
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan :
- onder « consoliderende vennootschap », de vennootschap die de
geconsolideerde jaarrekening opstelt;
- onder « vennootschappen opgenomen in de consolidatie », de
consoliderende vennootschap alsmede haar integraal of evenredig
geconsolideerde dochtervennootschappen en
dochterondernemingen; worden niet beschouwd als vennootschappen die in de
consolidatie zijn opgenomen, de vennootschappen en dochterondernemingen waarvan het aandeel in het eigen vermogen en in het
resultaat met toepassing van de vermogensmutatiemethode in de
geconsolideerde jaarrekening is opgenomen;
- onder « dochteronderneming », indien zij onder controle staan van een
Belgische vennootschap,
1° de dochtervennootschap naar Belgisch of buitenlands recht,
2° het Europees economisch samenwerkingsverband met zetel in België of
in het buitenland, en
3° de instelling naar Belgisch of buitenlands recht, al dan niet
openbaar, met of zonder winstoogmerk, die, al dan niet ingevolge haar
statutaire opdracht, een activiteit uitoefent van commerciële,
financiële of industriële aard;
Art. 110
Elke moedervennootschap moet een geconsolideerde jaarrekening en een
jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opstellen indien zij,
alleen of gezamenlijk, of één of meer dochterondernemingen
controleert.
Art. 111
In geval van een consortium moet een geconsolideerde jaarrekening worden
opgesteld waarin alle vennootschappen worden opgenomen die het consortium
vormen, alsook hun dochterondernemingen.
Elk van de vennootschappen die het consortium vormen, wordt als een
consoliderende vennootschap beschouwd.
De vennootschappen die het consortium vormen, staan gezamenlijk in voor de
opstelling en de openbaarmaking van de geconsolideerde jaarrekening en het
jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
Art. 112
Een vennootschap wordt vrijgesteld van de verplichting om een
geconsolideerde jaarrekening en een jaarverslag over de geconsolideerde
jaarrekening op te stellen wanneer ze deel uitmaakt van een kleine groep.
Art. 113
§ 1. Een vennootschap wordt, voor zover is voldaan aan de voorwaarden
bepaald in § 2, vrijgesteld van de verplichting om een geconsolideerde
jaarrekening en een jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening op te
stellen indien zij zelf de dochtervennootschap is van een
moedervennootschap die een geconsolideerde jaarrekening en een jaarverslag
over de geconsolideerde jaarrekening opstelt, laat controleren en openbaar
maakt.
§ 2. De beslissing om gebruik te maken van de in § 1 bedoelde
vrijstelling wordt genomen door de algemene vergadering van de betrokken
vennootschap voor ten hoogste twee boekjaren; deze beslissing kan worden
vernieuwd.
Tot de vrijstelling kan slechts worden besloten indien aan de volgende
voorwaarden is voldaan :
1° de vrijstelling werd goedgekeurd in een algemene vergadering door een
aantal stemmen dat negen tiende vertegenwoordigt van de stemmen verbonden
aan het geheel van de effecten of, indien de betrokken vennootschap niet
de rechtsvorm heeft van een naamloze vennootschap of van een commanditaire
vennootschap op aandelen, door een aantal stemmen dat acht tienden
vertegenwoordigt van het aantal stemmen verbonden aan het geheel van de
stemrechten der vennoten;
2° de betrokken vennootschap en, onverminderd artikel 116, al haar
dochtervennootschappen worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening
opgesteld door de in § 1 bedoelde moedervennootschap;
3° a) indien de in § 1 bedoelde moedervennootschap valt onder het recht
van een lidstaat van de Europese Unie, moeten haar geconsolideerde
jaarrekening en haar jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
worden opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt overeenkomstig de
voorschriften die deze lidstaat heeft uitgevaardigd met toepassing van de
richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983;
b) indien de in § 1 bedoelde moedervennootschap niet valt onder het recht
van een lidstaat van de Europese Unie, dan worden haar geconsolideerde
jaarrekening en haar jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
opgesteld overeenkomstig voornoemde richtlijn 83/349/EEG dan wel op een
gelijkwaardige wijze als de jaarrekeningen en jaarverslagen die zijn
opgesteld in overeenstemming met deze richtlijn; deze geconsolideerde
jaarrekening wordt gecontroleerd door een persoon die krachtens het recht
waaronder deze moedervennootschap valt, is gemachtigd om de jaarrekening
te certificeren;
4° a) een exemplaar van de geconsolideerde jaarrekening van de in § 1
bedoelde moedervennootschap, van het controleverslag over deze
jaarrekening en van een stuk dat de inlichtingen voorgeschreven door
artikel 119 bevat, worden binnen twee maanden nadat zij verkrijgbaar zijn
gesteld voor de vennoten en uiterlijk zeven maanden na afsluiting van het
boekjaar waarop zij betrekking hebben, door de bestuurders of zaakvoerders
van de vrijgestelde vennootschap neergelegd bij de Nationale Bank van
België. De artikelen 101, 102, eerste tot derde lid, en 103 zijn van
toepassing. Voor de toepassing van artikel 102, derde lid, is het bedoelde
dossier het dossier van de vrijgestelde vennootschap;
b) eenieder kan op de zetel van de vrijgestelde vennootschap inzage nemen
van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van de in § 1
bedoelde moedervennootschap en daarvan op aanvraag, kosteloos een volledig
afschrift krijgen;
c) de geconsolideerde jaarrekening, het jaarverslag over de
geconsolideerde jaarrekening en het controleverslag van de geconsolideerde
jaarrekening van de in § 1 bedoelde moedervennootschap moeten, met het
oog op hun verkrijgbaarstelling voor het publiek in België overeenkomstig
voorgaande leden, in de taal of de talen worden opgesteld of vertaald
waarin de vrijgestelde vennootschap haar jaarrekening dient openbaar te
maken;
d) de geconsolideerde jaarrekening van de in § 1 bedoelde
moedervennootschap en het geconsolideerde jaar- en controleverslag over
deze jaarrekening hoeven evenwel niet te worden openbaar gemaakt zoals
voorgeschreven in de punten a) en b) wanneer zij reeds met toepassing van
de artikelen 120 en 121 of van punt a) werden openbaar gemaakt in de taal
of de talen als bedoeld in punt c).
§ 3. De toelichting bij de jaarrekening van de vrijgestelde vennootschap
:
1° vermeldt dat zij gebruik heeft gemaakt van de in § 1 geboden
mogelijkheid om geen eigen geconsolideerde jaarrekening noch een
jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening op te maken en openbaar
te maken;
2° vermeldt de naam en de zetel en als het een vennootschap naar Belgisch
recht betreft, het BTW-nummer of het nationale identificatienummer van de
vennootschap die de in § 2, 2°, bedoelde geconsolideerde jaarrekening
opstelt en openbaar maakt;
3° vermeldt, ingeval toepassing wordt gemaakt van § 2, d), de datum van
neerlegging van de bedoelde stukken;
4° bevat een bijzondere motivering inzake de naleving van de in dit
artikel voorgeschreven voorwaarden.
§ 4. In geval van consolidatie bij een consortium is de in § 1 bedoelde
vrijstelling eveneens van toepassing, met dien verstande dat voor de
toepassing van de §§ 2 en 3 de geconsolideerde jaarrekening van het
consortium, de geconsolideerde jaarrekening van de moedervennootschap
vervangt.
Art. 114
De in de artikelen 112 en 113 bedoelde vrijstellingen zijn niet van
toepassing wanneer alle of een deel van de aandelen die zijn uitgegeven
door één van de vennootschappen die moeten worden geconsolideerd, zijn
genoteerd in de zin van artikel 4.
Art. 115
De artikelen 112 en 113 laten onverlet de wettelijke en
bestuuursrechtelijke bepalingen over de opstelling van een geconsolideerde
jaarrekening of van een jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
indien deze stukken worden verlangd :
1° ter voorlichting van de werknemers of van hun vertegenwoordigers;
2° op verzoek van overheid of rechter voor eigen kennisneming.
Afdeling III. - Consolidatiekring en
geconsolideerde jaarrekening
Art. 116
De Koning bepaalt de regels volgens welke de consolidatiekring wordt
vastgesteld.
Art. 117
§ 1. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van de geconsolideerde
jaarrekening.
§ 2. In geval van consolidatie bij een consortium mag de geconsolideerde
jaarrekening worden opgesteld volgens de wetgeving en in de nationale munt
van een buitenlandse vennootschap die tot het consortium behoort, wanneer
het hoofdbedrijf van het consortium in die vennootschap is gelokaliseerd
dan wel geschiedt in de munt van het land waar zij haar zetel heeft.
Onder de eigen-vermogensposten in de geconsolideerde jaarrekening moeten
de samengevoegde bedragen worden opgenomen die zijn toe te rekenen aan elk
van de vennootschappen die het consortium vormen.
Art. 118
De geconsolideerde jaarrekening moet worden opgesteld door het
bestuursorgaan van de vennootschap.
Afdeling IV. - Jaarverslag over de geconsolideerde
jaarrekening
Art. 119
Bij de geconsolideerde jaarrekening wordt door de bestuurders of
zaakvoerders een jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening gevoegd.
Dit verslag bevat :
1° een commentaar op de geconsolideerde jaarrekening waarbij een getrouw
overzicht wordt gegeven van de gang van zaken en van de positie van het
geconsolideerde geheel;
2° informatie omtrent de belangrijke gebeurtenissen die na het einde van
het boekjaar hebben plaatsgevonden;
3° voor zover zij niet van die aard zijn dat zij ernstig nadeel zouden
berokkenen aan een vennootschap opgenomen in de consolidatie, inlichtingen
over de omstandigheden die de ontwikkeling van het geconsolideerde geheel
aanmerkelijk kunnen beïnvloeden;
4° informatie omtrent de werkzaamheden op het gebied van onderzoek en
ontwikkeling. Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening mag
worden gecombineerd met het jaarverslag dat is opgesteld op grond van
artikel 96, in zoverre de vereiste gegevens afzonderlijk worden verstrekt
voor de consoliderende vennootschap en het geconsolideerde geheel.
Afdeling V. – Openbaarmakingsverplichtingen
Art. 120
De geconsolideerde jaarrekening en het verslag over de geconsolideerde
jaarrekening worden ter beschikking gesteld van de vennoten van de
consoliderende vennootschap onder dezelfde voorwaarden en binnen dezelfde
termijnen als de jaarrekening. Deze stukken worden aan de algemene
vergadering meegedeeld en binnen dezelfde termijn als de jaarrekening
openbaar gemaakt.
Van het eerste lid kan worden afgeweken wanneer de geconsolideerde
jaarrekening wordt afgesloten op een ander tijdstip dan de jaarrekening
van de consoliderende vennootschap om rekening te houden met de
balansdatum van de meeste of van de belangrijkste van de in de
consolidatie opgenomen vennootschappen. In dat geval moeten de
geconsolideerde jaarrekening en de geconsolideerde verslagen uiterlijk
zeven maanden na afsluitingsdatum ter beschikking worden gesteld van de
vennoten en openbaar gemaakt.
Art. 121
De artikelen 100, 1°, en 101 tot 106, alsook de ter uitvoering van deze
artikelen genomen besluiten, zijn van toepassing op de geconsolideerde
jaarrekeningen en op de verslagen over de geconsolideerde jaarrekening.
Voor de toepassing van artikel 102, derde lid, is het bedoelde dossier,
het dossier van de consoliderende vennootschap.
De geconsolideerde jaarrekening kan, naast de openbaarmaking
voorgeschreven door het eerste lid, in de munt waarin zij overeenkomstig
de toepasselijke wetgeving is opgesteld, ook openbaar gemaakt worden in de
munt van een lidstaat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en
Ontwikkeling, zulks met gebruikmaking van de omrekeningskoers op de datum
van de geconsolideerde balans. Deze koers wordt in de toelichting
aangegeven.
HOOFDSTUK III. - Koninklijke besluiten genomen ter
uitvoering van deze titel en uitzonderingsbepalingen
Art. 122
De Koning kan de regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de
jaarrekening die Hij op grond van artikel 92 heeft gesteld, aanpassen en
aanvullen naar gelang van de bedrijfstakken of economische sectoren.
De Koning kan voor bepaalde vennootschappen, die een zekere omvang, door
Hem bepaald, niet te boven gaan, de regels met betrekking tot de vorm en
de inhoud van de jaarrekening die Hij op grond van artikel 92 heeft
gesteld, aanpassen en aanvullen, alsmede voor die vennootschappen
vrijstelling geven van de toepassing van alle of bepaalde van die regels.
Deze aanpassingen, aanvullingen en vrijstellingen kunnen verschillen naar
gelang van het voorwerp van de bedoelde besluiten en de rechtsvorm van de
vennootschap.
Art. 123
§ 1. De Koning kan de regels met betrekking tot het opmaken en het
openbaar maken van de geconsolideerde jaarrekening, alsook die met
betrekking tot het opmaken en openbaar maken van een jaarverslag, en de
regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de geconsolideerde
jaarrekening die Hij op grond van artikel 117 heeft gesteld, aanpassen en
aanvullen naar gelang van de bedrijfstakken of economische sectoren.
De artikelen 109 tot 121, alsook de in uitvoering daarvan genomen
besluiten, zijn slechts van toepassing op de verzekeringsondernemingen
naar Belgisch recht en op de herverzekeringsondernemingen naar Belgisch
recht voor zover de Koning er niet van afwijkt.
§ 2. De Koning kan voor bepaalde vennootschappen, die een zekere omvang,
door Hem bepaald, niet te boven gaan, de regels met betrekking tot het
opmaken en het openbaar maken van de geconsolideerde jaarrekening, alsook
die met betrekking tot het opmaken en openbaarmaken van een jaarverslag,
en de regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de
geconsolideerde jaarrekening die Hij op grond van artikel 117 heeft
gesteld, aanpassen en aanvullen, alsmede voor die vennootschappen
vrijstelling geven van de toepassing van alle of bepaalde van die regels.
Deze aanpassingen, aanvullingen en vrijstellingen kunnen verschillen naar
gelang van het voorwerp van de bedoelde besluiten en de rechtsvorm van de
vennootschap.
Art. 124
De koninklijke besluiten ter uitvoering van deze titel worden ter advies
voorgelegd aan de Centrale Raad voor het bedrijfsleven en worden genomen
na overleg in de Ministerraad.
Art. 125
§ 1. De minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheden heeft,
kan in bijzondere gevallen, na een met redenen omkleed advies van de
Commissie voor Boekhoudkundige Normen, toestaan dat wordt afgeweken van de
koninklijke besluiten genomen ter uitvoering van deze titel.
Met betrekking tot de kleine vennootschappen wordt deze bevoegdheid
uitgeoefend door de minister die de Middenstand onder zijn bevoegdheden
heeft.
De commissie voor boekhoudkundige normen wordt in kennis gesteld van het
besluit van de minister.
§ 2. Paragraaf 1 geldt niet voor vennootschappen die de verzekering tot
voorwerp hebben en die door de Koning zijn toegelaten op grond van de
wetgeving betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen.
HOOFDSTUK IV. – Strafbepalingen
Art. 126
§ 1. Worden gestraft met geldboete van vijftig frank tot
tienduizend frank :
1° de bestuurders of zaakvoerders die artikel 92, § 1, tweede
lid, overtreden;
2° de bestuurders, zaakvoerders, directeurs of lasthebbers van
vennootschappen die wetens één van de bepalingen van de
besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 92, § 1, eerste
lid, 122 en 123 overtreden;
3° de bestuurders, zaakvoerders, directeurs en lasthebbers van
vennootschappen die wetens de artikelen 108 tot 119 en 121 en de
in uitvoering daarvan genomen besluiten overtreden.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid, 2° en 3°, worden zij
gestraft met gevangenisstraf van één maand tot een jaar en met
geldboete van vijftig tot tienduizend frank of met een van die
straffen alleen, als zij met bedrieglijk opzet hebben gehandeld.
De zaakvoerders, directeurs of lasthebbers van vennootschappen
worden wegens de overtreding van artikel 92, § 1, eerste lid,
alleen dan met de in het eerste lid gestelde straffen gestraft,
wanneer de vennootschap is failliet verklaard.
§ 2. De vennootschappen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor
het betalen van de geldboetes waartoe hun bestuurders,
zaakvoerders, directeurs of lasthebbers krachtens § 1 veroordeeld
zijn.
Art. 127
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot tweeduizend
frank worden gestraft :
1° zij die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden,
valsheid plegen in de door de wet of door de statuten voorgeschreven
jaarrekening van een vennootschap :
- hetzij door valse handtekeningen te plaatsen;
- hetzij door geschriften of handtekeningen na te maken of te vervalsen;
- hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of
schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in de jaarrekening op
te nemen;
- hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of
feiten die deze akten tot doel hebben op te nemen of vast te stellen;
2° zij die gebruik maken van die valse akten.
Voor de toepassing van het eerste lid bestaat de jaarrekening, zodra zij
voor de vennoten ter inzage is gelegd.
Art. 128
De zaakvoerders en bestuurders, alsook de personen die met het
bestuur van een vestiging in België belast zijn, die een van de
in de artikelen 81, 82, 83, 1°, 95 en 96 bedoelde verplichtingen
niet nakomen worden gestraft met een geldboete van vijftig euro
tot tienduizend euro.
Indien de schending van deze artikelen gebeurt met bedrieglijk
oogmerk kunnen zij bovendien worden gestraft met een
gevangenisstraf van een maand tot een jaar of met beide straffen
samen.
Art. 129
Met de straffen gesteld in artikel 458 van het Strafwetboek wordt gestraft
hij die in de Nationale Bank van België een bediening uitoefent en die
zich schuldig maakt aan ruchtbaarmaking of aan mededeling aan een persoon
buiten de Bank, hetzij, zonder voorafgaande toestemming van de aangever of
de getelde, van individuele gegevens die naar het voorschrift van artikel
106, eerste lid, aan die Bank zijn toegezonden, hetzij van naamloze,
globale statistieken die de Nationale Bank van België heeft opgemaakt op
grond van artikel 106 en waarin gegevens zijn verwerkt die haar ter
uitvoering van artikel 106, eerste lid, zijn toegezonden en nog niet zijn
gepubliceerd door het Nationaal Instituut voor de Statistiek noch door de
Nationale Bank van België.
TITEL VII. - De controle van de jaarrekening en van de
geconsolideerde jaarrekening
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen inzake controle
Afdeling I. – Benoeming
Art. 130
De commissarissen worden benoemd onder de leden, natuurlijke personen of
rechtspersonen, van het Instituut der Bedrijfsrevisoren, door de algemene
vergadering.
Elke beslissing inzake benoeming of vernieuwing van het mandaat van een
commissaris zonder naleving van het eerste lid is nietig. De nietigheid
wordt uitgesproken door de voorzitter van de rechtbank van koophandel van
de zetel van de vennootschap, zitting houdend zoals in kort geding.
Art. 131
Bij ontstentenis van commissarissen of wanneer alle commissarissen zich in
de onmogelijkheid bevinden om hun taak uit te voeren wordt onmiddellijk in
de benoeming of vervanging van de commissarissen voorzien. Bij gebreke
hiervan, benoemt de voorzitter van de rechtbank van koophandel, zitting
houdend zoals in kort geding, bij verzoekschrift van ieder belanghebbende,
een bedrijfsrevisor wiens bezoldiging hij vaststelt en die met de taak van
commissaris wordt belast totdat op wettige wijze in zijn benoeming of
vervanging is voorzien. Zodanige benoeming of vervanging zal evenwel
slechts gevolg hebben na de eerste jaarvergadering die volgt op de
benoeming van de bedrijfsrevisor door de voorzitter.
Art. 132
Telkens wanneer een controle-opdracht wordt toevertrouwd aan een
burgerlijke vennootschap zoals bedoeld in artikel 33, § 1, van de wet van
22 juli 1953 houdende de oprichting van een Instituut der
Bedrijfsrevisoren, moet deze onder haar vennoten, zaakvoerders of
bestuurders een vertegenwoordiger benoemen die belast wordt met de
uitvoering van de opdracht in naam en voor rekening van de vennootschap.
Deze vertegenwoordiger moet aan dezelfde voorwaarden voldoen en is
burgerrechtelijk, strafrechtelijk en tuchtrechtelijk aansprakelijk alsof
hij zelf de betrokken opdracht in eigen naam en voor eigen rekening zou
volbrengen, onverminderd de hoofdelijke aansprakelijkheid van de
burgerlijke vennootschap die hij vertegenwoordigt. Deze laatste mag haar
vertegenwoordiger niet ontslaan zonder tegelijk een opvolger te benoemen.
Voor de benoeming en beëindiging van de opdracht van de vaste
vertegenwoordiger gelden dezelfde regels van openbaarmaking alsof hij deze
opdracht in eigen naam en voor eigen rekening zou vervullen.
Art. 133
Diegenen die zich in een positie bevinden die een onafhankelijke
taakuitoefening, overeenkomstig de regels geldend voor het beroep van
bedrijfsrevisoren, in het gedrang kan brengen, kunnen niet tot commissaris
benoemd worden. De commissarissen moeten er op toezien dat zij na hun
benoeming niet in een dergelijke positie worden geplaatst.
Aldus mogen de commissarissen in de vennootschap die aan hun controle is
onderworpen, noch in een daarmee verbonden vennootschap, een andere taak,
mandaat of opdracht aanvaarden, die zal worden vervuld tijdens de duur van
hun mandaat of erna, en die de onafhankelijke uitoefening van hun taak als
commissaris in het gedrang zou kunnen brengen.
Het tweede lid is eveneens van toepassing op de personen met wie de
commissaris een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten of met wie hij
beroepshalve in samenwerkingsverband staat.
Afdeling II. – Bezoldiging
Art. 134
§ 1. Bij de aanvang van de opdracht van de commissarissen wordt een
bezoldiging vastgesteld door de algemene vergadering. Deze bezoldiging
bestaat in een vast bedrag dat de naleving van de controlenormen
uitgevaardigd door het Instituut der Bedrijfsrevisoren waarborgt. De
bezoldiging kan niet worden gewijzigd dan met instemming van partijen.
§ 2. De vervulling door de commissaris van uitzonderlijke werkzaamheden
of van bijzondere opdrachten kan slechts op bijzondere wijze worden
bezoldigd voorzover het jaarverslag verantwoording verstrekt over hun
voorwerp en de eraan verbonden bezoldiging.
§ 3. Buiten deze bezoldigingen mogen de commissarissen geen enkel
voordeel, in welke vorm ook, van de vennootschap ontvangen.
De vennootschap mag hun geen leningen of voorschotten toestaan, noch te
hunnen behoeve waarborgen stellen of geven.
§ 4. De vervulling door een persoon met wie de commissaris een
arbeidsovereenkomst heeft afgesloten of met wie hij beroepshalve in een
verband van samenwerking staat, van een taak, mandaat of opdracht, kan
slechts door de vennootschap worden bezoldigd voorzover het jaarverslag
verantwoording verstrekt over het voorwerp van deze taak, mandaat of
opdracht en de eraan verbonden bezoldiging.
Afdeling III. – Ontslag
Art. 135
De commissarissen worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van drie
jaar. Op straffe van schadevergoeding kunnen zij tijdens hun opdracht
alleen om wettige redenen worden ontslagen door de algemene vergadering.
Behoudens gewichtige persoonlijke redenen mag de commissaris tijdens zijn
opdracht geen ontslag nemen tenzij ter algemene vergadering en nadat hij
deze schriftelijk heeft ingelicht over de beweegredenen van zijn ontslag.
Art. 136
Wanneer de algemene vergadering zich moet uitspreken over het ontslag van
een commissaris, wordt aan de betrokkene onmiddellijk kennis gegeven van
de inschrijving van deze aangelegenheid op de agenda. De commissaris kan
aan de vennootschap schriftelijk kennis geven van zijn opmerkingen. Deze
opmerkingen worden aangekondigd op de agenda, ter beschikking gesteld van
de vennoten, overeenkomstig de artikelen 269, 381 en 535. In voorkomend
geval wordt zonder verwijl ook een afschrift gezonden aan diegenen die
voldaan hebben aan de formaliteiten die voor de toelating tot de algemene
vergadering zijn voorgeschreven.
De vennootschap kan, bij een verzoekschrift waarvan vooraf aan de
commissaris,
kennis wordt gegeven, aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel
toestemming vragen om de vennoten geen kennis te geven van de opmerkingen
die niet ter zake dienen of het aanzien van de vennootschap op
onverantwoorde wijze kunnen schaden. De voorzitter van de rechtbank hoort
de vennootschap en de commissaris in raadkamer en doet
uitspraak in openbare terechtzitting. Tegen die beslissing staat geen
verzet of hoger beroep open.
Afdeling IV. – Bevoegdheden
Art. 137
§ 1. De commissarissen kunnen op elk ogenblik ter plaatse inzage nemen
van de boeken, brieven, notulen en in het algemeen van alle documenten en
geschriften van de vennootschap. Zij kunnen van het bestuursorgaan, van de
gemachtigden en van de aangestelden van de vennootschap alle ophelderingen
en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig
achten.
Zij kunnen van het bestuursorgaan vorderen ter zetel van de vennootschap
in het bezit te worden gesteld van inlichtingen betreffende verbonden
vennootschappen of betreffende andere vennootschappen waarmee een
deelnemingsverhouding bestaat, voorzover zij deze inlichtingen nodig
achten om de financiële toestand van de vennootschap te controleren.
Zij kunnen van het bestuursorgaan vorderen dat het aan derden de
bevestiging vraagt van het bedrag van de vorderingen op, de schulden
tegenover of van andere betrekkingen met de gecontroleerde vennootschap.
§ 2. De bevoegdheden bedoeld in § 1 kunnen door de commissarissen,
alleen of gezamenlijk handelend, worden uitgeoefend.
Wanneer er verscheidene commissarissen zijn benoemd vormen zij een
college. Zij kunnen de controle op de vennootschap onder elkaar verdelen.
Ten minste halfjaarlijks bezorgt het bestuursorgaan hun een
boekhoudkundige staat, opgesteld volgens het schema van balans en
resultatenrekening.
Art. 138
De commissarissen die ter gelegenheid van hun controlewerkzaamheden
gewichtige en overeenstemmende feiten vaststellen die de continuïteit van
de onderneming in het gedrang kunnen brengen, moeten het bestuursorgaan
hiervan schriftelijk en op een omstandige wijze op de hoogte brengen.
In dat geval moet het bestuursorgaan beraadslagen over de maatregelen die
moeten worden genomen om de continuïteit van de onderneming gedurende een
redelijke termijn te vrijwaren.
De commissarissen kunnen afzien van de melding bedoeld in het eerste lid,
wanneer ze vaststellen dat het bestuursorgaan reeds heeft beraadslaagd
over de maatregelen die moeten worden genomen.
Indien binnen een maand na de kennisgeving van de melding bedoeld in het
eerste lid, de commissarissen niet werden ingelicht over de beraadslaging
door het bestuursorgaan over de genomen maatregelen of de in het
vooruitzicht gestelde maatregelen om de continuïteit gedurende een
redelijke termijn te vrijwaren, of indien ze oordelen dat de maatregelen
de continuïteit in de bedrijfsuitoefening niet kunnen vrijwaren gedurende
een redelijke termijn, kunnen ze hun vaststellingen meedelen aan de
voorzitter van de rechtbank van koophandel. In dat geval is artikel 458
van het Strafwetboek niet toepasselijk.
Indien geen commissaris is benoemd, moet het bestuursorgaan, wanneer
gewichtige en overeenstemmende feiten de continuïteit van de onderneming
in het gedrang kunnen brengen, eveneens beraadslagen over de maatregelen
die moeten worden genomen om de continuïteit van de onderneming gedurende
een redelijke termijn te vrijwaren.
Art. 139
De commissarissen kunnen zich bij de uitoefening van hun taak, op hun
kosten, doen bijstaan door aangestelden of andere personen voor wie zij
instaan.
Afdeling V. – Aansprakelijkheid
Art. 140
De commissarissen zijn jegens de vennootschap aansprakelijk voor de
tekortkomingen die zij in de uitoefening van hun taak begaan.
Zij zijn zowel jegens de vennootschap als jegens derden, hoofdelijk
aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtreding van de
bepalingen van dit wetboek of van de statuten. Ten aanzien van de
overtredingen waaraan zij geen deel hebben gehad, worden zij van die
aansprakelijkheid slechts ontheven wanneer zij aantonen dat zij hun taak
naar behoren hebben vervuld en zij die overtredingen hebben aangeklaagd
bij het bestuursorgaan en, in voorkomend geval, indien daar geen passend
gevolg werd gegeven, op de eerste daaropvolgende algemene vergadering
nadat zij er kennis van hebben gekregen.
HOOFDSTUK II. - Controle op de jaarrekening
Art. 141
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op :
1° vennootschappen onder firma, gewone commanditaire vennootschappen en
coöperatieve vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid waarvan
alle onbeperkt aansprakelijke vennoten natuurlijke personen zijn;
2° kleine vennootschappen in de zin van artikel 15, met dien verstande
dat voor de toepassing van dit hoofdstuk, iedere vennootschap afzonderlijk
wordt beschouwd, behoudens :
a) de vennootschappen die deel uitmaken van een groep die gehouden is een
geconsolideerde jaarrekening op te stellen en te publiceren;
b) de portefeuillemaatschappijen onderworpen aan het koninklijk besluit
nr. 64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de
portefeuillemaatschappijen;
c) de vennootschappen waarvan de effecten zijn opgenomen in de officiële
notering van een effectenbeurs;
3° economische samenwerkingsverbanden, waarvan geen enkel lid onderworpen
is aan de controle door een commissaris;
4° landbouwvennootschappen.
Art. 142
De controle in vennootschappen, op de financiële toestand, op de
jaarrekening en op de regelmatigheid, ten aanzien van dit wetboek en de
statuten, van de in de jaarrekening weergegeven verrichtingen, wordt
opgedragen aan een of meer commissarissen.
Art. 143
De commissarissen stellen naar aanleiding van de jaarrekening een
omstandig schriftelijk verslag op. Met het oog daarop overhandigt het
bestuursorgaan van de vennootschap hen de nodige stukken, en dit ten
minste één maand vóór het verslag volgens dit wetboek moet voorgelegd
worden.
Art. 144
Het verslag van de commissarissen bedoeld in artikel 143 vermeldt in het
bijzonder :
1° hoe zij hun controletaak hebben verricht en of zij van het
bestuursorgaan en aangestelden van de vennootschap de ophelderingen en
inlichtingen hebben gekregen die zij hebben gevraagd;
2° of de boekhouding is gevoerd en de jaarrekening is opgesteld in
overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die
daarop toepasselijk zijn;
3° of naar hun oordeel de jaarrekening een getrouw beeld geeft van het
vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de
vennootschap, rekening houdend met de wettelijke en bestuursrechtelijke
voorschriften die daarop van toepassing zijn, en of een passende
verantwoording is gegeven in de toelichting;
4° of het jaarverslag de door de artikelen 95 en 96 vereiste inlichtingen
bevat en in overeenstemming is met de jaarrekening;
5° of de winstbestemming die aan de vergadering wordt voorgelegd, in
overeenstemming is met de statuten en met dit wetboek;
6° of zij kennis hebben gekregen van verrichtingen gedaan of beslissingen
genomen met overtredingen van de statuten of van de bepalingen van dit
wetboek. Deze laatste vermelding kan echter worden weggelaten wanneer de
openbaarmaking van de overtreding aan de vennootschap onverantwoorde
schade kan berokkenen, met name omdat het bestuursorgaan gepaste
maatregelen heeft genomen om de aldus ontstane onwettige toestand te
herstellen.
In hun verslag vermelden en rechtvaardigen de commissarissen nauwkeurig en
duidelijk het voorbehoud en de bezwaren die zij menen te moeten maken. Zo
niet, dan vermelden zij uitdrukkelijk dat zij voorbehoud noch bezwaar te
maken hebben.
HOOFDSTUK III. - Controle op de geconsolideerde
jaarrekening
Afdeling I. - Algemene regeling
Art. 145
Onverminderd andersluidende bepalingen in andere wetgevingen, is dit
hoofdstuk niet van toepassing op :
1° kredietinstellingen die vallen onder de wet van 22 maart 1993 op het
statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de Nationale Bank
van België, het Herdisconterings- en Waarborginstituut en de Deposito- en
Consignatiekas;
2° vennootschappen die vallen onder het koninklijk besluit nr. 64 van 10
november 1967 tot regeling van het statuut van de
portefeuillemaatschappijen;
3° beleggingsondernemingen die vallen onder de wet van 6 april 1995
inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de
beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs;
4° economische samenwerkingsverbanden;
5° landbouwvennootschappen.
Art. 146
De geconsolideerde jaarrekening moet worden gecontroleerd door de
commissaris van de consoliderende vennootschap of door een of meer daartoe
aangewezen bedrijfsrevisoren. Deze laatsten worden benoemd door de
algemene vergadering.
In geval van een consortium, wordt de geconsolideerde jaarrekening
gecontroleerd door de commissaris van ten minste een van de
vennootschappen van het consortium of door een of meer bedrijfsrevisoren,
die daartoe met onderlinge instemming zijn aangesteld; indien de
geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld volgens de wetgeving en in de
nationale munt van een buitenlandse vennootschap die tot het consortium
behoort, mag zij worden gecontroleerd door de persoon belast met de
controle van deze buitenlandse vennootschap.
De artikelen 133, 134, §§ 1 en 3, 135 en 136, zijn van toepassing op de
bedrijfsrevisor die instaat voor de controle van de geconsolideerde
jaarrekening, maar niet de functie van commissaris in de consoliderende
vennootschap bekleedt.
Art. 147
De consoliderende vennootschap moet haar controlebevoegdheid aanwenden om
van de in de consolidatie opgenomen of op te nemen vennootschappen te
verkrijgen dat zij de met de controle van de geconsolideerde jaarrekening
belaste bedrijfsrevisor toelaten ter plaatse de noodzakelijke controles te
verrichten en dat zij hem op zijn verzoek alle noodzakelijke inlichtingen
en bevestigingen verstrekken voor de naleving van de hem door de Koning
opgelegde verplichtingen inzake het opstellen, de controle en de
openbaarmaking van de geconsolideerde jaarrekening.
Art. 148
De commissarissen of bedrijfsrevisoren belast met de controle van de
geconsolideerde jaarekening stellen een omstandig schriftelijk verslag op,
dat in het bijzonder vermeldt :
1° hoe zij de geconsolideerde jaarrekening hebben gecontroleerd en of zij
voor hun controles de ophelderingen en inlichtingen hebben gekregen die
zij hebben gevraagd;
2° of de geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met
de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;
3° of naar hun oordeel de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld
geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten
van het geconsolideerd geheel, rekening houdend met de wettelijke en
bestuursrechtelijke voorschriften die daarop van toepassing zijn, en of de
in de toelichting verstrekte verantwoording passend is;
4° of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening de door de wet
vereiste inlichtingen bevat en in overeenstemming is met de
geconsolideerde jaarrekening.
In hun verslag vermelden en rechtvaardigen de commissarissen nauwkeurig en
duidelijk het voorbehoud en de bezwaren die zij menen te moeten maken. Zo
niet, dan vermelden zij uitdrukkelijk dat zij voorbehoud noch bezwaar te
maken hebben.
Afdeling II. - Koninklijke besluiten met betrekking
tot de controle van de geconsolideerde jaarrekening
Art. 149
§ 1. De Koning kan de regels met betrekking tot het laten controleren van
de geconsolideerde jaarrekening evenals tot het opmaken van een
controleverslag aanpassen en aanvullen naar gelang van de bedrijfstakken
of economische sectoren.
Het eerste lid is niet van toepassing op de vennootschappen waarvan het
voorwerp de verzekering is en die door de Koning zijn toegelaten op grond
van de wetgeving betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen.
§ 2. De Koning kan voor bepaalde vennootschappen, die een zekere omvang,
door Hem bepaald, niet te boven gaan, de regels met betrekking tot het
laten controleren van de geconsolideerde jaarrekening alsook die met
betrekking tot het opmaken van een controleverslag aanpassen en aanvullen,
alsmede voor die vennootschappen vrijstelling geven van de toepassing van
alle of bepaalde van die regels. Deze aanpassingen, aanvullingen en
vrijstellingen kunnen verschillen naar gelang van het voorwerp van de
bedoelde besluiten en de rechtsvorm van de vennootschap.
Art. 150
De minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheden heeft, kan in
bijzondere gevallen, na een met redenen omkleed advies van de Commissie
voor Boekhoudkundige Normen, toestaan dat wordt afgeweken van de artikelen
146 tot 148 en van de regels die krachtens artikel 149 zijn gesteld.
De Commissie voor Boekhoudkundige Normen wordt in kennis gesteld van het
besluit van de minister.
Het eerste lid is niet van toepassing op de vennootschappen die de
verzekering tot voorwerp hebben en die door de Koning zijn toegelaten op
grond van de wetgeving betreffende de controle op de
verzekeringsondernemingen.
HOOFDSTUK IV. - Controle in vennootschappen waar een
ondernemingsraad werd opgericht
Afdeling I. - Aard van de controle
Art. 151
In elke vennootschap waar een ondernemingsraad moet worden opgericht
krachtens de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het
bedrijfsleven, met uitzondering van de gesubsidieerde
onderwijsinstellingen, worden één of meer bedrijfsrevisoren benoemd met
als taak :
1° verslag uit te brengen bij de ondernemingsraad over de jaarrekening en
over het jaarverslag overeenkomstig de artikelen 143 en 144;
2° de getrouwheid en volledigheid te certificeren van de economische en
financiële inlichtingen die het bestuursorgaan aan de ondernemingsraad
verstrekt, voor zover deze inlichtingen uit de boekhouding, uit de
jaarrekening van de vennootschap blijken of uit andere verifieerbare
stukken voortvloeien;
3° in het bijzonder ten behoeve van de door de werknemers benoemde leden
van de ondernemingsraad de betekenis van de aan de ondernemingsraad
verstrekte economische en financiële inlichtingen ten aanzien van de
financiële structuur en de evolutie in de financiële toestand van de
vennootschap te verklaren en te ontleden;
4° indien hij van oordeel is de in het 2° bedoelde certificering niet te
kunnen afgeven of indien hij leemten vaststelt, in de aan de
ondernemingsraad verstrekte economische en financiële inlichtingen, het
bestuursorgaan daarvan op de hoogte te brengen en, indien deze daaraan
geen gevolg geeft binnen een maand volgend op zijn tussenkomst, op eigen
initiatief de ondernemingsraad daarvan in kennis te stellen.
Art. 152
Het bestuursorgaan overhandigt aan de bedrijfsrevisor een afschrift van de
economische en financiële inlichtingen die hij de ondernemingsraad
schriftelijk verstrekt.
Art. 153
De dagorde en de notulen van de vergaderingen van de ondernemingsraad
waarop economische en financiële inlichtingen worden verstrekt of
besproken, worden tegelijkertijd aan de leden en aan de bedrijfsrevisor
meegedeeld.
Art. 154
De bedrijfsrevisor mag de vergaderingen van de ondernemingsraad bijwonen.
Hij moet ze bijwonen wanneer zulks hem wordt verzocht door het
bestuursorgaan of door de door de werknemers benoemde leden die daartoe
hebben besloten bij meerderheid van de door hen uitgebrachte stemmen.
Afdeling II. - Vennootschappen waar een commissaris
is aangesteld
Art. 155
Indien in een vennootschap een commissaris moet worden aangesteld
krachtens deze titel, wordt de taak bedoeld in de artikelen 151 tot 154
uitgeoefend door deze commissaris.
Art. 156
De commissarissen van de vennootschap bedoeld in artikel 155 worden
benoemd op voordracht van de ondernemingsraad, beraadslagend op initiatief
en op voorstel van het bestuursorgaan en beslissend bij meerderheid van de
stemmen uitgebracht door zijn leden en bij meerderheid van de stemmen
uitgebracht door de leden benoemd door de werknemers.
Hetzelfde geldt voor de vernieuwing van hun mandaat.
Art. 157
Indien over dit voorstel in de ondernemingsraad niet de vereiste
meerderheden bepaald in artikel 156, eerste lid, kunnen worden bereikt, en
indien, in het algemeen, men in gebreke blijft één of meer
commissarissen, voorgedragen met toepassing van artikel 156, eerste lid,
te benoemen, wordt op verzoekschrift van elke belanghebbende, door de
voorzitter van de rechtbank van koophandel in het rechtsgebied waarbinnen
de vennootschap haar zetel heeft gevestigd, zitting houdend zoals in kort
geding, een bedrijfsrevisor benoemd wiens bezoldiging hij vaststelt en die
belast wordt met de taak van commissaris en met de opdrachten bedoeld in
de artikelen 151 tot 154, totdat regelmatig in zijn vervanging is
voorzien.
Deze benoeming door de voorzitter van de rechtbank van koophandel
geschiedt na advies van de ondernemingsraad ingeval deze laatste niet werd
gevraagd om te beraadslagen over de benoeming van de commissaris
overeenkomstig artikel 156, eerste lid.
Art. 158
Aan de ondernemingsraad wordt het bedrag van de bezoldiging van de
commissarissen ter informatie medegedeeld. Deze bezoldiging vergoedt hun
opdracht als commissaris en hun taak en opdrachten die zij vervullen
krachtens de artikelen 151 tot 154. Op verzoek van de door de werknemers
benoemde leden van de ondernemingsraad, die daartoe hebben besloten bij
meerderheid van de door hen uitgebrachte stemmen, legt de commissaris aan
de ondernemingsraad een raming voor van de omvang van de prestaties
vereist voor de vervulling van deze taak en van deze opdrachten.
Art. 159
De commissaris kan in de loop van zijn mandaat slechts worden ontslagen op
voorstel of op eensluidend advies van de ondernemingsraad die beslist bij
meerderheid van de stemmen uitgebracht door zijn leden en bij meerderheid
van de stemmen uitgebracht door de leden benoemd door de werknemers.
Dient een commissaris ontslag in, dan moet hij de ondernemingsraad
schriftelijk kennis geven van de redenen voor zijn ontslag.
Art. 160
Elke beslissing inzake benoeming, vernieuwing van het mandaat of ontslag,
zonder naleving van de artikelen 156 tot 159 is nietig. De nietigheid
wordt uitgesproken door de voorzitter van de rechtbank van koophandel van
de zetel van de vennootschap, zitting houdend zoals in kortgeding.
Afdeling III. - Vennootschappen waar geen
commissaris is aangesteld
Art. 161
In een vennootschap waar geen commissaris is aangesteld, wordt een
bedrijfsrevisor die wordt belast met de taak bedoeld in de artikelen 151
tot 154, benoemd door de algemene vergadering.
Art. 162
Behoudens in de gevallen waarin dit wetboek ervan afwijkt, zijn de
artikelen 130 tot 140 van overeenkomstige toepassing op de
bedrijfsrevisoren benoemd in vennootschappen waarin geen commissaris is
aangesteld.
De voordracht, de vernieuwing van het mandaat en het ontslag van de
bedrijfsrevisor gebeuren overeenkomstig de artikelen 156 tot 160.
Art. 163
Voor burgerlijke vennootschappen
met één van de in boek V bedoelde rechtsvormen, wordt de
opdracht van de voorzitter van de rechtbank van koophandel bedoeld
in de artikelen 157 en 160, vervuld door de voorzitter van de
arbeidsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen de vennootschap
haar zetel heeft gevestigd, zitting houdend zoals in kort geding.
Afdeling IV. - Koninklijke besluiten met betrekking
tot de controle op vennootschappen
waar een ondernemingsraad werd opgericht
Art. 164
§ 1. De Koning kan nadere regels vaststellen voor de toepassing van de
artikelen 151 tot 163. Hij kan bepalen dat deze artikelen of sommige
regels ervan slechts toepasselijk zijn in zover de ondernemingsraad
terzake niet anders heeft beslist.
§ 2. Alvorens de bij § 1 voorziene verordenende maatregelen te nemen
wint de Koning het advies in van de Nationale Arbeidsraad of van het
bevoegde paritair comité of, bij ontstentenis ervan, van de
representatieve organisaties van de ondernemingshoofden, van de werknemers
en van de kaderleden.
Wanneer die maatregelen, afgezien van het maatschappelijk aspect, kwesties
van economisch belang doen rijzen, wint de Koning eveneens het advies in,
hetzij van de Centrale Raad voor het bedrijfsleven, hetzij van de bevoegde
bijzondere raadgevende commissie.
De krachtens dit artikel geraadpleegde instellingen brengen hun advies uit
binnen twee maanden volgend op het tot hen gericht verzoek, bij gebreke
waarvan er kan van afgezien worden.
HOOFDSTUK V. - Individuele onderzoeks- en
controlebevoegdheid van vennoten
Art. 165
Moet met toepassing van artikel 141 geen commissaris worden benoemd, dan
is het bestuursorgaan er niettemin toe verplicht het verzoek van één of
meer vennoten tot benoeming van een commissaris, belast met de taak
bedoeld in artikel 142, voor te leggen aan het bevoegde orgaan.
Art. 166
Wordt geen commissaris benoemd, dan
heeft, niettegenstaande enige andersluidende statutaire bepaling,
iedere vennoot individueel de onderzoeks- en controlebevoegdheid
van een commissaris. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of
bijstaan door een accountant.
Art. 167
De vergoeding van de accountant bedoeld in artikel 166 komt ten laste van
de vennootschap indien hij met haar toestemming werd benoemd of indien
deze vergoeding door haar ten laste moet worden genomen krachtens een
rechterlijke beslissing. In deze gevallen worden de opmerkingen van de
accountant meegedeeld aan de vennootschap.
HOOFDSTUK VI. – Deskundigen
Art. 168
Op verzoek van één of meer vennoten die ten minste 1 % hebben van het
geheel aantal stemmen, of die effecten bezitten die een gedeelte van het
kapitaal vertegenwoordigen ter waarde van ten minste vijftig miljoen
frank, kan de rechtbank, indien er aanwijzingen zijn dat de belangen van
de vennootschap op ernstige wijze in gevaar komen of dreigen te komen,
één of meer deskundigen aanstellen om de boeken en de rekeningen van de
vennootschap na te zien en ook de verrichtingen die haar organen hebben
gedaan.
Art. 169
De vordering bedoeld in artikel 168 wordt bij dagvaarding ingeleid. De
rechtbank hoort de partijen in raadkamer, en doet uitspraak in openbare
terechtzitting.
Het vonnis vermeldt de problemen of de soorten problemen waarop het
onderzoek betrekking zal hebben. Het bepaalt het bedrag dat de eisers in
voorkomend geval vooraf in consignatie moeten geven voor de betaling van
de kosten.
Deze kosten kunnen gevoegd worden bij die van het geding waartoe de
bevonden feiten aanleiding zouden kunnen geven. De rechtbank beslist of
het verslag moet worden bekendgemaakt. Zij kan onder meer beslissen dat
het verslag op kosten van de vennootschap moet worden bekendgemaakt
volgens de regels die zij bepaalt.
HOOFDSTUK VII. – Strafbepalingen
Art. 170
Met gevangenisstraf van een maand
tot een jaar en met geldboete van vijftig tot tienduizend frank of
met een van die straffen alleen worden gestraft :
1° de personen die in de loop van een periode van twee jaar, die
ingaat vanaf het einde van hun mandaat van commissaris, een
mandaat aanvaarden van bestuurder, zaakvoerder of enige andere
functie in de vennootschap die onderworpen was aan hun toezicht of
in een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in
artikel 11;
2° de bestuurders, zaakvoerders en commissarissen die artikel 134
overtreden;
3° zij die de verificaties verhinderen waaraan zij zich moeten
onderwerpen krachtens deze titel of weigeren de inlichtingen te
verstrekken die zij krachtens deze titel moeten geven of die
bewust onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekken.
Het voorgaande lid is niet van toepassing op de economische
samenwerkingsverbanden.
Art. 171
§ 1. De bestuurders, zaakvoerders, directeurs en lasthebbers van
vennootschappen die wetens de bepalingen overtreden van hoofdstuk III van
deze titel met betrekking tot de controle op de geconsolideerde
jaarrekening, worden gestraft met geldboete van vijftig frank tot tienduizend frank.
Zij worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met
geldboete van vijftig tot tienduizend frank of met één van die straffen
alleen, als zij met bedrieglijk opzet hebben gehandeld.
§ 2. Zij die als commissaris, bedrijfsrevisor of onafhankelijk deskundige
rekeningen, jaarrekeningen, balansen en resultatenrekeningen of
geconsolideerde jaarrekeningen van vennootschappen attesteren of
goedkeuren, terwijl niet is voldaan aan de bepalingen bedoeld in § 1, en
zij daarvan kennis hebben, of, niet hebben gedaan wat zij hadden moeten
doen om zich te vergewissen of aan die bepalingen is voldaan, worden
gestraft met geldboete van vijftig frank tot tienduizend frank.
Zij worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met
geldboete van vijftig frank tot tienduizend frank of met een van die
straffen alleen, als zij met bedrieglijk opzet hebben gehandeld.
§ 3. De vennootschappen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor het
betalen van de geldboetes waartoe hun bestuurders, zaakvoerders,
directeurs of lasthebbers krachtens § 1 veroordeeld zijn.
TITEL VIII. - Procedure en gevolgen van nietigheid van
vennootschappen en van besluiten
van de algemene vergadering
HOOFDSTUK I. - Procedure en gevolgen van de
nietigheid van vennootschappen
en van overeengekomen wijzigingen in vennootschapsakten
Art. 172
De nietigheid van een vennootschap moet bij rechterlijke beslissing worden
uitgesproken.
De nietigheid heeft gevolg te rekenen van de dag waarop zij is
uitgesproken.
Aan derden kan zij slechts worden tegengeworpen vanaf de bij de artikelen
67, 73 en 173 voorgeschreven bekendmaking.
Art. 173
Het uittreksel uit de in kracht van gewijsde gegane of bij voorraad
uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de nietigheid van de
vennootschap wordt uitgesproken, alsook het uittreksel uit de rechterlijke
beslissing waarbij voornoemd bij voorraad uitvoerbaar vonnis wordt
tenietgedaan, worden neergelegd en bekendgemaakt overeenkomstig de
artikelen 67 en 73.
Dat uittreksel vermeldt :
1° de naam en de zetel van de vennootschap;
2° de datum van de beslissing en de rechter die ze heeft gewezen;
3° in voorkomend geval, de naam, de voornamen en het adres van de
vereffenaars; ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, bevat het
uittreksel de aanwijzing of de wijziging van de aanwijzing van de
natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt voor de uitoefening van de
vereffening.
Art. 174
De nietigheid wegens vormgebrek van een vennootschap, kan door de
vennootschap of door een vennoot aan derden niet worden tegengeworpen, ook
niet bij wege van exceptie, tenzij ze is vastgesteld in een overeenkomstig
artikel 173 bekendgemaakte rechterlijke beslissing.
Art. 175
De overeenkomstig artikel 172 door de rechter uitgesproken nietigheid van
een vennootschap brengt de vereffening van de vennootschap met zich, zoals
bij ontbinding.
De nietigheid doet op zichzelf geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van
door of jegens de vennootschap aangegane verbintenissen, onverminderd de
gevolgen van het feit dat de vennootschap zich in vereffening bevindt.
De rechtbanken kunnen vereffenaars aanwijzen. Zij kunnen vaststellen op
welke wijze de nietigverklaarde vennootschap zal worden vereffend onder de
vennoten, tenzij de nietigheid is uitgesproken op grond van de artikelen
66, 227, 1° of 2°, of 403, 1° of 2°, of 454, 1° of 2°.
Art. 176
Wanneer het mogelijk is de toestand van de vennootschap te regulariseren,
kan de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is daarvoor een termijn
toestaan.
Art. 177
De artikelen 172 en 174 zijn van toepassing op de nietigheid wegens
vormgebrek van de overeengekomen wijzigingen in de vennootschapsakten.
HOOFDSTUK II. - Procedure en gevolgen van de
nietigheid van besluiten van de algemene vergadering
Art. 178
De rechtbank van koophandel spreekt op verzoek van elke belanghebbende de
nietigheid uit van een besluit van de algemene vergadering.
De nietigheid kan niet worden ingeroepen door hem die voor het bestreden
besluit heeft gestemd, behoudens een gebrek in de toestemming of die
uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft afgezien zich daarop te beroepen,
tenzij de nietigheid het gevolg is van de overtreding van een regel van
openbare orde.
Art. 179
§ 1. De vordering tot nietigverklaring wordt tegen de vennootschap
ingesteld. Indien daartoe gewichtige redenen zijn, kan de eiser tot
nietigverklaring de voorlopige opschorting van de uitvoering van het
bestreden besluit in kort geding vorderen. De beschikking tot opschorting
en het vonnis van nietigverklaring hebben gevolg ten aanzien van allen.
§ 2. Het uittreksel uit de in kracht van gewijsde gegane of bij voorraad
uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de opschorting of de
nietigheid van een besluit van de algemene vergadering wordt uitgesproken,
alsook het uittreksel uit de rechterlijke beslissing waarbij voornoemd bij
voorraad uitvoerbare vonnis wordt tenietgedaan, worden neergelegd en
bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 67 en 73.
Dat uittreksel vermeldt :
a) de naam en de zetel van de vennootschap;
b) de datum van de beslissing en de rechter die ze heeft gewezen.
§ 3. Het uittreksel uit de in kracht van gewijsde gegane of bij voorraad
uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de nietigheid van een
statutenwijziging wordt uitgesproken, alsook het uittreksel uit de
rechterlijke beslissing waarbij voornoemd bij voorraad uitvoerbare vonnis
wordt tenietgedaan, worden neergelegd en bekendgemaakt overeenkomstig de
artikelen 67 en 73.
Dat uittreksel vermeldt :
a) de naam en de zetel van de vennootschap;
b) de datum van de beslissing en de rechter die ze heeft gewezen.
Art. 180
Indien de nietigverklaring afbreuk kan doen aan rechten die een derde op
grond van het besluit van de vergadering te goeder trouw jegens de
vennootschap heeft verkregen, kan de rechtbank verklaren dat de nietigheid
ten opzichte van die rechten geen gevolg heeft, onverminderd het recht op
schadevergoeding van de eiser indien daartoe grond bestaat.
TITEL IX. - Ontbinding en vereffening
HOOFDSTUK I. - Voorstel tot ontbinding
Art. 181
§ 1. Het voorstel tot ontbinding van een coöperatieve vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid, van een commanditaire vennootschap op
aandelen, van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of
van een naamloze vennootschap wordt toegelicht in een verslag dat door het
bestuursorgaan wordt opgemaakt en dat vermeld wordt in de agenda van de
algemene vergadering die zich over de ontbinding moet uitspreken.
Bij dat verslag wordt een staat van activa en passiva gevoegd, die niet
meer dan drie maanden voordien is vastgesteld. Voor de gevallen waarin de
vennootschap besluit haar activiteiten te beëindigen of indien niet
langer ervan kan worden uitgegaan dat de vennootschap haar bedrijf zal
voortzetten, wordt voornoemde staat, behoudens met redenen omklede
afwijking, opgesteld conform de waarderingsregels vastgesteld ter
uitvoering van artikel 92.
De commissaris of, bij zijn ontstentenis, een bedrijfsrevisor of een
externe accountant die door het bestuursorgaan wordt aangewezen, brengt
over deze staat verslag uit en vermeldt inzonderheid of daarin de toestand
van de vennootschap op volledige, getrouwe en juiste wijze is weergegeven.
§ 2. Een afschrift van de in § 1 bedoelde verslagen en staat van activa
en passiva wordt aan de vennoten verzonden overeenkomstig de artikelen
269, 381 of 535, al naargelang het een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, een coöperatieve vennootschap of een naamloze
vennootschap, dan wel een commanditaire vennootschap op aandelen betreft.
§ 3. De beslissing van de algemene vergadering genomen terwijl de
verslagen bedoeld in dit artikel ontbreken, is nietig.
§ 4. Vóór de beslissing tot ontbinding van de vennootschap bij
authentieke akte wordt opgesteld, moet de notaris na onderzoek het bestaan
en de externe wettigheid bevestigen van de rechtshandelingen en
formaliteiten waartoe de vennootschap waarbij hij optreedt, krachtens § 1
gehouden is.
In de akte worden de conclusies overgenomen van het verslag dat de
commissaris, de bedrijfsrevisor of de externe accountant overeenkomstig §
1 heeft opgemaakt.
HOOFDSTUK II. - De gerechtelijke ontbinding van niet
meer actieve vennootschappen
Art. 182
§ 1. De rechtbank kan op vraag van iedere belanghebbende of van het
openbaar ministerie de ontbinding uitspreken van een vennootschap die
gedurende drie opeenvolgende boekjaren niet heeft voldaan aan de
verplichting om een jaarrekening neer te leggen overeenkomstig de
artikelen 98 en 100, tenzij een regularisatie van de toestand mogelijk is
en plaatsvindt vooraleer uitspraak wordt gedaan over de grond van de zaak.
§ 2. De vordering tot ontbinding bedoeld in § 1 kan slechts worden
ingesteld na het verstrijken van een termijn van zeven maanden te rekenen
van de datum van afsluiting van het derde boekjaar.
Die vordering wordt ingesteld tegen de vennootschap.
De ontbinding heeft gevolg vanaf de datum waarop zij is uitgesproken.
De ontbinding kan evenwel aan derden slechts worden tegengeworpen vanaf de
bekendmaking van de beslissing voorgeschreven door artikel 74, en onder de
voorwaarden bepaald in artikel 67, behalve indien de vennootschap bewijst
dat die derden er voordien van op de hoogte waren.
§ 3. De rechtbank kan hetzij de onmiddellijke afsluiting van de
vereffening uitspreken, hetzij de vereffeningswijze bepalen en een of meer
vereffenaars aanwijzen. Wanneer de vereffening is beëindigd, brengt de
vereffenaar verslag uit aan de rechtbank en legt, in voorkomend geval, aan
de rechtbank een overzicht voor van de waarden van de vennootschap en van
het gebruik ervan.
De rechtbank spreekt de afsluiting van de vereffening uit.
§ 4. De Koning bepaalt welke procedure gevolgd moet worden voor de
consignatie van de activa die de vennootschap zouden toebehoren en wat er
met die activa moet gebeuren ingeval nieuwe passiva aan het licht komen.
HOOFDSTUK III. - De vereffening
Art. 183
§ 1. Een vennootschap wordt na ontbinding geacht voort te bestaan voor
haar vereffening.
Alle stukken uitgaande van een ontbonden vennootschap vermelden dat zij in
vereffening is.
§ 2. Iedere wijziging van de naam van een vennootschap in vereffening is
verboden.
§ 3. Een besluit tot verplaatsing van de zetel van een vennootschap in
vereffening kan niet worden uitgevoerd dan na homologatie door de
rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarbinnen de vennootschap
haar zetel heeft.
De homologatie wordt bij verzoekschrift aangevraagd door de vereffenaar.
De rechtbank doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken en na het
openbaar ministerie te hebben gehoord. Zij verleent de homologatie wanneer
zij oordeelt dat de zetelverplaatsing dienstig is voor de vereffening.
Een akte houdende verplaatsing van de zetel van een vennootschap in
vereffening kan slechts geldig worden neergelegd overeenkomstig artikel 74
wanneer er een afschrift van de beslissing tot homologatie door de
rechtbank van koophandel wordt bijgevoegd.
Art. 184
Voor zover niet anders is overeengekomen, wordt de wijze van vereffening
bepaald en worden de vereffenaars benoemd door de algemene vergadering. In
de vennootschappen onder firma en in de gewone commanditaire
vennootschappen zijn de besluiten slechts geldig indien zij worden genomen
door de helft van de vennoten, in het bezit van drie vierden van het
vennootschapsvermogen; bij gebreke van deze meerderheid beslist de
rechter.
De vereffenaars vormen een college.
Ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, moet de natuurlijke persoon
die hem vertegenwoordigt voor de uitoefening van de vereffening in het
benoemingsbesluit worden aangewezen. Iedere wijziging van deze aanwijzing
moet overeenkomstig het eerste lid worden besloten en overeenkomstig
artikel 74, 2°, worden neergelegd en openbaar gemaakt.
Art. 185
Zijn geen vereffenaars benoemd, dan worden de vennoten-zaakvoerders in de
vennootschappen onder firma of in de commanditaire vennootschappen, alsook
de bestuurders of de zaakvoerders in de naamloze vennootschappen, in de
besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, in de coöperatieve
vennootschappen en in de economische samenwerkingsverbanden ten aanzien
van derden als vereffenaars beschouwd.
Hetzelfde geldt in geval van onmiddellijke afsluiting van de vereffening
overeenkomstig artikel 182.
Art. 186
Voor zover de statuten of de akte van benoeming niet anders bepalen,
kunnen de vereffenaars alle rechtsgedingen voeren, hetzij als eiser hetzij
als verweerder, alle betalingen ontvangen, opheffing van inschrijving
verlenen met of zonder kwijting, alle roerende waarden van de vennootschap
te gelde maken, alle handelspapieren endosseren, dadingen of compromissen
aangaan betreffende alle geschillen. Zij kunnen de onroerende goederen van
de vennootschap openbaar verkopen indien zij de verkoop nodig achten voor
de betaling van de schulden van de vennootschap.
Art. 187
Zij kunnen, maar alleen met machtiging van de algemene vergadering,
verleend overeenkomstig artikel 184, het bedrijf of de handel voortzetten
tot de tegeldemaking, leningen aangaan voor de betaling van de schulden
der vennootschap, handelspapier uitgeven, de goederen van de vennootschap
hypothekeren of in pand geven, de onroerende goederen, zelfs uit de hand,
verkopen en het vermogen in andere vennootschappen inbrengen.
Art. 188
De vereffenaars kunnen van de vennoten betaling eisen van de bedragen tot
de storting waarvan ze zich verbonden hebben en welke nodig lijken om haar
schulden en de kosten van vereffening te voldoen.
Art. 189
De vereffenaars moeten de algemene vergadering van vennoten bijeenroepen wanneer
vennoten die één vijfde van het maatschappelijk kapitaal
vertegenwoordigen, het vragen en zij moeten de algemene vergadering van
obligatiehouders bijeenroepen wanneer de obligatiehouders die één vijfde
van het bedrag van de in omloop zijnde obligaties vertegenwoordigen, het
vragen.
Art. 190
§ 1. Onverminderd de rechten van de bevoorrechte schuldeisers, betalen de
vereffenaars alle schulden naar evenredigheid en zonder onderscheid tussen
opeisbare en niet opeisbare schulden, onder aftrek, wat deze betreft, van
het disconto.
Zij mogen echter op eigen risico eerst de opeisbare schulden betalen,
ingeval de baten de lasten aanmerkelijk te boven gaan of de
schuldvorderingen op termijn voldoende gewaarborgd zijn, onverminderd het
recht van de schuldeisers om zich tot de rechtbank te wenden.
§ 2. Na betaling van de schulden of consignatie van de nodige gelden om
die te voldoen, verdelen de vereffenaars onder de vennoten de gelden of
waarden die gelijk verdeeld kunnen worden; zij overhandigen hun de
goederen die zij voor nadere verdeling hebben moeten overhouden.
Zij kunnen, met de in artikel 187 bedoelde machtiging, de aandelen van de
vennootschap inkopen, hetzij op de beurs, hetzij door middel van een bod
of een prijsaanvraag, gericht aan de vennoten, die allen aan de
verrichting moeten kunnen deelnemen.
Art. 191
In naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte
aansprakelijkheid is het lid van een college van vereffenaars dat
rechtstreeks of onrechtstreeks een belang van vermogensrechtelijke aard
heeft dat strijdig is met een beslissing of een aan het college
voorgelegde verrichting, gehouden de artikelen 259 en 523 na te komen, die
van overeenkomstige toepassing zijn.
Indien slechts één vereffenaar is benoemd en hij voor die
tegenstrijdigheid van belangen is geplaatst, dan stelt hij de vennoten
daarvan in kennis en de beslissing mag slechts worden genomen of de
verrichting mag slechts worden gedaan voor rekening van de vennootschap
door een lasthebber ad hoc.
Indien de vereffenaar de enige vennoot is van een besloten vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid, is artikel 261 van overeenkomstige
toepassing.
Art. 192
De vereffenaars zijn zowel jegens derden als jegens de vennoten
verantwoordelijk voor de vervulling van hun taak en aansprakelijk voor de
tekortkomingen in hun bestuur.
Art. 193
Elk jaar leggen de vereffenaars aan de algemene vergadering de
jaarrekening voor met vermelding van de redenen waarom de
vereffening niet kon worden voltooid.
Betreft het een naamloze vennootschap, een coöperatieve
vennootschap, een commanditaire vennootschap op aandelen of een
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, dan moeten
zij een jaarrekening opstellen overeenkomstig artikel 92, die
voorleggen aan de algemene vergadering en, binnen dertig dagen na
de datum van de vergadering, en ten laatste zeven maanden na de
datum van afsluiting van het boekjaar, neerleggen bij de Nationale
Bank van België, samen met de andere bij dit artikel
voorgeschreven stukken; de artikelen 101 en 102 zijn van
toepassing op deze neerlegging.
Art. 194
Na afloop van de vereffening en ten minste één maand voor de algemene
vergadering, leggen de vereffenaars op de zetel van de vennootschap de
rekeningen neer, samen met de stukken tot staving. Deze documenten worden
gecontroleerd door de commissaris. Bij ontstentenis van een commissaris,
beschikken de vennoten over een individueel onderzoeksrecht, waarbij zij
zich kunnen laten bijstaan door een bedrijfsrevisor of een externe
accountant.
In voorkomend geval aanhoort de algemene vergadering het verslag van de
commissaris en beslist over de kwijting.
Art. 195
§ 1. De afsluiting van de vereffening wordt bekendgemaakt overeenkomstig
de artikelen 67 en 73.
Deze bekendmaking behelst bovendien opgave :
1° van de plaats, door de algemene vergadering aangewezen, waar de boeken
en bescheiden van de vennootschap moeten worden neergelegd en bewaard
gedurende ten minste vijf jaar;
2° van de maatregelen, genomen voor de consignatie van de gelden en
waarden die aan schuldeisers of aan vennoten toekomen en die hun niet
konden worden afgegeven.
§ 2. In geval van gerechtelijke afsluiting van de vereffening, worden het
uittreksel uit de in kracht van gewijsde gegane of bij voorraad
uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de gerechtelijke afsluiting
van de vereffening wordt uitgesproken, alsook het uittreksel uit de
rechterlijke beslissing waarbij voornoemd bij voorraad uitvoerbaar vonnis
wordt teniet gedaan, neergelegd en bekendgemaakt overeenkomstig de
artikelen 67 en 73.
Dat uittreksel vermeldt :
1° de naam en de zetel van de vennootschap;
2° de datum van de beslissing en de rechter die ze heeft gewezen;
3° in voorkomend geval, de naam, de voornamen en het adres van de
vereffenaars; ingeval de vereffenaar een rechtspersoon is, bevat het
uittreksel de aanwijzing of de wijziging van de aanwijzing van de
natuurlijke persoon die deze vertegenwoordigt voor de uitoefening van de
vereffening;
4° de plaats waar de boeken en bescheiden van de vennootschap worden
neergelegd en gedurende ten minste vijf jaar moeten worden bewaard en de
in consignatie gegeven geldsommen en effecten die aan de schuldeisers of
aan de vennoten toekomen en die hun nog niet konden worden afgegeven.
HOOFDSTUK IV. – Strafbepaling
Art. 196
Worden gestraft met geldboete van vijftig frank tot tienduizend
frank :
1° de bestuurders of zaakvoerders die het bijzonder verslag,
samen met het verslag van de commissaris, van de bedrijfsrevisor
of van de externe accountant, niet voorleggen overeenkomstig
artikel 181;
2° de vereffenaars die een van de bij de artikelen 81, 82, 83, 1°,
84 tot 87, 95 en 96 gestelde verplichtingen niet nakomen;
3° de vereffenaars die verzuimen de algemene vergadering bijeen
te roepen, overeenkomstig artikel 189, binnen drie weken na het
hun gedane verzoek;
4° de vereffenaars die nalaten aan de algemene vergadering de
jaarrekening of de uitkomsten van de vereffening voor te leggen,
overeenkomstig de artikelen 193 en 194;
Indien de schending van de artikelen bedoeld in het eerste lid, 2°
gebeurt met bedrieglijk oogmerk kunnen zij bovendien worden
gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar of met
beide straffen samen.
TITEL X. - Rechtsvorderingen en verjaring
Art. 197
De rechtsvorderingen tegen vennootschappen verjaren door verloop van
dezelfde tijd als de rechtsvorderingen tegen natuurlijke personen.
Art. 198
§ 1. Door verloop van vijf jaren verjaren :
- alle rechtsvorderingen tegen vennoten, te rekenen van de bekendmaking
hetzij van hun uittreding hetzij van de akte van ontbinding van de
vennootschap, of te rekenen van het verstrijken van de overeengekomen
duur;
- alle rechtsvorderingen van derden tot teruggave van ten onrechte
uitgekeerde dividenden, te rekenen van de uitkering;
- alle rechtsvorderingen tegen de vereffenaars als zodanig, of bij
ontstentenis van vereffenaars, tegen de personen die krachtens artikel 185
als vereffenaars worden beschouwd, te rekenen van de bekendmaking
voorgeschreven bij artikel 195;
- alle rechtsvorderingen tegen zaakvoerders, bestuurders, commissarissen,
vereffenaars, wegens verrichtingen in verband met hun taak, te rekenen van
die verrichtingen of, indien ze met opzet verborgen zijn gehouden, te
rekenen van de ontdekking;
- alle rechtsvorderingen tot nietigverklaring van een naamloze
vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of
een commanditaire vennootschap op aandelen, gegrond op een vormgebrek, te
rekenen van de bekendmaking, indien het vennootschapscontract gedurende
ten minste vijf jaar is uitgevoerd, onverminderd de schadevergoeding, zo
daartoe grond bestaat.
§ 2. De vorderingen tot nietigverklaring van een fusie of splitsing,
bedoeld in artikel 689, kunnen niet meer worden ingesteld na het
verstrijken van een termijn van zes maanden te rekenen van de dag waarop
de fusie of de splitsing kan worden tegengeworpen aan degene die de
nietigheid inroept, dan wel wanneer de toestand is geregulariseerd.
De vorderingen tot nietigverklaring van een rechtshandeling, bedoeld in
artikel 688, kunnen niet meer worden ingesteld na het verstrijken van een
termijn van zes maanden te rekenen van de dag waarop die rechtshandeling
kan worden tegengeworpen aan degene die de nietigheid inroept.
De vorderingen tot nietigverklaring van een besluit van de algemene
vergadering bedoeld in artikel 178 kunnen niet meer worden ingesteld na
het verstrijken van een termijn van zes maanden te rekenen van de dag
waarop de besluiten kunnen worden tegengeworpen aan degene die de
nietigheid inroept of van de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen.
Art. 199
In alle vennootschappen kunnen de schuldeisers door de rechter de
geldstortingen doen bevelen die door de statuten zijn bedongen en
noodzakelijk zijn tot bewaring van hun rechten; de vennootschap kan de
rechtsvordering afweren door hun schuldvordering te voldoen naar haar
waarde, verminderd met het disconto.
De zaakvoerders of bestuurders zijn persoonlijk verplicht de daarop
gewezen vonnissen uit te voeren.
De schuldeisers kunnen overeenkomstig artikel 1166 van het Burgerlijk
Wetboek tegen de vennoten de rechten van de vennootschap uitoefenen ten
aanzien van de te verrichten geldstortingen die opeisbaar zijn krachtens
de statuten, een besluit van de vennootschap of een vonnis.
Art. 200
Op de beschuldigingen geuit tegen zaakvoerders, bestuurders en
commissarissen van besloten vennootschappen met beperkte
aansprakelijkheid, coöperatieve vennootschappen, naamloze vennootschappen
en commanditaire vennootschappen op aandelen zijn de artikelen 5, 6, 7 en
8 van het decreet van 20 juli 1831 op de drukpers van toepassing.
|