|
BOEK VIII
De naamloze vennootschap
TITEL I. - Aard en kwalificatie
Art. 437
De naamloze vennootschap is een vennootschap waarin de aandeelhouders
slechts een bepaalde inbreng verbinden.
Art. 438
Een naamloze vennootschap wordt geacht een openbaar beroep op het
spaarwezen te doen of gedaan te hebben wanneer zij een openbaar beroep
heeft gedaan op het spaarwezen in België of in het buitenland via een
openbaar aanbod tot inschrijving, een openbaar aanbod tot verkoop, een
openbaar aanbod tot omruiling of nà de opneming in een notering in de
zin van artikel 4 van obligaties of effecten die al
dan niet het kapitaal vertegenwoordigen en al dan niet stemrecht
verlenen, alsook van effecten die recht geven op inschrijving op of
verwerving van dergelijke effecten of op omzetting in dergelijke
effecten.
Wanneer een naamloze vennootschap voornemens is om voor de eerste maal
een openbaar beroep op het spaarwezen te doen in de zin van het eerste
lid, moet zij eerst haar statuten wijzigen om er haar hoedanigheid in te
vermelden van naamloze vennootschap die een openbaar beroep op het
spaarwezen doet of gedaan heeft en om ze, zo nodig, aan te passen aan de
voor dergelijke vennootschappen geldende wettelijke en
verordeningsbepalingen. Bovendien moet zij zich inschrijven bij de
Commissie voor het Bank- en Financiewezen.
Een naamloze vennootschap wordt niet langer geacht een openbaar beroep
op het spaarwezen te doen of gedaan te hebben en moet haar statuten
dienovereenkomstig aanpassen, hetzij na afloop van het in artikel 513
bedoelde uitkoopbod, hetzij wanneer zij bewijst dat alle obligaties of
effecten waarmee een van de in het tweede lid bedoelde verrichtingen
zijn uitgevoerd, niet meer onder het publiek verspreid zijn.
De Commissie voor het Bank- en Financiewezen stelt elk jaar een lijst op
van de naamloze vennootschappen die een openbaar beroep op het
spaarwezen doen of gedaan hebben. Deze lijst en alle wijzigingen die er
tijdens het jaar in worden aangebracht, worden bekendgemaakt in het
Belgisch Staatsblad. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor
het Bank- en Financiewezen, op welke wijze een vennootschap die is
ingeschreven op die lijst, haar schrapping kan vragen of kan worden
weggelaten uit die lijst.
De Koning bepaalt welke bijdrage in de werkingskosten van de Commissie
voor het Bank- en Financiewezen is verschuldigd door de vennootschappen
die worden ingeschreven op, geschrapt van of weggelaten uit de lijst
bedoeld in het vierde lid.
TITEL II. – Oprichting
HOOFDSTUK I. - Bedrag van het kapitaal
Art. 439
Het maatschappelijk kapitaal mag niet minder bedragen dan twee miljoen
vijfhonderdduizend frank (61.500
EURO KB 23/07/2001, inwerkingtreding 01/01/2001).
Art. 440
Voor de oprichting van de vennootschap overhandigen de oprichters aan de
optredende notaris een financieel plan waarin zij het bedrag van het
maatschappelijk kapitaal van de op te richten vennootschap
verantwoorden. Dit stuk wordt niet openbaar gemaakt met de akte, maar
door de notaris bewaard.
HOOFDSTUK II. - Plaatsing van het kapitaal
Afdeling I. - Volledige plaatsing
Art. 441
Het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap moet volledig en,
niettegenstaande enig andersluidend beding, onvoorwaardelijk
geplaatst zijn.
Art. 442
§ 1. De vennootschap mag niet inschrijven op haar eigen aandelen of op
certificaten welke betrekking hebben op die aandelen en worden
uitgegeven op het tijdstip van uitgifte van die aandelen, noch
rechtstreeks, noch door een dochtervennootschap, noch door een persoon
die handelt in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap of de
dochtervennootschap.
De persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap of
van de dochtervennootschap op aandelen of op certificaten bedoeld in het
eerste lid heeft ingeschreven, wordt geacht voor eigen rekening te
hebben gehandeld.
Alle rechten verbonden aan aandelen of aan certificaten bedoeld in het
eerste lid waarop de vennootschap of haar dochtervennootschap heeft
ingeschreven, blijven geschorst zolang die aandelen of die certificaten
niet zijn vervreemd.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de inschrijving op aandelen
of op certificaten bedoeld in § 1 van een vennootschap door een
dochtervennootschap die in haar hoedanigheid van professionele
effectenhandelaar, een beursvennootschap of een kredietinstelling is.
Afdeling II. - Inbreng in natura
Art. 443
Inbreng anders dan in geld, komt slechts in aanmerking voor vergoeding
met aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, wanneer
hij bestaat uit vermogensbestanddelen die naar economische maatstaven
kunnen worden gewaardeerd, met uitsluiting van verplichtingen tot het
verrichten van werk of van diensten. Deze inbreng wordt inbreng in
natura genoemd.
Art. 444
In geval van een inbreng in natura, wordt vóór de oprichting van de
vennootschap een bedrijfsrevisor aangewezen door de oprichters.
De revisor maakt een verslag op, inzonderheid over de beschrijving van
elke inbreng in natura en over de toegepaste methoden van waardering.
Het verslag moet aangeven of de waarden waartoe deze methoden leiden,
ten minste overeenkomen met het aantal en de nominale waarde of, bij
gebreke van een nominale waarde, de fractiewaarde van de tegen de
inbreng uit te geven aandelen.
Het verslag vermeldt welke werkelijke vergoeding als tegenprestatie voor
de inbreng wordt verstrekt.
In een bijzonder verslag zetten de oprichters uiteen waarom de inbreng
in natura van belang is voor de vennootschap en eventueel ook waarom
afgeweken wordt van de conclusies van het verslag van de revisor. Dat
verslag wordt, samen met het verslag van de revisor, neergelegd op de
griffie van de rechtbank van koophandel, overeenkomstig artikel 75.
Afdeling III. - Quasi-inbreng
Art. 445
Omtrent elk vermogensbestanddeel toebehorend aan een persoon door of
namens wie de oprichtingsakte is ondertekend, of, in geval van
oprichting door inschrijving, die de ontwerp-oprichtingsakte heeft
ondertekend, aan een bestuurder of aan een aandeelhouder dat de
vennootschap overweegt binnen twee jaar te rekenen van de oprichting, in
voorkomend geval met toepassing van artikel 60, te verkrijgen tegen een
vergoeding van ten minste een tiende gedeelte van het geplaatste
kapitaal, wordt een verslag opgemaakt door een commissaris, of in
vennootschappen waar die er niet is, door een bedrijfsrevisor, die wordt
aangewezen door de raad van bestuur.
Het eerste lid is van toepassing op de overdracht gedaan door een
persoon die handelt in eigen naam, maar voor rekening van een in het
eerste lid bedoelde persoon.
Art. 446
Artikel 445 is niet van toepassing op verkrijgingen in het gewone
bedrijf van de vennootschap die plaatshebben op de voorwaarden en tegen
de zekerheden die zij normaal voor soortgelijke verrichtingen eist, en
evenmin op verkrijgingen ter beurze, noch op verkrijgingen bij een
gerechtelijke verkoop.
Art. 447
Het verslag bedoeld in artikel 445, vermeldt de naam van de eigenaar van
het goed dat de vennootschap voornemens is te verkrijgen, de
beschrijving van dit goed, evenals de vergoeding die werkelijk als
tegenprestatie voor de verkrijging wordt verstrekt en de toegepaste
methoden van waardering. Het verslag moet aangeven of de waarden waartoe
deze methoden leiden, ten minste gelijk zijn aan de als tegenprestatie
verstrekte vergoeding.
In een bijzonder verslag, waarbij het in het eerste lid bedoelde verslag
wordt gevoegd, zet de raad van bestuur uiteen waarom de overwogen
verkrijging van belang is voor de vennootschap en eventueel ook waarom
afgeweken wordt van de conclusies van het bijgevoegde verslag. Het
bijzonder verslag van de raad van bestuur en het bijgevoegde verslag
worden op de griffie van de rechtbank van koophandel neergelegd
overeenkomstig artikel 75.
Deze verkrijging behoeft vooraf de goedkeuring van de algemene
vergadering. De in het tweede lid genoemde verslagen worden in de agenda
vermeld. Een exemplaar ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel
535.
De beslissing van de algemene vergadering genomen terwijl de verslagen
bedoeld in dit artikel ontbreken, is nietig.
HOOFDSTUK III. - Storting van het kapitaal
Art. 448
Vanaf de oprichting van de vennootschap moet het kapitaal volgestort zijn
ten belope van het minimum bepaald in artikel 439.
Bovendien :
1° moet op ieder aandeel dat overeenstemt met inbreng in geld en
op ieder aandeel dat geheel of ten dele overeenstemt met inbreng
in natura, een vierde worden gestort;
2° moeten de aandelen die geheel of ten dele inbrengen in natura
vertegenwoordigen, volgestort zijn binnen een termijn van vijf
jaar na de oprichting van de vennootschap.
Art. 449
In geval van inbreng in geld, te storten bij het verlijden van de akte,
wordt dat geld vóór de oprichting van de vennootschap bij storting of
overschrijving gedeponeerd op een bijzondere rekening, ten name van de
vennootschap in oprichting geopend bij De Post (Postcheque) of bij een
in België gevestigde kredietinstelling die geen gemeentespaarkas is en
waarop de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen van toepassing is. Een bewijs van die deponering
wordt aan de akte gehecht.
De bijzondere rekening wordt uitsluitend ter beschikking gehouden van de
op te richten vennootschap. Over die rekening kan alleen worden beschikt
door personen die bevoegd zijn om de vennootschap te verbinden, en eerst
nadat de optredende notaris aan de instelling bericht heeft gegeven van
het verlijden van de akte.
Indien de vennootschap niet binnen drie maanden na de opening van de
bijzondere rekening is opgericht, wordt het geld teruggegeven aan de
deposanten die erom verzoeken.
HOOFDSTUK IV. – Oprichtingsformaliteiten
Afdeling I. - Wijze van oprichting
Art. 450
De vennootschap kan worden opgericht bij één of meer authentieke
akten, bij het verlijden waarvan alle aandeelhouders verschijnen, hetzij
in persoon, hetzij door een houder van een authentieke of een
onderhandse volmacht.
Zij die bij deze akten verschijnen, worden als oprichters van de
vennootschap beschouwd. Indien evenwel de akten één of meer
aandeelhouders die samen ten minste een derde van het maatschappelijk
kapitaal bezitten, als oprichters aanwijzen, worden de overige
verschijnenden, die zich beperken tot het inschrijven op aandelen tegen
geld, zonder rechtstreeks of zijdelings enig bijzonder voordeel te
genieten, als gewone inschrijvers beschouwd.
Art. 451
De vennootschap kan ook worden opgericht door middel van inschrijvingen.
In dat geval wordt de vennootschapsakte vooraf opgemaakt in authentieke
vorm en als ontwerp bekendgemaakt. Zij die bij deze akte verschijnen,
worden als oprichters van de vennootschap beschouwd.
Het inschrijvingsbiljet wordt opgemaakt in tweevoud en vermeldt :
1° de datum van de als ontwerp bekendgemaakte akte van vennootschap en
die van haar bekendmaking;
2° de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de oprichters;
3° het maatschappelijk kapitaal en het aantal aandelen;
4° de storting, op elk aandeel, van ten minste een vierde van het
bedrag waarvoor is ingeschreven of de verbintenis deze storting te doen
uiterlijk bij de definitieve oprichting van de vennootschap.
In het inschrijvingsbiljet worden de inschrijvers opgeroepen tot een
vergadering, die binnen drie maanden zal worden gehouden voor de
definitieve oprichting van de vennootschap.
Art. 452
Op de bepaalde dag moeten de oprichters in de vergadering, die ten
overstaan van een notaris zal worden gehouden, aan de hand van de
stukken aantonen dat aan de vereisten van de artikelen 439, 443 en 448,
eerste en tweede lid, 1°, voldaan is.
Indien de meerderheid van de aanwezige inschrijvers, de oprichters niet
meegerekend, zich niet tegen de oprichting van de vennootschap verzet,
verklaren de oprichters dat deze definitief is opgericht.
Het authentieke proces-verbaal van deze vergadering, waarin de lijst der
inschrijvers en de staat van de gedane stortingen moeten worden
opgenomen, brengt de vennootschap definitief tot stand.
Afdeling II. - Vermeldingen in de oprichtingsakte
Art. 453
Naast de gegevens opgenomen in het uittreksel bestemd voor bekendmaking
overeenkomstig artikel 69, worden in de vennootschapsakte de volgende
gegevens vermeld :
1° de naleving van de wettelijke voorwaarden met betrekking tot de
plaatsing en de storting van het kapitaal;
2° de regeling, voor zover deze niet uit de wet voortvloeit, van het
aantal en de wijze van benoeming van de leden van de organen die belast
zijn met het bestuur en, in voorkomend geval, het dagelijks bestuur, de
vertegenwoordiging tegenover derden en de controle op de vennootschap,
alsmede de verdeling van de bevoegdheden tussen die organen;
3° het aantal en de nominale waarde van de aandelen of, indien ze zijn
uitgegeven zonder vermelding van nominale waarde, hun aantal alleen,
alsmede eventueel de bijzondere voorwaarden die hun overdracht beperken
en, indien er verschillende soorten aandelen bestaan, dezelfde gegevens
voor elk der soorten en de rechten die aan de aandelen van elke soort
zijn verbonden;
4° het aantal winstbewijzen, de rechten die daaraan zijn verbonden
alsmede eventueel de bijzondere voorwaarden die hun overdracht beperken
en, indien er verschillende soorten winstbewijzen bestaan, dezelfde
gegevens voor elk der soorten;
5° of de aandelen op naam of aan toonder luiden dan wel
gedematerialiseerd zijn, alsmede alle andere bepalingen inzake
omwisseling voorzover zij verschillen van die waarin de wet voorziet;
6° de nadere omschrijving van elke inbreng in natura, de naam van de
inbrenger, de naam van de bedrijfsrevisor en de conclusies van zijn
verslag, het aantal en de nominale waarde van de aandelen of, bij
gebreke van nominale waarde, het aantal aandelen die tegen elke inbreng
zijn uitgegeven alsmede, in voorkomend geval, de andere voorwaarden
waarop de inbreng is gedaan;
7° de oorzaak en de omvang van de bijzondere voordelen die worden
toegekend aan elke oprichter of aan ieder die rechtstreeks of zijdelings
aan de oprichting van de vennootschap deelgenomen heeft;
8° het totale bedrag, althans bij benadering, van de kosten, uitgaven,
vergoedingen of lasten, in welke vorm ook, die voor rekening van de
vennootschap komen of worden gebracht wegens haar oprichting;
9° de instelling waarbij de in geld te storten inbreng naar het
voorschrift van artikel 449 is gedeponeerd;
10° de overdrachten onder bezwarende titel gedurende de vijf voorgaande
jaren van de onroerende goederen die bij de vennootschap zijn
ingebracht, alsmede de bedingen waaronder deze overdrachten hebben
plaatsgehad;
11° de hypothecaire lasten of pandrechten waarmee de ingebrachte
goederen zijn bezwaard;
12° de voorwaarden waaronder de ingebrachte optierechten kunnen worden
uitgeoefend.
In de volmachten moeten de gegevens bedoeld in artikel 69, 1°, 2°, 3°,
5°, 11°, en in het 2° van dit artikel worden opgenomen.
HOOFDSTUK V. – Nietigheid
Art. 454
De nietigheid van een naamloze vennootschap kan alleen in de
hiernavolgende gevallen worden uitgesproken :
1° wanneer de oprichting niet in de vereiste vorm heeft plaatsgehad;
2° wanneer in de oprichtingsakte geen gegevens voorkomen omtrent de
naam en het doel van de vennootschap, de inbreng of het bedrag van het
geplaatste kapitaal;
3° wanneer het doel van de vennootschap ongeoorloofd is of strijdig met
de openbare orde;
4° wanneer het aantal op geldige wijze verbonden aandeelhouders die in
persoon of door houders van een volmacht bij de akte zijn verschenen,
minder bedraagt dan twee.
Art. 455
Bepalingen van de oprichtingsakte betreffende de verdeling van de winst
of het verlies die strijdig zijn met artikel 32, worden voor niet
geschreven gehouden.
HOOFDSTUK VI. – Aansprakelijkheid
Art. 456
Niettegenstaande elk hiermee strijdig beding, zijn de oprichters jegens
de belanghebbenden hoofdelijk gehouden :
1° voor het volle gedeelte van het kapitaal waarvoor niet op geldige
wijze is ingeschreven overeenkomstig artikel 441, alsmede voor het
eventuele verschil tussen het minimumkapitaal vereist bij artikel 439 en
het bedrag van de inschrijvingen; zij worden van rechtswege als
inschrijvers ervan beschouwd;
2° tot werkelijke storting van het in artikel 439, bepaalde
minimumkapitaal, tot werkelijke storting van een vierde op de aandelen, tot volstorting binnen vijf jaar van de aandelen die geheel of
ten dele overeenstemmen met inbreng in natura, krachtens artikel 448,
alsmede tot werkelijke volstorting van het gedeelte van het kapitaal
waarvoor zij overeenkomstig de bepaling onder 1° als inschrijvers
worden beschouwd;
3° tot vergoeding van de schade die het onmiddellijke en rechtstreekse
gevolg is, hetzij van de nietigheid van de vennootschap uitgesproken op
grond van artikel 454, hetzij van het ontbreken of de onjuistheid van de
bij de artikelen 451 en 453 voorgeschreven vermeldingen in de akte of in
het ontwerp van akte van vennootschap en in de inschrijvingsbiljetten,
hetzij van de kennelijke overwaardering van inbrengen in natura;
4° voor de verbintenissen van de vennootschap, naar een verhouding die
de rechter vaststelt, in geval van faillissement, uitgesproken binnen
drie jaar na de oprichting, indien het maatschappelijk kapitaal bij de
oprichting kennelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de
voorgenomen bedrijvigheid over ten minste twee jaar. Het financieel
plan, voorgeschreven door artikel 440, wordt in dit geval door de
notaris, op verzoek van de rechter-commissaris of van de procureur des
Konings, aan de rechtbank overgelegd.
Art. 457
De personen door of namens wie de oprichtingsakte of, in geval van
oprichting door inschrijving, de ontwerp-oprichtingsakte is ondertekend,
zijn hoofdelijk gehouden tot volstorting van de aandelen waarop
rechtstreeks of middels certificaten is
ingeschreven in strijd met artikel 442.
Art. 458
Niettegenstaande enige andersluidende bepaling zijn de bestuurders
jegens belanghebbenden hoofdelijk aansprakelijk voor de vergoeding van
alle schade die het onmiddellijke en rechtstreekse gevolg is van de
kennelijke overwaardering van de vermogensbestanddelen verkregen onder
de voorwaarden van artikel 445.
Art. 459
Zij die een verbintenis voor derden hebben aangegaan, hetzij als
lasthebber, hetzij door zich voor hen sterk te maken, worden geacht
persoonlijk verbonden te zijn, indien er geen geldige lastgeving bestaat
of indien de verbintenis niet is bekrachtigd binnen twee maanden nadat
ze is aangegaan; deze termijn wordt verminderd tot vijftien dagen,
indien de namen van de personen voor wie de verbintenis is aangegaan,
niet zijn opgegeven. De oprichters zijn hoofdelijk gehouden tot nakoming
van die verbintenissen.
TITEL III. - Effecten en hun overdracht en overgang
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Art. 460
In een naamloze vennootschap kunnen er aandelen, winstbewijzen,
obligaties en warrants bestaan.
Deze effecten zijn op naam, aan toonder of gedematerialiseerd. Zij zijn
voorzien van een volgnummer.
Art. 461
Indien een effect aan verscheidene eigenaars toebehoort, kan de
vennootschap de uitoefening van de eraan verbonden rechten schorsen
totdat een enkele persoon is aangewezen als eigenaar van het effect ten
aanzien van de vennootschap.
HOOFDSTUK II. - De vorm van effecten
Afdeling I. - Effecten op naam
Art. 462
De eigenaars van effecten aan toonder kunnen te allen tijde vragen dat
deze op hun kosten worden omgezet in effecten op naam.
Art. 463
In de zetel van de vennootschap wordt een register gehouden voor elke
categorie van effecten op naam als bedoeld in artikel 460. De houders
van effecten kunnen inzage nemen van het register dat op hun effecten
betrekking heeft.
In het register van aandelen op naam wordt aangetekend :
1° nauwkeurige gegevens betreffende de persoon van elke aandeelhouder,
alsmede het getal van de hem toebehorende aandelen;
2° de gedane stortingen;
3° de overgangen en overdrachten met hun datum en de omzetting van
aandelen op naam in aandelen aan toonder of in gedematerialiseerde
aandelen voorzover de statuten omzetting toelaten;
4° de uitdrukkelijke vermelding van de nietigheid van effecten bedoeld
in artikel 625.
In het register van de winstbewijzen op naam en van de effecten op naam
die daarop rechtstreeks of onrechtstreeks recht geven, wordt aangetekend
:
1° de vermelding van de aard van deze effecten;
2° de datum van hun uitgifte;
3° de voorwaarden van hun overdracht;
4° de overgangen en overdrachten met hun datum en de omzetting van
winstbewijzen op naam in winstbewijzen aan toonder of in
gedematerialiseerde winstbewijzen, voorzover de statuten omzetting
toelaten.
In het register van de obligaties op naam wordt aangetekend :
1° nauwkeurige gegevens betreffende de persoon van elke
obligatiehouder, alsmede het getal van de hem toebehorende obligaties;
2° de overdrachten en overgangen van obligaties met hun datum en de
omzetting van obligaties op naam in obligaties aan toonder of in
gedematerialiseerde obligaties, voor zover de statuten omzetting
toelaten.
Art. 464
De raad van bestuur kan besluiten tot splitsing van een register van
effecten op naam in twee delen, waarvan het ene zal berusten in de zetel
van de vennootschap en het andere buiten die zetel, in België of in het
buitenland.
Van elk deel wordt een kopie bewaard op de plaats waar het andere deel
berust; daartoe wordt gebruikgemaakt van fotokopieën.
Deze kopie wordt regelmatig bijgehouden en, indien zulks onmogelijk
blijkt, bijgewerkt zodra de omstandigheden het toelaten.
De houders van effecten op naam zijn gerechtigd die naar keuze in een
van de twee delen van het register te laten inschrijven.
De houders van effecten kunnen kennisnemen van de twee delen van het
register dat op hun effecten betrekking heeft, alsmede van hun kopie.
De plaats waar het tweede deel van het register berust, wordt door de
raad van bestuur bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch
Staatsblad. Zij kan gewijzigd worden bij een gewoon besluit van de raad
van bestuur.
Het besluit van de raad van bestuur om het register van de effecten op
naam in twee delen te splitsen, kan slechts gewijzigd worden bij een
besluit van de algemene vergadering, in de vorm voorgeschreven voor de
wijziging van de statuten.
De Koning bepaalt op welke wijze de inschrijving in de twee delen
geschiedt.
Art. 465
De eigendom van de effecten op naam wordt bewezen door de inschrijving
in de registers, voorgeschreven door artikel 463.
Van die inschrijving worden certificaten afgegeven aan de houders van
effecten.
De certificaten van de winstbewijzen op naam bevatten de vermeldingen
voorgeschreven door artikel 463, derde lid.
Op de certificaten van de hypothecaire obligaties op naam wordt de akte
van hypotheekvestiging aangeduid met vermelding van de datum van de
inschrijving, van de rang van de hypotheek en van de bepaling van het
laatste lid van artikel 493 aangaande de vernieuwing van de
inschrijving.
Afdeling II. - Effecten aan toonder
Art. 466
De effecten aan toonder worden door ten minste twee bestuurders
ondertekend; de handtekeningen mogen vervangen worden door naamstempels.
Het aandeel aan toonder moet inhouden :
1° de datum van de akte van oprichting der vennootschap en die van haar
bekendmaking;
2° het getal en de aard van elk soort van aandelen, alsmede de nominale
waarde van de aandelen of het gedeelte van het maatschappelijk kapitaal
dat zij vertegenwoordigen, en het getal van de stemmen dat verbonden is
aan elke soort van aandelen;
3° de beknopte beschrijving van de inbrengen, alsmede de voorwaarden
waaronder zij gedaan zijn;
4° de bijzondere voordelen aan de oprichters toegekend;
5° de duur van de vennootschap;
6° de opgave van dag en uur van de jaarvergadering.
De obligatie aan toonder moet inhouden :
1° de datum van de akte van oprichting der vennootschap en die van haar
bekendmaking;
2° het getal en de aard van elke soort van obligaties;
3° de duur van de vennootschap;
4° het volgnummer, de nominale waarde, de rentevoet, het tijdstip en de
plaats van betaling van de rente, en de voorwaarden van aflossing;
5° het bedrag van de uitgifte waarvan zij deel uitmaken, en de
bijzondere waarborgen daarvoor gesteld;
6° het bedrag nog verschuldigd op iedere vroegere uitgifte van
obligaties met opgave van de gestelde waarborgen.
De winstbewijzen aan toonder moeten de vermeldingen inhouden
voorgeschreven door artikel 463, derde lid.
Op de hypothecaire obligaties aan toonder wordt de akte van
hypotheekvestiging aangeduid met vermelding van de datum van de
inschrijving, van de rang van de hypotheek en van de bepaling van het
laatste lid van artikel 493 aangaande de vernieuwing van de
inschrijving.
Art. 467
De Koning bepaalt de regels met betrekking tot de vorm van de effecten.
Afdeling III. - Gedematerialiseerde effecten
Art. 468
Het gedematerialiseerde effect wordt vertegenwoordigd door een boeking
op rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een erkende
instelling die rekeningen bijhoudt, hierna erkende rekeninghouder
genoemd.
Het op rekening geboekte effect wordt overgedragen door overschrijving
van rekening op rekening.
De Koning wijst per categorie effecten de instelling aan die belast
wordt met de vereffening van transacties met gedematerialiseerde
effecten, hierna de vereffeningsinstelling te noemen. Hij erkent de
rekeninghouders, op individuele wijze of op algemene wijze per categorie
van instellingen, naar gelang van hun bedrijvigheid.
Het aantal van de op elk ogenblik in omloop zijnde gedematerialiseerde
effecten, wordt, per categorie van effecten, in het register van de
effecten op naam, ingeschreven op naam van de vereffeningsinstelling.
Art. 469
De erkende rekeninghouders moeten de gedematerialiseerde effecten
die zij houden voor rekening van derden en voor eigen rekening,
bijhouden op rekeningen geopend bij de vereffeningsinstelling of
bij de enige instelling die voor hen als tussenpersoon ten
opzichte van de instelling optreedt.
De in dit artikel bedoelde gedematerialiseerde effecten die een
erkende rekeninghouder in pand geeft aan een andere erkende
rekeninghouder, mogen nochtans op een bijzondere pandrekening bij
deze laatste aangehouden worden.
In afwijking van de bepalingen van het eerste lid, kan de Koning
bijzondere regels uitvaardigen betreffende het aanhouden op
rekening van in dit artikel bedoelde gedematerialiseerde effecten,
door een instelling die een vereffeningsstelsel van effecten
beheert, bij een andere soortgelijke instelling, teneinde de
overdracht van de genoemde effecten tussen deze
vereffeningsstelsels van effecten te vergemakkelijken.
Art. 470
Voor de vestiging van een burgerlijk pand of een handelspand op de
gedematerialiseerde effecten bedoeld in artikel 469, geschiedt de
inbezitstelling op geldige wijze door de inboeking van deze effecten op
een bijzondere rekening geopend bij een instelling die rekeningen
bijhoudt op naam van een overeen te komen persoon. De in pand gegeven
effecten worden geïdentificeerd volgens hun aard, zonder opgave van
nummer. Het aldus gevestigde pand is rechtsgeldig en kan aan derden
worden tegengeworpen zonder andere formaliteit.
Onverminderd andere door de wet bepaalde middelen van tegeldemaking, is
de pandhoudende schuldeiser, bij gebreke van betaling, gerechtigd om het
pand, gevestigd op de in artikel 469 bedoelde effecten die, hetzij
toegelaten zijn tot de officiële notering op een effectenbeurs of die
verhandeld worden op een gereglementeerde, regelmatig werkende, erkende
en open markt, hetzij bestaan uit titels van overdraagbare en liquide
schuldvorderingen waarvan de waarde op ieder ogenblik of ten minste
tweemaal per maand nauwkeurig kan worden bepaald, in België of in het
buitenland, tegelde te maken binnen de, rekening houdend met het volume
van de transacties, kortst mogelijke termijnen, na de schuldenaar of de
derde pandgever schriftelijk in gebreke te hebben gesteld. De opbrengst
van de tegeldemaking van deze effecten wordt verrekend met de
schuldvordering in hoofdsom, interesten en kosten, van de pandhoudende
schuldeiser. Het eventuele saldo komt de pandgevende schuldenaar toe.
Art. 471
De eigenaars van gedematerialiseerde effecten, bedoeld in artikel 469
kunnen hun onlichamelijke zakelijke rechten alleen laten gelden jegens
de erkende rekeninghouder bij wie deze effecten op rekening werden
geboekt of, indien zij die effecten rechtstreeks aanhouden bij de
vereffeningsinstelling, jegens laatstgenoemde. Bij wijze van
uitzondering kunnen zij :
- een recht van terugvordering uitoefenen overeenkomstig de bepalingen
van dit artikel en de artikelen 9bis, tweede tot vierde lid, van het
koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 ter bevordering van de
omloop van effecten;
- rechtreeks hun associatieve rechten uitoefenen bij de emittent;
- in geval van faillissement of in alle andere gevallen van samenloop in
hoofde van de emittent rechtstreeks hun recht van verhaal tegen deze
uitoefenen.
In geval van faillissement van de erkende rekeninghouder of in alle
andere gevallen van samenloop, geschiedt de terugvordering van het
aantal van de in artikel 469 bedoelde gedematerialiseerde effecten, dat
door de erkende rekeninghouder verschuldigd is, op collectieve wijze op
de algemeenheid van de gedematerialiseerde effecten van dezelfde
categorie, die op naam van de erkende rekeninghouder zijn ingeschreven
bij andere erkende rekeninghouders of bij de vereffeningsinstelling.
Indien in het geval bedoeld in het tweede lid, deze algemeenheid
onvoldoende is om de volledige terugbetaling te verzekeren van de op
rekening geboekte verschuldigde effecten, wordt zij verdeeld onder de
eigenaars in verhouding tot hun rechten.
Indien de erkende rekeninghouder zelf eigenaar is van een aantal
gedematerialiseerde effecten van dezelfde categorie, wordt hem, bij de
toepassing van het derde lid, slechts het aantal effecten toegekend dat
overblijft nadat het volledige aantal van de door hem voor rekening van
derden gehouden effecten van dezelfde categorie, is terugbetaald.
Wanneer een tussenpersoon voor andermans rekening in artikel 469
bedoelde gedematerialiseerde effecten heeft laten inschrijven op zijn
naam of op naam van een derde persoon, mag de eigenaar voor rekening
waarvan deze inschrijving is genomen, van de erkende rekeninghouder of
van het vereffeningsstelsel teruggave vorderen van het tegoed dat op
naam van deze tussenpersoon of derde persoon is ingeschreven. Deze
terugvordering wordt uitgeoefend volgens de in het eerste tot vierde lid
omschreven regels.
De teruggave van de in artikel 469 bedoelde gedematerialiseerde effecten
geschiedt door overschrijving op een effectenrekening bij een andere
erkende rekeninghouder, aangewezen door de persoon die het
terugvorderingsrecht uitoefent.
Art. 472
Derdenbeslag is niet toegelaten op de rekeningen van gedematerialiseerde
effecten geopend op naam van een erkende rekeninghouder bij de
vereffeningsinstelling.
Onverminderd de toepassing van artikel 471 mogen de schuldeisers van de
eigenaar van de effecten, in geval van faillissement van de eigenaar of
in alle andere gevallen van samenloop, hun rechten laten gelden op het
beschikbaar saldo van de effecten dat op naam en voor rekening van hun
schuldenaar is ingeschreven, na aftrek of optelling van de effecten die,
ingevolge voorwaardelijke verbintenissen, verbintenissen waarvan het
bedrag onzeker is of verbintenissen op termijn, in voorkomend geval, op
de dag van het faillissement of het ontstaan van de samenloop, geboekt
waren op een afzonderlijk deel van de effectenrekening, en waarvan de
samenvoeging met het beschikbaar saldo uitgesteld is tot aan de
vervulling van de voorwaarde, de vaststelling van het bedrag of het
vervallen van de termijn.
Art. 473
De betaling van vervallen dividenden, interesten en kapitalen van
gedematerialiseerde effecten, aan de vereffeningsinstelling, is
bevrijdend voor de uitgever.
De vereffeningsinstelling stort deze dividenden, interesten en kapitalen
door aan de erkende rekeninghouders, overeenkomstig de bedragen aan
gedematerialiseerde effecten die op de vervaldag geboekt staan op hun
naam. Deze betalingen zijn bevrijdend voor de vereffeningsinstelling.
Art. 474
Alle associatieve rechten van de eigenaars van gedematerialiseerde
effecten en alle rechten van verhaal in geval van faillissement van de
emittent ervan of in alle andere gevallen van samenloop tegen
laatstgenoemde, worden uitgeoefend na voorlegging van een attest dat
door de erkende rekeninghouder of door de vereffeningsinstelling wordt
opgesteld, dat het aantal gedematerialiseerde effecten bevestigt dat op
naam van de eigenaar of van de tussenpersoon is ingeschreven op de datum
vereist voor de uitoefening van deze rechten.
Art. 475
Met het oog op de uitvoering van de artikelen 469 tot 474, kan de Koning
de voorwaarden bepalen voor het houden van de rekeningen door de erkende
rekeninghouders, de werkingswijze van de rekeningen, de aard van de
certificaten die aan de houders van de rekeningen afgegeven moeten
worden en de wijze van betaling van vervallen dividenden, interesten en
kapitalen door de erkende rekeninghouders en de vereffeningsinstelling.
HOOFDSTUK III. - Categorieën van effecten
Afdeling I. – Aandelen
Onderafdeling I. – Algemeen
Art. 476
Het kapitaal van de naamloze vennootschappen is verdeeld in vrij
overdraagbare aandelen, al dan niet met stemrecht, en met of zonder
vermelding van waarde.
Art. 477
De aandelen zijn op naam totdat zij zijn volgestort.
Art. 478
§ 1. De vennootschap mag een of meer verzamelaandelen aan toonder, die
aandelen aan toonder met achtereenvolgende nummers vertegenwoordigen,
creëren, hetzij op eigen initiatief op het ogenblik van de uitgifte,
hetzij later, op verzoek en op kosten van de houder bij wege van
omruiling van bestaande aandelen aan toonder.
Elke andere ruil of hergroepering van aandelen geschiedt tegen de
voorwaarden en op de wijze vastgesteld door de statuten, onverminderd
artikel 462.
De aandelen aan toonder en de verzamelaandelen die aandelen aan toonder
vertegenwoordigen, zijn van een volgnummer voorzien.
§ 2. De aandelen aan toonder kunnen worden gesplitst in onderaandelen
die, in voldoende aantal verenigd, dezelfde rechten geven als het
enkelvoudige aandeel, behoudens het bepaalde in artikel 560.
Art. 479
De staat van het maatschappelijk kapitaal wordt ten minste eens in het
jaar tegelijk met de jaarrekening neergelegd, overeenkomstig de
artikelen 98 en 100.
Daarin moeten worden opgegeven :
1° het aantal geplaatste aandelen;
2° gedane stortingen;
3° de lijst van de aandeelhouders die hun aandelen niet volgestort
hebben, met vermelding van het bedrag dat zij nog verschuldigd zijn.
De bekendmaking in de vorm van een mededeling van de neerlegging van die
lijst heeft dezelfde waarde als een bekendmaking overeenkomstig artikel
75.
Onderafdeling II. - Aandelen zonder stemrecht
Art. 480
In geval van uitgifte van
aandelen zonder stemrecht :
1° mogen zij niet meer dan één derde van het maatschappelijk
kapitaal vertegenwoordigen;
2° moeten zij in geval van uitkeerbare winst in de zin van
artikel 617 recht geven op een preferent en, behoudens
andersluidende bepaling in de statuten, overdraagbaar dividend
waarvan het bedrag wordt vastgesteld bij de uitgifte, alsmede op
een recht in de uitkering van het winstoverschot, waarvan het
bedrag niet lager mag zijn dan dat uitgekeerd aan de houders van
aandelen met stemrecht;
3° moeten zij een voorrecht verlenen op de terugbetaling van de
kapitaalinbreng, in voorkomend geval vermeerderd met de
uitgiftepremie, alsook een recht bij de uitkering van het na
vereffening overblijvende saldo, waarvan het bedrag niet lager mag
zijn dan dat uitgekeerd aan de houders van aandelen met stemrecht.
Art. 481
Niettegenstaande enige
andersluidende bepaling in de statuten, hebben de houders van
aandelen zonder stemrecht toch stemrecht in de volgende gevallen :
1° wanneer niet of niet meer is voldaan aan een van
de voorwaarden gesteld in artikel 480. Wanneer evenwel artikel
480, 1°, niet wordt nageleefd, sluit de herkrijging van het
stemrecht de toepassing van het 2° en het 3° van hetzelfde
artikel uit;
2° het geval bedoeld in artikel 560;
3° wanneer de algemene vergadering zich moet
uitspreken over een opheffing of een beperking van het
voorkeurrecht, over de toekenning van de bevoegdheid aan de raad
van bestuur om het kapitaal te verhogen met opheffing of beperking
van het voorkeurrecht, over de vermindering van het
maatschappelijk kapitaal, over de wijziging van haar doel, over de
omzetting van de vennootschap, of over de ontbinding, de fusie of
de splitsing van de vennootschap;
4° wanneer, om welke reden ook, de preferente en
overdraagbare dividenden gedurende drie opeenvolgende boekjaren,
niet volledig betaalbaar werden gesteld en dit tot wanneer die
achterstallige dividenden volledig zijn uitbetaald.
Art. 482
In geval van uitgifte van aandelen zonder stemrecht, door conversie van
reeds uitgegeven aandelen met stemrecht, bepaalt de algemene
vergadering, volgens de regels gesteld voor de wijziging van de
statuten, het maximum aantal te converteren aandelen, alsook de
conversievoorwaarden.
De statuten kunnen evenwel aan de raad van bestuur de bevoegdheid
toekennen om het maximum aantal te converteren aandelen te bepalen en de
conversievoorwaarden vast te stellen.
Het aanbod tot conversie moet tegelijkertijd aan alle aandeelhouders
worden gedaan, naar verhouding van hun aandeel in het maatschappelijk
kapitaal van de vennootschap. In dat aanbod moet de termijn zijn vermeld
tijdens welke de conversie kan worden uitgeoefend. Die termijn wordt
vastgesteld door de raad van bestuur en moet ten minste één maand
bedragen. Het aanbod tot conversie moet worden bekendgemaakt in het
Belgisch Staatsblad, alsook in een landelijk verspreid blad en in een
blad van de streek waar de zetel van de vennootschap is gevestigd.
Indien alle aandelen op naam zijn, kunnen de aandeelhouders ervan in
kennis worden gesteld door middel van een ter post aangetekende brief.
Afdeling II. – Winstbewijzen
Art. 483
Winstbewijzen vertegenwoordigen het maatschappelijk kapitaal niet. De
statuten bepalen de eraan verbonden rechten.
Art. 484
Met betrekking tot de vennootschappen die een publiek beroep op het
spaarwezen doen of hebben gedaan, moeten de winstbewijzen waarop in geld
is ingeschreven, bij de inschrijving worden volgestort. Artikel 449 is van toepassing op deze
inschrijving.
Afdeling III. – Obligaties
Art. 485
Naamloze vennootschappen kunnen een contract van lening aangaan in de
vorm van uitgifte van obligaties, in voorkomend geval converteerbaar in
aandelen.
Art. 486
De vennootschap mag één of meer verzamelobligaties aan toonder, die
obligaties aan toonder met achtereenvolgende nummers vertegenwoordigen,
creëren, hetzij op eigen initiatief op het ogenblik van de uitgifte,
hetzij later, op verzoek en op kosten van de houder bij wege van
omruiling van bestaande obligaties aan toonder.
Elke andere ruil of hergroepering van obligaties geschiedt onder de
voorwaarden en op de wijze vastgesteld door de statuten, onverminderd
artikel 462.
De obligaties aan toonder en de verzamelobligaties die obligaties aan
toonder vertegenwoordigen, zijn van een volgnummer voorzien.
Onderafdeling I. - Ontbindende voorwaarde
Art. 487
In het contract van lening, aangegaan in de vorm van uitgifte van
obligaties, is de ontbindende voorwaarde altijd stilzwijgend begrepen,
voor het geval dat één van beide partijen haar verbintenis niet
nakomt.
In dat geval is het contract niet van rechtswege ontbonden. De partij
jegens wie de verbintenis niet is uitgevoerd, heeft de keus om ofwel de
andere partij te noodzaken de overeenkomst uit te voeren, wanneer de
uitvoering mogelijk is, ofwel de ontbinding van de overeenkomst te
vorderen, met schadevergoeding.
De ontbinding moet in rechte gevorderd worden, en aan de verweerder kan,
naargelang van de omstandigheden, uitstel worden verleend.
Onderafdeling II. - Obligaties met premie
Art. 488
Obligaties die bij uitloting terugbetaalbaar zijn met een hoger bedrag
dan de prijs van uitgifte, mogen door een naamloze vennootschap alleen
worden uitgegeven indien de obligaties ten minste 3 % rente opbrengen,
alle met eenzelfde bedrag terugbetaalbaar zijn en het bedrag der annuïteit,
bevattende aflossing en rente, tijdens de gehele duur van de lening
hetzelfde is.
Het totale bedrag van die obligaties mag in geen geval het gestorte
maatschappelijk kapitaal te boven gaan.
Deze obligaties mogen niet in gedematerialiseerde vorm worden
uitgegeven.
Onderafdeling III. - Converteerbare obligaties
Art. 489
De converteerbare obligaties moeten zijn volgestort. De duur tijdens
welke zij kunnen worden geconverteerd, mag niet langer zijn dan tien
jaar vanaf hun uitgifte.
In de voorwaarden van uitgifte wordt bepaald op welke data de conversie
van obligaties in aandelen, in geval van uitoefening van de optie, zal
plaatshebben en binnen welke termijnen de obligatiehouders hun besluit
moeten doen kennen.
Art. 490
Te rekenen van de uitgifte van de converteerbare obligaties en tot het
einde van de termijn van conversie, mag de vennootschap door geen enkele
verrichting de voordelen verminderen die de voorwaarden van uitgifte of
de wet toekennen aan de obligatiehouders, behoudens in het geval van
artikel 491 en in de gevallen waarin de voorwaarden van uitgifte
speciaal voorzien.
Art. 491
In geval van verhoging van het maatschappelijk kapitaal door inbreng in
geld kunnen de houders van converteerbare obligaties de conversie van
hun effecten verkrijgen, niettegenstaande enige hiermee strijdige
bepaling in de statuten of in de voorwaarden van uitgifte en eventueel
als aandeelhouder deelnemen aan de nieuwe uitgifte, voor zover de oude
aandeelhouders dit recht bezitten.
Art. 492
Indien de vennootschap besluit de lening, zelfs gedeeltelijk, vervroegd
terug te betalen, kunnen de houders van converteerbare obligaties hun
conversierecht uitoefenen gedurende ten minste een maand vóór de datum
van de terugbetaling.
Onderafdeling IV. - Hypothecaire obligaties
Art. 493
De vennootschap kan een hypotheek verlenen tot zekerheid van een lening
die is aangegaan of zal worden aangegaan in de vorm van obligaties.
De inschrijving wordt ten behoeve van de gezamenlijke obligatiehouders
of van de toekomstige obligatiehouders gedaan in de gewone vorm, met de
twee volgende beperkingen :
1° de aanwijzing van de schuldeiser wordt vervangen door die van de
effecten welke de gewaarborgde schuldvordering vertegenwoordigen;
2° de voorschriften betreffende de keuze van woonplaats zijn niet van
toepassing.
De inschrijving wordt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad
bekendgemaakt.
De rang van de hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de
inschrijving, ongeacht het tijdstip van uitgifte der obligaties.
De inschrijving moet door de zorg en onder de verantwoordelijkheid van
de bestuurders vernieuwd worden voor het einde van het negenentwintigste
jaar. Doet de vennootschap de vernieuwing niet, dan heeft elke
obligatiehouder het recht de inschrijving te vernieuwen.
Art. 494
De inschrijving wordt doorgehaald of verminderd met toestemming van de
algemene vergadering van obligatiehouders, overeenkomstig artikel 568.
De eis tot doorhaling of vermindering, als hoofdvordering, wordt
ingesteld tegen de gezamenlijke obligatiehouders, vertegenwoordigd door
een gemachtigde, aangewezen overeenkomstig artikel 568, tweede lid, 3°.
Heeft de behoorlijk bijeengeroepen algemene vergadering van
obligatiehouders zulk een gemachtigde niet aangewezen, dan wordt op
verzoek van de vennootschap een vertegenwoordiger der obligatiehouders
aangewezen door de voorzitter van de burgerlijke rechtbank van het
arrondissement waar de vennootschap haar zetel heeft.
Wanneer de obligaties ter gehele of gedeeltelijke terugbetaling zijn
aangewezen en de houder zich niet heeft aangemeld binnen een jaar na de
dag gesteld voor de uitbetaling, is de vennootschap bevoegd om de
verschuldigde bedragen in consignatie te geven. De consignatie geschiedt
in het agentschap der Deposito- en Consignatiekas van het arrondissement
waar de vennootschap haar zetel heeft.
Art. 495
Op verzoek van de meest gerede belanghebbende wordt een lasthebber
benoemd voor de vertegenwoordiging van de gezamenlijke obligatiehouders
in de procedures tot zuivering of tot uitwinning van de bezwaarde
goederen. De benoeming wordt gedaan door de voorzitter van de
burgerlijke rechtbank van het arrondissement waarbinnen de vennootschap
haar zetel heeft, nadat de vennootschap is gehoord.
De lasthebber is verplicht de bedragen die hij ontvangt ten gevolge van
een procedure als omschreven in het eerste lid, binnen acht dagen in
consignatie te geven bij het in het artikel 494 bedoelde agentschap.
De gelden, in de Consignatiekas gestort voor rekening van de
obligatiehouders, kunnen opgevraagd worden op voorlegging van een
opdracht tot betaling op naam of aan toonder, uitgegeven door de
lasthebber en voor gezien getekend door de voorzitter van de rechtbank.
De uitvoering van de opdrachten tot betaling op naam geschiedt tegen
kwijting van de rechthebbende; de opdrachten tot betaling aan toonder
worden vereffend na door de lasthebber voor voldaan te zijn getekend.
De lasthebber kan geen opdracht tot betaling uitgeven dan op vertoon van
de obligatie. Hij vermeldt op de obligatie voor welk bedrag hij opdracht
tot betaling heeft gegeven.
Afdeling IV. – Warrants
Art. 496
Naamloze vennootschappen kunnen naakte of aan een ander effect verbonden
warrants uitgeven.
Art. 497
De vennootschap mag één of meer verzamelwarrants aan toonder, die
warrants aan toonder met achtereenvolgende nummers vertegenwoordigen,
creëren, hetzij op eigen initiatief op het ogenblik van de uitgifte,
hetzij later, op verzoek en op kosten van de houder bij wege van
omruiling van bestaande warrants aan toonder.
Elke andere ruil of hergroepering van warrants geschiedt tegen de
voorwaarden en op de wijze vastgesteld door de statuten, onverminderd
artikel 462.
De warrants aan toonder en de verzamelwarrants die warrants aan toonder
vertegenwoordigen, zijn van een volgnummer voorzien.
Art. 498
Een dochtervennootschap kan obligaties uitgeven met een warrant
betreffende de door de moedervennootschap uit te geven aandelen. In dat
geval moet voor de uitgifte van obligaties toestemming worden verleend
door de dochtervennootschap en moet voor de uitgifte van warrants
toestemming worden verleend door de moedervennootschap.
Art. 499
De periode tijdens welke de warrants kunnen worden uitgeoefend, mag niet
langer zijn dan tien jaar te rekenen vanaf hun uitgifte.
In de voorwaarden van uitgifte wordt bepaald op welke data de
inschrijving op aandelen, in geval van uitoefening van de optie, zal
plaatshebben en binnen welke termijnen de warranthouders hun besluit
moeten doen kennen.
Art. 500
Indien de uitgifte van warrants in hoofdzaak is bestemd voor één of
meerdere bepaalde personen andere dan de leden van het personeel van hun
vennootschap of één of meer dochtervennootschappen, dan mag de warrant
de duur van vijf jaar vanaf zijn uitgifte niet te boven gaan.
Daarenboven zijn de bepalingen die zijn opgenomen in de
uitgiftevoorwaarden en die beogen de houders van warrants ertoe te
dwingen ze uit te oefenen, nietig.
De aandelen waarop tijdens het verloop van een openbaar overnamebod is
ingeschreven als gevolg van een dergelijke uitgifte van warrants, moeten
op naam zijn gesteld en mogen gedurende twaalf maanden niet worden
overgedragen.
Art. 501
Te rekenen van de uitgifte van de warrants en tot het einde van de
termijn van uitoefening van de warrant, mag de vennootschap door geen
enkele verrichting de voordelen verminderen die de voorwaarden van
uitgifte of de wet toekennen aan de warranthouders, behoudens in het
geval van het tweede lid en in de gevallen waarin de voorwaarden van
uitgifte speciaal voorzien.
In geval van verhoging van het maatschappelijk kapitaal door inbreng in
geld kunnen de warranthouders hun warrant uitoefenen, niettegenstaande
enige hiermee strijdige bepaling in de statuten of in de voorwaarden van
uitgifte, en eventueel als aandeelhouder deelnemen aan de nieuwe
uitgifte, voor zover de oude aandeelhouders dit recht bezitten.
Art. 502
Indien de vennootschap besluit de lening, zelfs gedeeltelijk, vervroegd
terug te betalen, kunnen de houders van obligaties cum warrant hun
warrant uitoefenen gedurende ten minste een maand vóór de datum van de
terugbetaling.
Afdeling V. – Certificaten
Art. 503
§ 1. Certificaten die betrekking hebben op aandelen,
winstbewijzen, converteerbare obligaties of warrants kunnen, al of
niet met medewerking van de vennootschap, worden uitgegeven door
een rechtspersoon die in het bezit blijft of het bezit verkrijgt
van de effecten waarop de certificaten betrekking hebben en zich
ertoe verbindt de opbrengst van of de inkomsten uit die effecten
voor te behouden aan de houder van de certificaten. Het kan
hierbij gaan om certificaten aan toonder, om certificaten op naam
of om gedematerialiseerde certificaten. Een certificaat dat
betrekking heeft op aandelen op naam mag evenwel niet aan toonder
zijn.
De emittent van de certificaten oefent alle rechten uit die
verbonden zijn aan de effecten waarop zij betrekking hebben,
daaronder begrepen het stemrecht.
De emittent van certificaten die betrekking hebben op effecten op
naam moet zich aan de vennootschap die de gecertificeerde effecten
heeft uitgegeven in die hoedanigheid bekendmaken. Deze
vennootschap neemt die vermelding op in het betrokken register. De
emittent van certificaten die betrekking hebben op effecten aan
toonder moet aan de vennootschap die de gecertificeerde effecten
heeft uitgegeven zijn hoedanigheid van emittent bekendmaken,
alvorens zijn stemrecht uit te oefenen.
Behoudens andersluidende bepaling stelt de emittent van
certificaten die betrekking hebben op aandelen of winstbewijzen
onmiddellijk en na aftrek van eventuele kosten, aan de houder van
certificaten de dividenden betaalbaar, de eventuele opbrengst van
de warrant en het overschot na vereffening die eventueel door de
vennootschap worden uitgekeerd, alsook alle bedragen die
voortkomen uit de vermindering of de aflossing van het kapitaal.
Behoudens andersluidende bepaling kan de emittent van certificaten
de effecten waarop de certificaten betrekking hebben, niet
overdragen. Geen enkele overdracht van effecten waarop
certificaten betrekking hebben, is evenwel toegestaan indien de
emittent een openbaar beroep op het spaarwezen heeft gedaan.
Behoudens andersluidende bepaling kunnen de certificaten worden
omgewisseld tegen de aandelen, winstbewijzen, obligaties of
warrants waarop zij betrekking hebben. Bedingen betreffende de
niet-omwisselbaarheid kunnen beperkt zijn tot een bepaalde tijd.
Niettegenstaande enige andersluidende bepaling kan de houder van
certificaten op ieder tijdstip de omwisseling verkrijgen indien de
emittent zijn verplichtingen jegens hem niet nakomt of zijn
belangen op ernstige wijze worden verwaarloosd.
§ 2. Bij faillissement van de emittent van certificaten of in enig
ander geval van samenloop worden de certificaten, niettegenstaande enige
andersluidende bepaling, van rechtswege omgewisseld en oefenen de
houders van certificaten gezamenlijk hun recht tot terugvordering uit op
de algemeenheid van de gecertificeerde effecten van dezelfde categorie
uitgegeven door dezelfde vennootschap, die zich in het bezit van de
betrokken emittent van certificaten bevinden.
Indien die algemeenheid in het geval bedoeld in het vorige lid niet
toereikend is om de volledige teruggave van de effecten te waarborgen,
wordt zij onder de houders van certificaten verdeeld naar verhouding van
hun rechten.
HOOFDSTUK IV. - Overdracht en overgang van effecten
Afdeling I. – Algemeen
Art. 504
De overdracht van effecten op naam geschiedt door een verklaring van
overdracht, ingeschreven in het register van de betrokken effecten en
gedagtekend en ondertekend door de overdrager en de overnemer of door
hun gevolmachtigden; zij kan ook geschieden volgens de bepalingen van
artikel 1690 van het Burgerlijk Wetboek betreffende de overdracht van
schuldvorderingen. Het staat de vennootschap vrij een overdracht te
erkennen en in het register in te schrijven, waarvan zij het bewijs
vindt in de brieven of andere bescheiden waaruit de toestemming van de
overdrager en van de overnemer blijkt.
De overdracht van effecten aan toonder geschiedt door de enkele overgave
van het effect.
Art. 505
In de akten betreffende de overdracht van winstbewijzen of van effecten
die daarop rechtstreeks of onrechtstreeks recht geven, wordt vermeld van
welke aard zij zijn, op welke datum zij uitgegeven zijn en welke
voorwaarden voor hun overdracht gesteld zijn.
Afdeling II. - Wettelijke beperkingen op de vrije
overdraagbaarheid van effecten
Art. 506
De overdrachten van niet volgestorte aandelen zijn overeenkomstig
artikel 76 aan derden slechts tegenwerpelijk na de bekendmaking in de
vorm van een mededeling van de neerlegging van de lijst van
aandeelhouders die hun aandelen niet hebben volgestort, bedoeld in
artikel 479, tweede lid, 3°.
Art. 507
De overdracht van niet volgestorte aandelen kan de inschrijvers niet
ontslaan van de verplichting om ten belope van het niet volgestorte
bedrag bij te dragen in de schulden van voor de openbaarmaking van de
overdracht.
De overdrager heeft hoofdelijk verhaal op hem op wie hij zijn aandelen
heeft overgedragen en op de latere overnemers.
Art. 508
De winstbewijzen, alsook alle effecten die daarop rechtstreeks of
onrechtstreeks recht verlenen, kunnen niet eerder verhandeld worden dan
tien dagen na de neerlegging van de tweede jaarrekening na hun uitgifte.
Totdat die termijn verstreken is, kunnen zij alleen worden overgedragen
bij authentieke akte of bij onderhands geschrift, betekend aan de
vennootschap binnen één maand na de overdracht, een en ander op
straffe van nietigheid. Wanneer zij aan toonder zijn, blijven zij in de
kas van de vennootschap gedeponeerd totdat voornoemde termijn verstreken
is. Er worden depositobewijzen afgegeven die de vermeldingen bevatten
bedoeld in artikel 463, § 3.
Alleen de koper kan de nietigverklaring vorderen.
Art. 509
Met betrekking tot de vennootschappen die een publiek beroep op het
spaarwezen doen of hebben gedaan, zijn de winstbewijzen waarop in geld
is ingeschreven, onmiddellijk verhandelbaar.
Afdeling III. - Conventionele beperkingen op de
vrije overdraagbaarheid van effecten
Art. 510
De statuten, de authentieke akten betreffende de uitgifte van
converteerbare obligaties of van warrants en alle andere overeenkomsten
kunnen perken stellen op de overdraagbaarheid, onder de levenden of bij
overlijden, van aandelen op naam of aan toonder of gedematerialiseerde
aandelen, van warrants of van alle andere effecten die recht geven op de
verkrijging van aandelen, daaronder begrepen de converteerbare
obligaties, de obligaties met voorkeurrecht of de in aandelen
terugbetaalbare obligaties.
Onvervreemdbaarheidsclausules moeten in de tijd beperkt zijn en steeds
verantwoord zijn op grond van het belang van de vennootschap.
Wanneer de beperking evenwel voortvloeit uit een goedkeuringsclausule of
uit een clausule die in een voorkooprecht voorziet, mag de toepassing
van die clausules niet tot gevolg hebben dat de onoverdraagbaarheid
verlengd wordt met meer dan zes maanden te rekenen van de datum van het
verzoek om goedkeuring of van de uitnodiging om het recht van voorkoop
uit te oefenen.
Wanneer de in het derde lid bedoelde clausules voorzien in een termijn
van meer dan zes maanden, wordt deze van rechtswege ingekort tot zes
maanden.
Art. 511
Vanaf het tijdstip dat de vennootschap de mededeling van de Commissie
voor het Bank- en Financiewezen ontvangt dat haar kennis is gegeven van
een openbaar overnamebod op de effecten van die vennootschap, moet bij
weigering van goedkeuring of toepassing van de rechten van voorkoop, aan
de effectenhouders binnen vijf dagen na de afsluiting van het bod worden
voorgesteld dat hun effecten worden verworven door één of meer
personen die deze goedkeuring genieten of ten aanzien van wie het recht
van voorkoop niet zal worden ingeroepen, tegen een prijs die ten minste
gelijk is aan de prijs van het bod of het tegenbod.
Art. 512
Goedkeuringsclausules die, hetzij in de statuten, hetzij in een
authentieke akte van uitgifte van converteerbare obligaties of warrants
zijn opgenomen, kunnen, in afwijking van de artikelen 510 en 511 door de
raad van bestuur van de bedoelde vennootschap aan de bieder worden
tegengeworpen, voor zover de weigering van goedkeuring is verantwoord op
grond van een blijvende en niet-discriminerende toepassing van de
goedkeuringsregels die door de raad van bestuur zijn vastgesteld en aan
de Commissie voor het Bank- en Financiewezen zijn medegedeeld voor de
datum van ontvangst van de in artikel 511 bedoelde mededeling.
Afdeling IV. - Gedwongen verkoop van effecten
Art. 513
§ 1. Iedere natuurlijke persoon of iedere rechtspersoon die, alleen of
in onderling overleg handelend, 95 % van de stemrechtverlenende effecten
van een naamloze vennootschap die een publiek beroep op het spaarwezen
doet of heeft gedaan, bezit, kan door middel van een uitkoopbod het
geheel van de stemrechtverlenende effecten van deze vennootschap
verkrijgen.
Na afloop van de procedure worden de niet-aangeboden effecten, ongeacht
of de eigenaar ervan zich kenbaar heeft gemaakt, geacht van rechtswege
op die persoon te zijn overgegaan met consignatie van de prijs. De
niet-aangeboden effecten aan toonder worden van rechtswege omgezet in
effecten op naam en worden door de raad van bestuur ingeschreven in het
register van de effecten op naam.
Na afloop van het uitkoopbod, wordt de vennootschap niet langer
beschouwd als een vennootschap die een publiek beroep op het spaarwezen
doet of heeft gedaan, tenzij de door die vennootschap uitgegeven
obligaties nog onder het publiek verspreid zijn.
§ 2. Iedere natuurlijke persoon of iedere rechtspersoon die, alleen of
in onderling overleg handelend, 95 % van de stemrechtverlenende effecten
van een naamloze vennootschap die geen publiek beroep op het spaarwezen
doet of heeft gedaan, bezit, kan een uitkoopbod doen om het geheel van
de stemrechtverlenende effecten van deze vennootschap te verkrijgen.
Met uitzondering van de effecten waarvan de eigenaar uitdrukkelijk en
schriftelijk te kennen heeft gegeven dat hij geen afstand ervan wenst te
doen, worden de niet-aangeboden effecten na afloop van de procedure
geacht van rechtswege op die persoon te zijn overgegaan met consignatie
van de prijs. De niet-aangeboden effecten aan toonder alsmede de
effecten aan toonder en de gedematerialiseerde effecten waarvan de
eigenaar te kennen heeft gegeven dat hij geen afstand ervan wenst te
doen, worden van rechtswege omgezet in effecten op naam en worden door
de raad van bestuur ingeschreven in het register van de effecten op
naam.
In voorkomend geval, zijn de kosten verbonden aan een wederomzetting in
effecten aan toonder van effecten die met toepassing van deze paragraaf
van rechtswege werden omgezet in effecten op naam, ten laste van de
vennootschap.
Het in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde bod is niet
onderworpen aan titel II van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli
1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten,
noch aan Hoofdstuk II van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking
van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en
tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, noch aan
artikel 4 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties
en de financiële markten.
§ 3. De Koning kan het uitkoopbod reglementeren, en inzonderheid de te
volgen procedure en de wijze van vaststelling van de prijs van het
uitkoopbod bepalen. Daarbij draagt Hij zorg voor de
informatieverstrekking aan en de gelijke behandeling van de
effectenhouders.
§ 4. Het uittreksel uit de in kracht van gewijsde gegane of bij
voorraad uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de voorwaarden van
een gedwongen verkoop worden vastgesteld, wordt neergelegd en
bekendgemaakt overeenkomstig artikel 75.
Afdeling V. - Openbaarmaking van belangrijke
deelnemingen
Art. 514
Personen die overgaan tot de verwerving of overdracht van
stemrechtverlenende effecten die al dan niet het kapitaal
vertegenwoordigen in naamloze vennootschappen waarvan alle of een deel
van de stemrechtverlenende effecten zijn genoteerd in de zin van artikel
4, moeten van deze verwerving of overdracht kennisgeven in de gevallen
en volgens de modaliteiten omschreven door de wet van 2 maart 1989 op de
openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde
vennootschappen en tot reglementering van de openbare
overnameaanbiedingen.
Art. 515
De artikelen 1 tot 4 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking
van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en
tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen kunnen statutair
geheel of ten dele van toepassing worden verklaard op naamloze
vennootschappen waarvan geen stemrechtverlenende effecten genoteerd zijn
in de zin van artikel 4; in dit geval kunnen de statuten andere quota en
andere termijnen bepalen dan voorgeschreven door voornoemde artikelen;
deze quota mogen evenwel niet lager zijn dan 3 %.
De artikelen 516, 534 en 545 zijn van toepassing.
Art. 516
§ 1. Indien de krachtens de
artikelen 514 en 515, eerste lid, vereiste kennisgevingen niet
werden verricht volgens de modaliteiten en binnen de termijnen
zoals voorgeschreven, kan de voorzitter van de rechtbank van
koophandel van het rechtsgebied waarbinnen de vennootschap haar
zetel heeft, recht doende als in kort geding :
1° de uitoefening van alle of een deel van de aan de betrokken
effecten verbonden rechten voor een periode van ten hoogste één
jaar opschorten;
2° gedurende de termijn die hij vaststelt, een reeds
bijeengeroepen algemene vergadering opschorten.
3° onder zijn toezicht de verkoop van de bewuste effecten aan een
derde, die niet met de huidige aandeelhouder verbonden is, bevelen
binnen een termijn die hij vaststelt en die kan worden verlengd.
§ 2. De procedure wordt ingesteld door een dagvaarding uitgaande
van de vennootschap of uitgaande van één of meer stemgerechtigde
aandeelhouders. Wanneer het voorwerp van de vraag de opschorting
van een reeds bijeengeroepen algemene vergadering betreft, kan de
procedure eveneens ingesteld worden door de persoon wiens effecten
het voorwerp zijn van een vraag of beslissing tot opschorting van
alle of een deel van de aan de betrokken effecten verbonden
rechten.
Wanneer het voorwerp van de vraag de opschorting betreft,
overeenkomstig het eerste lid, 1°, van alle of een deel van de
rechten verbonden aan de betrokken effecten, moet zij, indien een
kennisgeving is verricht, op straffe van onontvankelijkheid,
uiterlijk vijftien dagen na de betekening van de kennisgeving
worden ingediend.
§ 3. De voorzitter doet uitspraak over de vordering
niettegenstaande elke vervolging uitgeoefend om reden van dezelfde
feiten voor een ander rechtscollege.
De voorzitter kan de opheffing van de door hem bevolen maatregelen
toestaan op vraag van één der belanghebbenden en na de personen
die de zaak bij hem aanhangig hebben gemaakt alsook de
vennootschap bedoeld in de artikelen 514 en 515 te hebben gehoord.
§ 4. Wanneer stemrechten werden uitgeoefend die opgeschort zijn
door de voorzitter van de rechtbank van koophandel en, buiten deze
onwettig uitgeoefende stemrechten, het aanwezigheids- of
meerderheidsquorum vereist voor de beslissingen ter algemene
vergadering niet zou zijn bereikt, heeft dit de nietigheid van
deze beslissingen tot gevolg.
TITEL IV. – Organen
HOOFDSTUK I. - Bestuur en dagelijks bestuur
Afdeling I. - Raad van bestuur
Onderafdeling I. - Statuut van de bestuurders
Art. 517
De naamloze vennootschap wordt bestuurd door natuurlijke of
rechtspersonen, al dan niet bezoldigd.
Art. 518
§ 1. Er moeten ten minste drie bestuurders zijn.
Wanneer de vennootschap evenwel is opgericht door twee personen of
wanneer op een algemene vergadering van aandeelhouders van de
vennootschap is vastgesteld dat de vennootschap niet meer dan twee
aandeelhouders heeft, mag de raad van bestuur uit slechts twee leden
bestaan tot de dag van de gewone algemene vergadering die volgt op de
vaststelling, door alle middelen, dat er meer dan twee aandeelhouders
zijn.
De statutaire bepaling die aan de voorzitter van de raad van bestuur een
beslissende stem toekent, houdt van rechtswege op gevolg te hebben tot
de raad van bestuur opnieuw uit ten minste drie leden bestaat.
§ 2. De bestuurders worden door de algemene vergadering van
aandeelhouders benoemd; zij kunnen echter voor de eerste maal benoemd
worden bij de oprichtingsakte van de vennootschap.
§ 3. De duur van hun opdracht mag zes jaren niet te boven gaan; zij
kunnen te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen.
Art. 519
Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, hebben de overblijvende
bestuurders het recht om voorlopig in de vacature te voorzien, indien de
statuten niet anders bepalen. In dat geval zal de algemene vergadering
in haar eerstvolgende bijeenkomst de definitieve benoeming doen.
In geval van voortijdige vacature doet de nieuw benoemde bestuurder de
tijd uit van degene die hij vervangt.
Art. 520
Indien de oprichtingsakte niet anders bepaalt, zijn de bestuurders
herbenoembaar.
Onderafdeling II. - Bevoegdheid en werkwijze
Art. 521
De bestuurders vormen een college.
In uitzonderlijke gevallen, wanneer de dringende noodzakelijkheid en het
belang van de vennootschap zulks vereisen, kunnen de besluiten van de
raad van bestuur, ingeval de statuten dat toestaan, worden genomen bij
eenparig schriftelijk akkoord van de bestuurders.
Die procedure kan echter niet worden gevolgd voor de vaststelling van de
jaarrekening, de aanwending van het toegestane kapitaal of in enig ander
geval dat door de statuten is uitgesloten.
Art. 522
§ 1. De raad van bestuur is
bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig
zijn tot verwezenlijking van het doel van de vennootschap,
behoudens die waarvoor volgens de wet alleen de algemene
vergadering bevoegd is.
De bevoegdheden van de raad van bestuur kunnen door de statuten
worden beperkt. Zodanige beperking kan, evenmin als de eventuele
verdeling van de taken door de bestuurders overeengekomen, aan
derden worden tegengeworpen, ook al is die beperking of verdeling
openbaar gemaakt.
De raad van bestuur kan in zijn midden en onder zijn
aansprakelijkheid een of meer adviserende comités oprichtten. Hij
omschrijft hun samenstelling en hun opdrachten.
§ 2. De raad van bestuur vertegenwoordigt de vennootschap jegens
derden en in rechte als eiser of als verweerder. De statuten
kunnen echter aan een of meer bestuurders bevoegdheid verlenen om
alleen of gezamenlijk de vennootschap te vertegenwoordigen.
Zodanige bepaling kan aan derden worden tegengeworpen. De statuten
kunnen aan deze bevoegdheid beperkingen aanbrengen, maar deze
beperkingen kunnen, evenmin als de eventuele verdeling van de
taken door de bestuurders overeengekomen, niet aan derden worden
tegengeworpen, ook al is die beperking of verdeling openbaar
gemaakt.
Art. 523
§ 1. Indien een bestuurder,
rechtstreeks of onrechtstreeks, een belang van
vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met een beslissing
of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van de raad van
bestuur, moet hij dit mededelen aan de andere bestuurders vóór
de raad van bestuur een besluit neemt. Zijn verklaring, alsook de
rechtvaardigingsgronden betreffende voornoemd strijdig belang
moeten worden opgenomen in de notulen van de raad van bestuur die
de beslissing moet nemen. Ingeval de vennootschap een of meer
commissarissen heeft benoemd, moet de betrokken bestuurder tevens
die commissarissen van het strijdig belang op de hoogte brengen.
Met het oog op de publicatie ervan in het verslag bedoeld in
artikel 95, of bij gebreke daaraan in een stuk dat gelijk met de
jaarrekening moet worden neergelegd, omschrijft de raad van
bestuur in de notulen de aard van de in het eerste lid bedoelde
beslissing of verrichting en verantwoordt het genomen besluit. Ook
de vermogensrechtelijke gevolgen ervan voor de vennootschap moeten
in de notulen worden vermeld. In het verslag moeten de voornoemde
notulen in hun geheel worden opgenomen.
Het in artikel 143 bedoelde verslag van de commissarissen moet een
afzonderlijke omschrijving bevatten van de vermogensrechtelijke
gevolgen voor de vennootschap van de besluiten van de raad van
bestuur, ten aanzien waarvan een strijdig belang in de zin van het
eerste lid bestaat.
Bij de vennootschappen die een publiek beroep op het spaarwezen
doen of hebben gedaan, mag de in het eerste lid bedoelde
bestuurder niet deelnemen aan de beraadslagingen van de raad van
bestuur over deze verrichtingen of beslissingen, noch aan de
stemming in dat verband.
§ 2. De vennootschap kan de nietigheid vorderen van beslissingen
of verrichtingen die hebben plaatsgevonden met overtreding van de
in dit artikel en de in artikel 524ter bepaalde regels, indien de
wederpartij bij die beslissingen of verrichtingen van die
overtreding op de hoogte was of had moeten zijn.
§ 3. Bovendien zijn § 1 en artikel 524 ter niet van toepassing
wanneer de beslissingen of verrichtingen die tot de bevoegdheid
behoren van de raad van bestuur, betrekking hebben op beslissingen
of verrichtingen die tot stand zijn gekomen tussen vennootschappen
waarvan de ene rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste 95 %
bezit van de stemmen verbonden aan het geheel van de door de
andere uitgegeven effecten, dan wel tussen vennootschappen waarvan
ten minste 95 % van de stemmen verbonden aan het geheel van de
door elk van hen uitgegeven effecten in het bezit zijn van een
andere vennootschap.
Bovendien zijn § 1 en artikel 524ter niet van toepassing wanneer
de beslissingen van de raad van bestuur betrekking hebben op
gebruikelijke verrichtingen die plaatshebben onder de voorwaarden
en tegen de zekerheden die op de markt gewoonlijk gelden voor
soortgelijke verrichtingen.
Art. 524
§ 1. Op elke beslissing of
elke verrichting gedaan ter uitvoering van een beslissing van een
genoteerde vennootschap, wordt voorafgaandelijk de procedure
toegepast die is vastgelegd in de §§ 2 en 3, wanneer ze verband
houdt met :
1° betrekkingen van de genoteerde vennootschap met een
vennootschap die daarmee verbonden is, met uitzondering van haar
dochtervennootschappen;
2° betrekkingen tussen een dochtervennootschap van de genoteerde
vennootschap en een vennootschap die met die dochtervennootschap
verbonden is maar geen dochtervennootschap is van de
dochtervennootschap.
Met een genoteerde vennootschap wordt gelijkgesteld de
vennootschap waarvan de effecten toegelaten zijn tot een markt die
gelegen is buiten de Europese Unie en door de Koning erkend als
gelijkwaardig voor de toepassing van dit artikel.
Dit artikel is niet van toepassing op :
1° de gebruikelijke beslissingen en verrichtingen die hebben
plaatsgevonden onder de voorwaarden en tegen de zekerheden die op
de markt gewoonlijk gelden voor soortgelijke verrichtingen;
2° beslissingen en verrichtingen die minder dan één procent van
het netto-actief van de vennootschap vertegenwoordigen, zoals dat
blijkt uit de geconsolideerde jaarrekening.
§ 2. Alle beslissingen of verrichtingen, bepaald in § 1, moeten
voorafgaandelijk onderworpen worden aan de beoordeling van een
comité van drie onafhankelijke bestuurders. Dit comité wordt
bijgestaan door één of meer onafhankelijke experts, door het
comité aangesteld. De expert wordt door de vennootschap vergoed.
Het comité omschrijft de aard van de beslissing of verrichting,
beoordeelt het bedrijfsmatige voor- of nadeel voor de vennootschap
en voor haar aandeelhouders. Het begroot de vermogensrechtelijke
gevolgen ervan en stelt vast of de beslissing of verrichting al
dan niet van aard is de vennootschap een nadeel te berokkenen dat
in het licht van het beleid dat de vennootschap voert, kennelijk
onrechtmatig is. Indien het comité de beslissing of verrichting
niet kennelijk onrechtmatig bevindt, doch meent dat zij de
vennootschap benadeelt, verduidelijkt het comité welke voordelen
de beslissing of verrichting in rekening brengt ter compensatie
van de vermelde nadelen.
Het comité brengt een schriftelijk gemotiveerd advies uit bij de
raad van bestuur, onder vermelding van elk van de voormelde
beoordelingselementen.
§ 3. De raad van bestuur, na kennis te hebben genomen van het
advies van het comité bepaald in § 2, beraadslaagt over de
voorgenomen beslissing of verrichting. In voorkomend geval is
artikel 523 van toepassing.
De raad van bestuur vermeldt in zijn notulen of de hiervoor
omschreven procedure werd nageleefd, en, in voorkomend geval, op
welke gronden van het advies van het comité wordt afgeweken.
De commissaris verleent een oordeel over de getrouwheid van de
gegevens die vermeld staan in het advies van het comité en in de
notulen van de raad van bestuur. Dit oordeel wordt aan de notulen
van de raad van bestuur gehecht.
Het besluit van het comité, een uittreksel uit de notulen van de
raad van bestuur en het oordeel van de commissaris worden
afgedrukt in het jaarverslag.
§ 4. In de ondernemingen waar een ondernemingsraad werd ingesteld
in uitvoering van de wet van 20 september 1948 houdende
organisatie van het bedrijfsleven, wordt de benoeming van de
kandidaten tot onafhankelijk bestuurder voorafgaand aan de
benoeming door de algemene vergadering, ter kennisgeving aan de
ondernemingsraad medegedeeld. Eenzelfde procedure is vereist bij
hernieuwing van het mandaat.
De onafhankelijke bestuurders, in de zin van § 2, eerste lid,
dienen op zijn minst te voldoen aan volgende criteria :
1° gedurende een tijdvak van twee jaar voorafgaand aan hun
benoeming, noch in de vennootschap, noch in een daarmee verbonden
vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 11, een mandaat
of functie van bestuurder, zaakvoerder, lid van het directiecomité,
dagelijks bestuurder of kaderlid hebben uitgeoefend; deze
voorwaarde geldt niet voor de verlenging van het mandaat van
onafhankelijk bestuurder;
2° geen echtgenoot of persoon met wie zij wettelijk samenwonen of
bloed- of aanverwanten tot de tweede graad hebben die in de
vennootschap of in een daarmee verbonden vennootschap of persoon
zoals bepaald in artikel 11, een mandaat van bestuurder,
zaakvoerder, lid van het directiecomité, dagelijks bestuurder of
kaderlid uitoefent; of een financieel belang heeft zoals bepaald
in 3°;
3° a) geen maatschappelijke rechten bezitten die één tiende of
meer vertegenwoordigen van het kapitaal, van het maatschappelijk
fonds of van een categorie aandelen van de vennootschap;
b) indien zij maatschappelijke rechten bezitten die een quotum van
minder dan 10 % vertegenwoordigen
- mogen die maatschappelijke rechten samen met de maatschappelijke
rechten die in dezelfde vennootschap worden aangehouden door
vennootschappen waarover de onafhankelijke bestuurder controle
heeft, geen tiende bereiken van het kapitaal, van het
maatschappelijk fonds of van een categorie aandelen van de
vennootschap;
of
- mogen de daden van beschikking over deze aandelen of de
uitoefening van de daaraan verbonden rechten niet onderworpen zijn
aan overeenkomsten of aan eenzijdige verbintenissen die de
onafhankelijke bestuurder heeft aangegaan;
4° geen relatie onderhouden met een vennootschap die van aard is
hun onafhankelijkheid in het gedrang te brengen.
Het benoemingsbesluit maakt melding van de motieven op grond
waarvan de hoedanigheid van onafhankelijk bestuurder wordt
toegekend.
De Koning, alsook de statuten, kunnen in bijkomende of strengere
criteria voorzien.
§ 5. Beslissingen en verrichtingen betreffende betrekkingen die
een niet genoteerde Belgische dochtervennootschap van een
genoteerde Belgische vennootschap onderhoudt met vennootschappen
die met die genoteerde vennootschap verbonden zijn, mogen eerst na
toestemming van de moedervennootschap plaatsvinden. Voor die
toestemming geldt de procedure vermeld in de §§ 2 en 3. De §§
6 en 7 alsook artikel 529, tweede lid zijn van toepassing op de
moedervennootschap.
§ 6. De vennootschap kan de nietigheid vorderen van beslissingen
of verrichtingen die hebben plaatsgevonden met overtreding van de
in dit artikel bepaalde regels, indien de wederpartij bij die
beslissingen of verrichtingen van die overtreding op de hoogte was
of had moeten zijn.
§ 7. De genoteerde vennootschap vermeldt in haar jaarverslag de
wezenlijke beperkingen of lasten die de moedervennootschap haar
tijdens het besproken jaar heeft opgelegd, of waarvan zij de
instandhouding heeft verlangd.
Afdeling Ibis. - Het
Directiecomité.
Art.
524bis
De statuten kunnen de
raad van bestuur toestaan zijn bestuursbevoegdheden over te dragen
aan een directiecomité, zonder dat deze overdracht betrekking kan
hebben op het algemeen beleid van de vennootschap of op alle
handelingen die op grond van andere bepalingen van de wet aan de
raad van bestuur zijn voorbehouden. Wanneer een directiecomité
wordt ingesteld is de raad van bestuur belast met het toezicht op
dat comité.
Het directiecomité bestaat uit meerdere personen, die
al dan niet bestuurder zijn. De voorwaarden voor de aanstelling
van de leden van het directiecomité, hun ontslag, hun
bezoldiging, de duur van hun opdracht en de werkwijze van het
directiecomité worden bepaald door de statuten of, bij
ontstentenis van statutaire bepaling, door de raad van bestuur.
De statuten kunnen aan een of meer leden van het
directiecomité bevoegdheid verlenen om de vennootschap hetzij
alleen, hetzij gezamenlijk, te vertegenwoordigen.
De instelling van een directiecomité en de statutaire
bepaling bedoeld in het derde lid kunnen aan derden worden
tegengeworpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 76. De
bekendmaking bevat een uitdrukkelijke verwijzing naar dit artikel.
De overeenkomstig het eerste lid overdraagbare
bestuursbevoegdheid kan door de statuten of door een beslissing
van de raad van bestuur worden beperkt. Deze beperkingen en de
eventuele taakverdeling die de leden van het directiecomité zijn
overeengekomen, kunnen niet worden tegengeworpen aan derden, zelfs
niet indien zij worden bekendgemaakt.
Art. 524ter
§ 1. Indien een lid van het directiecomité een rechtstreeks of
onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat
strijdig is met een beslissing of verrichting die tot de
bevoegdheid van het comité behoort, stelt het de andere leden
hiervan in kennis voordat het comité beraadslaagt. Zijn
verklaring, alsook de rechtvaardigingsgronden betreffende
voornoemd strijdig belang moeten worden opgenomen in de notulen
van het directiecomité dat de beslissing moet nemen. Ingeval de
vennootschap een of meer commissarissen heeft benoemd, moet het
betrokken lid van het directiecomité tevens die commissarissen
hiervan op de hoogte brengen.
Met het oog op de publikatie in het verslag bedoeld in
artikel 95, of bij gebreke daarvan in een stuk dat gelijk met de
jaarrekening moet worden neergelegd, omschrijft het directiecomité
in haar notulen de aard van de in het eerste lid bedoelde
beslissing of verrichting en verantwoordt het genomen besluit. Ook
de vermogensrechtelijke gevolgen ervan voor de vennootschap moeten
in de notulen worden vermeld.
Een afschrift van de notulen wordt tijdens zijn
volgende vergadering aan de raad van bestuur overgemaakt. In het
verslag moeten de voornoemde notulen in hun geheel worden
opgenomen.
Het in artikel 143 bedoelde verslag van de
commissarissen moet een afzonderlijke omschrijving bevatten van de
vermogensrechtelijke gevolgen voor de vennootschap van de
besluiten van het directiecomité, ten aanzien waarvan een
strijdig belang in de zin van het eerste lid bestaat.
Bij vennootschappen die een publiek beroep op het
spaarwezen doen of hebben gedaan, mag het in het eerste lid
bedoelde lid van het directiecomité niet deelnemen aan de
beraadslagingen van het directiecomité over deze verrichtingen of
beslissingen, noch aan de stemming in dat verband.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kan in de statuten
worden bepaald dat het lid van het directiecomité de raad van
bestuur inlicht. Alleen deze keurt de beslissing of verrichting
goed en volgt daartoe in voorkomend geval de in artikel 523, § 1,
omschreven procedure.
§ 3 In alle gevallen is artikel 523, §§ 2 en 3, van
toepassing.
Afdeling II. - Dagelijks bestuur
Art. 525
Het dagelijks bestuur van de vennootschap, alsook de vertegenwoordiging
van de vennootschap wat dat bestuur aangaat, mogen worden opgedragen aan
een of meer personen, al dan niet aandeelhouders, die alleen of
gezamenlijk optreden.
Hun benoeming, ontslag en bevoegdheid worden geregeld bij de statuten.
Beperkingen van hun vertegenwoordigingsbevoegdheid ten aanzien van het
dagelijks bestuur kunnen aan derden echter niet worden tegengeworpen,
zelfs indien ze openbaar zijn gemaakt.
De bepaling dat het dagelijks bestuur wordt opgedragen aan een of meer
personen die alleen of gezamenlijk optreden, kan aan derden worden
tegengeworpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 76.
Afdeling III. - Overschrijding van het doel
Art. 526
De vennootschap is verbonden
door de handelingen van de raad van bestuur, van de bestuurders die
overeenkomstig artikel 522, § 2, de bevoegdheid hebben om haar te
vertegenwoordigen, van de leden van het directiecomité of van de
personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen, zelfs indien
die handelingen buiten haar doel liggen, tenzij zij bewijst dat de
derde daarvan op de hoogte was of er, gezien de omstandigheden, niet
onkundig van kon zijn; bekendmaking van de statuten alleen is echter
geen voldoende bewijs.
Afdeling IV. – Aansprakelijkheid
Art. 527
De bestuurders, leden van het
directiecomité en dagelijks bestuurders zijn overeenkomstig het
gemeen recht verantwoordelijk voor de vervulling van de hun
opgedragen taak en aansprakelijk voor de tekortkomingen in hun
bestuur.
Art. 528
De bestuurders zijn, hetzij
jegens de vennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk
aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtreding van
de bepalingen van dit wetboek of van de statuten van de
vennootschap.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op de leden van het
directiecomité.
Wat overtredingen betreft waaraan zij geen deel hebben gehad, worden
de bestuurders en de leden van het directiecomité slechts ontheven
van de aansprakelijkheid bepaald in het eerste en het tweede lid
indien hun geen schuld kan worden verweten en zij die overtredingen,
naargelang van het geval, hebben aangeklaagd op de eerste algemene
vergadering of op de eerstkomende zitting van de raad van bestuur
nadat zij er kennis van hebben gekregen.
Art. 529
Onverminderd artikel 528, zijn
de bestuurders persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de
schade geleden door de vennootschap of door derden ten gevolge van
beslissingen of verrichtingen die hebben plaatsgevonden
overeenkomstig artikel 523, indien die beslissing of verrichting
aan hen of aan een van hen een onrechtmatig financieel voordeel
heeft bezorgd ten nadele van de vennootschap.
De bestuurders zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor
de schade geleden door de vennootschap of door derden ten gevolge
van beslissingen of verrichtingen waarmede de raad, zelfs met
inachtneming van de bepalingen van artikel 524, heeft ingestemd,
voor zover deze beslissingen of verrichtingen een onrechtmatig
financieel nadeel hebben bezorgd aan de vennootschap ten voordele
van een vennootschap van de groep.
Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing op de leden van
het directiecomité wat betreft de genomen beslissingen en de
verrichtingen die hebben plaatsgevonden, zelfs wanneer ze tot
stand gekomen zijn overeenkomstig de artikelen 524 en 524ter , §
1.
Art. 530
Indien bij faillissement van
de vennootschap de schulden de baten overtreffen, kunnen
bestuurders of gewezen bestuurders, alsmede alle andere personen
die ten aanzien van de zaken van de vennootschap werkelijke
bestuursbevoegdheid hebben gehad, persoonlijk en al dan niet
hoofdelijk aansprakelijk worden verklaard voor het geheel of een
deel van de schulden van de vennootschap tot het beloop van het
tekort, indien komt vast te staan dat een door hen begane,
kennelijk grove fout heeft bijgedragen tot het faillissement.
Zowel de curators als de benadeelde schuldeisers kunnen een
rechtsvordering instellen. De benadeelde schuldeiser die een
rechtsvordering instelt, brengt de curator hiervan op de hoogte.
In het laatste geval is het bedrag toegekend door de rechter
beperkt tot het nadeel gelegen door de schuldeisers die de
vordering hebben ingesteld. Dat bedrag komt uitsluitend aan hen
toe, ongeacht enige vordering vanwege de curators in het belang
van de boedel van de schuldeisers.
Als kennelijk grove fout wordt beschouwd iedere vorm
van ernstige en georganiseerde fiscale fraude in de zin van
artikel 3, § 2, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van
het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van
geld.
HOOFDSTUK II. - Algemene vergadering van
aandeelhouders
Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen
Onderafdeling I. – Bevoegdheden
Art. 531
De algemene vergadering van aandeelhouders heeft de meest uitgebreide
bevoegdheid om de handelingen die de vennootschap aangaat, te verrichten
of te bekrachtigen.
Onderafdeling II. - Bijeenroeping van de
algemene vergadering
Art. 532
De raad van bestuur en de commissarissen, zo die er zijn, kunnen de
algemene vergadering bijeenroepen. Zij moeten die bijeenroepen wanneer
aandeelhouders die een vijfde van het maatschappelijk kapitaal
vertegenwoordigen, het vragen.
Art. 533
De oproepingen tot een
algemene vergadering vermelden de agenda en zij worden gedaan door
middel van een aankondiging die wordt geplaatst :
a) ten minste acht dagen voor de vergadering, in het Belgisch
Staatsblad;
voor genoteerde vennootschappen bedraagt die termijn ten minste
vijftien dagen; voor genoteerde vennootschappen die gebruik maken
van de in artikel 536, derde lid, bepaalde procedure van de
registratiedatum, bedraagt deze termijn ten minste vijftien dagen
voor de registratiedatum; ingeval een nieuwe oproeping nodig is en
de datum van de tweede vergadering werd vermeld in de eerste
oproeping, bedraagt de termijn ten minste acht dagen voor de
vergadering of in het voorkomend geval, ten minste acht dagen voor
de registratiedatum;
b) tweemaal, met een tussentijd van ten minste acht dagen en de
tweede maal ten minste acht dagen voor de vergadering, in een
nationaal verspreid blad en in een blad uit de streek waar de
vennootschap haar zetel heeft.
Voor genoteerde vennootschappen moet de tweede aankondiging ten
minste vijftien dagen voor de vergadering plaatsvinden; voor
genoteerde vennootschappen die gebruik maken van de in artikel
536, derde lid, bepaalde procedure van de registratiedatum, moet
de tweede aankondiging ten minste vijftien dagen voor de
registratiedatum plaatsvinden; ingeval een nieuwe oproeping nodig
is en de datum van de tweede vergadering werd vermeld in de eerste
oproeping, moet de tweede aankondiging ten minste acht dagen voor
de vergadering plaatsvinden, of in voorkomend geval, ten minste
acht dagen voor de registratiedatum.
Aan de houders van aandelen, obligaties of warrants op naam, aan
de houders van certificaten op naam, die met medewerking van de
vennootschap werden uitgegeven, aan de bestuurders en aan de
commissarissen wordt vijftien dagen voor de vergadering een brief
gezonden; van de vervulling van deze formaliteit behoeft evenwel
geen bewijs te worden overgelegd.
Wanneer alle aandelen, obligaties, warrants of certificaten die
met medewerking van de vennootschap werden uitgegeven, op naam
zijn, kan met oproeping bij aangetekende brief worden volstaan.
De agenda moet de te behandelen onderwerpen bevatten, alsmede,
voor de vennootschappen die een openbaar beroep op het spaarwezen
doen of hebben gedaan, de voorstellen tot besluit.
Art. 534
Wanneer, binnen twintig dagen vóór de datum waarop een algemene
vergadering is samengeroepen, een vennootschap een kennisgeving heeft
ontvangen of weet dat een kennisgeving had moeten of nog moet worden
verricht op grond van de artikelen 514 of 515, eerste lid, kan de raad
van bestuur de vergadering tot drie weken verdagen. De algemene
vergadering wordt op de gewone wijze samengeroepen. Haar agenda mag
aangevuld of gewijzigd worden.
Art. 535
Samen met de oproepingsbrief,
wordt aan de houders van aandelen op naam, aan de bestuurders en
aan de commissarissen een afschrift toegezonden van de stukken,
die hen krachtens dit wetboek moeten worden ter beschikking
gesteld.
Er wordt ook onverwijld een afschrift van deze stukken gezonden
aan degenen die, uiterlijk zeven dagen voor de algemene
vergadering, hebben voldaan aan de formaliteiten, door de statuten
voorgeschreven om tot de vergadering te worden toegelaten. De
personen die deze formaliteiten na dit tijdstip hebben vervuld,
krijgen een afschrift van deze stukken op de algemene vergadering.
Iedere aandeelhouder, obligatiehouder, warranthouder of houder van
een certificaat dat met medewerking van de vennootschap werd
uitgegeven, kan, tegen overlegging van zijn effect, vanaf vijftien
dagen voor de algemene vergadering ter zetel van de vennootschap
kosteloos een afschrift van deze stukken verkrijgen.
Onderafdeling III. - Deelneming aan de algemene
vergadering
Art. 536
De statuten bepalen de
formaliteiten die moeten worden vervuld om tot de algemene
vergadering te worden toegelaten.
Het recht om deel te nemen aan de algemene vergadering van een
vennootschap die een publiek beroep op het spaarwezen doet of
heeft gedaan, wordt slechts verleend, hetzij op grond van de
inschrijving van de aandeelhouder in het register van de aandelen
op naam van de vennootschap, hetzij op grond van de neerlegging
van de aandelen aan toonder, hetzij op grond van de neerlegging
van een door de erkende rekeninghouder of door de
vereffeningsinstelling opgesteld attest waarbij de
onbeschikbaarheid van de gedematerialiseerde aandelen tot op de
datum van de algemene vergadering wordt vastgesteld, op de
plaatsen aangegeven in de oproepingsbrief, zulks binnen de
statutair vastgestelde termijn, maar ten minste drie werkdagen en
ten hoogste zes werkdagen vóór de datum bepaald voor de
bijeenkomst van de algemene vergadering. Bij gebreke van enige
vermelding ter zake in de statuten verstrijkt de termijn op de
derde dag voor de datum bepaald voor de bijeenkomst van de
algemene vergadering.
De statuten van een genoteerde vennootschap kunnen bepalen dat de
aandeelhouders aan de algemene vergadering kunnen deelnemen en er
hun stemrecht kunnen uitoefenen, met betrekking tot de aandelen
waarvan zij op de registratiedatum om 24 uur houder zijn, ongeacht
het aantal aandelen waarvan zij houder zijn op de dag van de
algemene vergadering. Deze registratiedatum kan niet vroeger dan
op de vijftiende dag en niet later dan vijf werkdagen voor de
algemene vergadering worden vastgesteld. In een door de raad van
bestuur aangewezen register wordt ingeschreven over hoeveel
aandelen elke aandeelhouder beschikt op de registratiedatum om 24
uur. Bij de oproeping tot de algemene vergadering wordt de dag van
de registratie vermeld alsmede de wijze waarop de aandeelhouders
zich kunnen laten registreren.
De aandeelhouders kunnen eenparig en schriftelijk alle besluiten
nemen die tot de bevoegdheid van de algemene vergadering behoren,
met uitzondering van die welke bij authentieke akte moeten worden
verleden. De houders van obligaties, warrants of certificaten
bepaald in artikel 537, mogen van die besluiten kennis nemen.
Art. 537
De houders van obligaties, warrants of certificaten die met medewerking
van de vennootschap werden uitgegeven, mogen de algemene vergadering
bijwonen, doch slechts met raadgevende stem.
Art. 538
De commissarissen wonen de algemene vergadering bij wanneer deze te
beraadslagen heeft op grond van een verslag door hen opgemaakt.
Onderafdeling IV. - Verloop van de algemene
vergadering
Art. 539
Op elke algemene vergadering wordt een aanwezigheidslijst bijgehouden.
Art. 540
De bestuurders geven antwoord op de vragen die hun door de
aandeelhouders worden gesteld met betrekking tot hun verslag of tot de
agendapunten, voor zover de mededeling van gegevens of feiten niet van
die aard is dat zij ernstig nadeel zou berokkenen aan de vennootschap,
de aandeelhouders of het personeel van de vennootschap.
De commissarissen geven antwoord op de vragen die hun door de
aandeelhouders worden gesteld met betrekking tot hun verslag. Zij hebben
het recht ter algemene vergadering het woord te voeren in verband met de
vervulling van hun taak.
Art. 541
Wanneer de aandelen gelijke waarde hebben, geven zij elk recht op één
stem.
Zijn zij niet van gelijke waarde of is hun waarde niet uitgedrukt, dan
geven zij elk van rechtswege recht op een aantal stemmen naar
evenredigheid van het gedeelte van het kapitaal dat ze
vertegenwoordigen, met dien verstande dat het aandeel dat het laagste
bedrag vertegenwoordigt, voor één stem wordt aangerekend; gedeelten
van stemmen worden verwaarloosd, behoudens in de gevallen bepaald in
artikel 560.
Zolang de behoorlijk opgevraagde en opeisbare stortingen niet gedaan
zijn, wordt de uitoefening van het stemrecht verbonden aan de aandelen
waarop die stortingen niet zijn geschied, geschorst.
Art. 542
De statuten bepalen of en in hoever stemrecht wordt toegekend aan de
houders van winstbewijzen.
Deze effecten kunnen in geen geval recht geven op meer dan één stem
per effect; in het geheel kunnen er niet meer stemmen aan worden
toegekend dan de helft van het aantal dat toegekend is aan de
gezamenlijke aandelen, en bij de stemming kunnen zij niet worden
aangerekend voor meer dan twee derde van het aantal stemmen uitgebracht
door de aandelen.
Worden de aan de beperking onderworpen stemmen in verschillende zin
uitgebracht, dan wordt de vermindering evenredig toegepast; gedeelten
van stemmen worden verwaarloosd.
Art. 543
Voor de vaststelling van de voorschriften inzake aanwezigheid en
meerderheid die in de algemene vergadering moeten worden nageleefd,
wordt geen rekening gehouden met :
1° de preferente aandelen zonder stemrecht, behalve in de gevallen
waarin hun stemrecht is toegekend;
2° de geschorste aandelen.
Art. 544
De statuten kunnen het aantal stemmen waarover iedere aandeelhouder in
de vergaderingen beschikt, beperken, op voorwaarde dat die beperking
verplicht van toepassing is op iedere aandeelhouder zonder onderscheid
van het effect waarmee hij aan de stemming deelneemt.
Art. 545
Niemand kan op de algemene vergadering van een vennootschap aan de
stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan
effecten waarvan hij, overeenkomstig artikel 514 of 515, eerste lid,
minstens twintig dagen voor de datum van de algemene vergadering kennis
heeft gegeven. Artikel 2 van de wet van 2 maart 1989 op de
openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde
vennootschappen en tot reglementering van de openbare
overnameaanbiedingen is van toepassing op dit lid.
Het eerste lid is niet van toepassing :
1° op de effecten waaraan minder dan 5 % van het stemrechtentotaal op
de datum van de algemene vergadering is verbonden;
2° op de effecten waaraan stemrechten verbonden zijn die tussen twee
opeenvolgende drempels van vijf punten zoals bedoeld in artikel 1, § 1,
van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke
deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot
reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, begrepen zijn;
3° op de effecten waarop is ingeschreven met uitoefening van een
voorkeurrecht, op de effecten verworven door erfopvolging of ingevolge
fusie, splitsing of vereffening, evenmin als op de effecten verworven in
het kader van een openbaar koopaanbod uitgebracht in overeenstemming met
de bepalingen voorgeschreven door of krachtens HOOFDSTUK II van de wet
van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in
ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de
openbare overnameaanbiedingen.
Wanneer stemrechten werden uitgeoefend die opgeschort zijn krachtens het
eerste lid en, buiten deze onwettig uitgeoefende stemrechten, het
aanwezigheids- of meerderheidsquorum vereist voor de beslissingen ter
algemene vergadering niet zou zijn bereikt, heeft dit de nietigheid van
deze beslissingen tot gevolg.
Art. 546
De notulen van de algemene vergaderingen worden ondertekend door de
leden van het bureau en door de aandeelhouders die erom verzoeken;
afschriften voor derden worden ondertekend door één of meer
bestuurders, zoals bepaald in de statuten.
Onderafdeling V. - Wijze van uitoefening van
het stemrecht
Art. 547
Alle stemgerechtigde aandeelhouders kunnen in persoon of bij volmacht
stemmen.
Art. 548
Voor de vennootschappen die een publiek beroep op het spaarwezen doen of
hebben gedaan, moet elk verzoek tot verlening van een volmacht, op
straffe van nietigheid, ten minste de volgende vermeldingen bevatten :
1° de agenda, met opgave van de te behandelen onderwerpen en de
voorstellen tot besluit;
2° het verzoek om instructies voor de uitoefening van het stemrecht ten
aanzien van de verschillende onderwerpen van de agenda;
3° de mededeling hoe de gemachtigde zijn stemrecht zal uitoefenen bij
gebreke van instructies van de aandeelhouder.
Art. 549
Het openbaar verzoek tot verlening van volmachten is aan de volgende
voorwaarden onderworpen :
1° de volmacht wordt slechts gevraagd voor één algemene vergadering;
zij geldt evenwel voor opeenvolgende algemene vergaderingen indien deze
dezelfde agenda hebben;
2° de volmacht kan worden herroepen;
3° het verzoek tot verlening van een volmacht bevat ten minste de
volgende gegevens :
a) de agenda, met opgave van de te behandelen onderwerpen en de
voorstellen tot besluit;
b) de mededeling dat de bescheiden van de vennootschap ter beschikking
staan van de aandeelhouder die erom verzoekt;
c) de mededeling in welke zin de gemachtigde zijn stemrecht zal
uitoefenen;
d) een omstandige omschrijving en verantwoording van de doelstelling van
degene die om een volmacht verzoekt.
De gemachtigde kan van de instructies van zijn lastgever afwijken,
hetzij wegens omstandigheden die op het tijdstip dat de instructies zijn
gegeven niet bekend waren, hetzij wanneer de uitvoering van die
instructies de belangen van de lastgever zou kunnen schaden. De
gemachtigde moet zijn lastgever daarvan in kennis stellen.
Wanneer het verzoek tot verlening van een volmacht een vennootschap
betreft die een publiek beroep op het spaarwezen doet of heeft gedaan,
wordt drie dagen voor de openbaarmaking van het verzoek tot verlening
van de volmacht een afschrift van dat verzoek aan de Commissie voor het
Bank- en Financiewezen medegedeeld.
Oordeelt de Commissie voor het Bank- en Financiewezen dat het verzoek de
aandeelhouders onvoldoende voorlicht of dat het hen in dwaling kan
brengen, dan verwittigt zij degene die om de volmacht verzoekt.
Wordt met de gemaakte opmerkingen geen rekening gehouden, dan kan de
Commissie voor het Bank- en Financiewezen haar advies bekendmaken.
In het openbaar verzoek tot verlening van volmachten mag overeenkomstig
artikel 30 van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de
bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten geen gewag
worden gemaakt van het optreden van de Commissie voor het Bank- en
Financiewezen.
De Koning bepaalt het openbaar karakter van een verzoek tot verlening
van volmachten.
Art. 550
De statuten kunnen iedere aandeelhouder toestaan per brief te stemmen
door middel van een formulier waarvan de vermeldingen in de statuten
zijn bepaald.
De formulieren waarin noch de stemwijze, noch de onthouding zijn
vermeld, zijn nietig.
Voor de berekening van het quorum wordt alleen rekening gehouden met de
formulieren die de vennootschap ontvangen heeft voor de bijeenkomst van
de algemene vergadering, met inachtneming van de termijnen bepaald in de
statuten.
Artikel 536, tweede lid, is van toepassing indien een vennootschap
stemming bij brief toestaat.
Art. 551
§ 1. Aandeelhoudersovereenkomsten kunnen de uitoefening van het
stemrecht regelen.
Deze overeenkomsten moeten in de tijd beperkt zijn en steeds verantwoord
zijn op grond van het belang van de vennootschap.
Nietig zijn evenwel :
1° overeenkomsten die strijdig zijn met de bepalingen van dit wetboek
of met het belang van de vennootschap;
2° overeenkomsten waarbij een aandeelhouder zich ertoe verbindt te
stemmen overeenkomstig de richtlijnen van de vennootschap, van een
dochtervennootschap of nog van een van de organen van die
vennootschappen;
3° overeenkomsten waarbij een aandeelhouder zich tegenover diezelfde
vennootschappen of diezelfde organen verbindt om de voorstellen van de
organen van de vennootschap goed te keuren.
§ 2. Aandeelhoudersoverenkomsten die strijdig zijn met de artikelen 510
en 511 zijn nietig.
§ 3. Stemmen uitgebracht tijdens een algemene vergadering op grond van
overeenkomsten bedoeld in § 1, derde lid, en § 2 zijn nietig. Die
stemmen brengen de nietigheid mee van de genomen beslissingen, tenzij
zij geen enkele invloed hebben gehad op de geldigheid van de gehouden
stemming. De vordering tot nietigverklaring verjaart na verloop van zes
maanden te rekenen van de stemming.
Afdeling II. - Gewone algemene vergadering
Art. 552
Ieder jaar moet ten minste één algemene vergadering worden gehouden in
de gemeente, op de dag en het uur bij de statuten bepaald.
Art. 553
Vijftien dagen voor de
algemene vergadering mogen de aandeelhouders, de houders van
obligaties, warrants en certificaten die met medewerking van de
vennootschap werden uitgegeven, ter zetel van de vennootschap
kennisnemen van :
1° de jaarrekening;
2° in voorkomend geval, de geconsolideerde jaarrekening;
3° de lijst der aandeelhouders die hun aandelen niet hebben
volgestort, met vermelding van het getal van hun aandelen en van
hun woonplaats;
4° de lijst der openbare fondsen, aandelen, obligaties en andere
effecten van vennootschappen die de portefeuille uitmaken;
5° het jaarverslag en het verslag van de commissarissen.
De jaarrekening, het jaarverslag en het verslag van de
commissarissen worden ter beschikking gesteld overeenkomstig
artikel 535.
Art. 554
De algemene vergadering hoort het jaarverslag en het verslag van de
commissarissen en behandelt de jaarrekening.
Na de goedkeuring van de jaarrekening, beslist de algemene vergadering
bij afzonderlijke stemming over de aan de bestuurders en commissarissen
te verlenen kwijting. Deze kwijting is alleen dan rechtsgeldig, wanneer
de ware toestand van de vennootschap niet wordt verborgen door enige
weglating of onjuiste opgave in de jaarrekening, en, wat de
extrastatutaire of met dit wetboek strijdige verrichtingen betreft,
wanneer deze bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping.
Art. 555
De raad van bestuur heeft het recht, tijdens de zitting, de beslissing
met betrekking tot de goedkeuring van de jaarrekening drie weken uit te
stellen. Deze verdaging doet geen afbreuk aan de andere genomen
besluiten, behoudens andersluidende beslissing van de algemene
vergadering hieromtrent. De volgende vergadering heeft het recht de
jaarrekening definitief vast te stellen.
Afdeling III. - Bijzondere algemene vergadering
Art. 556
Enkel de algemene vergadering kan aan derden rechten toekennen die een
invloed hebben op het vermogen van de vennootschap, dan wel een schuld
of een verplichting te haren laste doen ontstaan, wanneer de uitoefening
van deze rechten afhankelijk is van het uitbrengen van een openbaar
overnamebod op de aandelen van de vennootschap of van een verandering
van de controle die op haar wordt uitgeoefend.
Op straffe van nietigheid moet dit besluit worden neergelegd ter griffie
vóór het tijdstip waarop de vennootschap de mededeling ontvangt
bedoeld in artikel 557, overeenkomstig artikel 75.
Art. 557
Vanaf het tijdstip dat de
vennootschap de mededeling van de Commissie voor het Bank- en
Financiewezen ontvangt dat haar kennis is gegeven van een openbaar
overnamebod op de effecten van die vennootschap en tot aan het
einde van het bod, mag enkel de algemene vergadering beslissingen
nemen of verrichtingen uitvoeren die een aanzienlijke wijziging in
de samenstelling van de activa of de passiva van de vennootschap
tot gevolg zouden hebben, of verplichtingen aangaan zonder
werkelijke tegenprestatie. Deze beslissingen of verrichtingen
mogen niet worden genomen of uitgevoerd onder voorwaarde van
welslagen of mislukken van het openbaar overnamebod.
De raad van bestuur mag evenwel verrichtingen ten einde brengen
die voor de ontvangst van de mededeling van de Commissie voor het
Bank- en Financiewezen voldoende zijn gevorderd, alsmede eigen
aandelen, winstbewijzen en certificaten die daarop betrekking
hebben verkrijgen overeenkomstig artikel 620, § 1, derde
lid.
De in dit artikel bedoelde beslissingen worden onmiddellijk ter
kennis gebracht van de bieder en van de Commissie voor het Bank-
en Financiewezen door de raad van bestuur. Zij worden tevens
openbaar gemaakt.
Afdeling IV. - Buitengewone algemene vergadering
Onderafdeling I. - Wijziging van de statuten :
algemeen
Art. 558
Tenzij anders is bepaald, heeft de algemene vergadering het recht om
wijzigingen aan te brengen in de statuten.
De algemene vergadering kan over wijzigingen in de statuten alleen dan
op geldige wijze beraadslagen en besluiten, wanneer de voorgestelde
wijzigingen bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping en wanneer de
aanwezigen ten minste de helft van het maatschappelijk kapitaal
vertegenwoordigen.
Is de laatste voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping
nodig en de nieuwe vergadering beraadslaagt en besluit op geldige wijze,
ongeacht het door de aanwezige aandeelhouders vertegenwoordigde deel van
het kapitaal.
Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij drie vierden van de
stemmen heeft verkregen.
Onderafdeling II. - Wijziging van het doel
Art. 559
Indien de statutenwijziging betrekking heeft op het doel van de
vennootschap, moet de raad van bestuur de voorgestelde wijziging
omstandig verantwoorden in een verslag dat in de agenda vermeld wordt.
Bij dat verslag wordt een staat van activa en passiva gevoegd die niet méér
dan drie maanden voordien is vastgesteld. De commissarissen brengen
afzonderlijk verslag uit over die staat.
Een exemplaar van deze verslagen kan worden verkregen overeenkomstig
artikel 535.
Het ontbreken van deze verslagen heeft de nietigheid van de beslissing
van de algemene vergadering tot gevolg.
De algemene vergadering kan alleen dan op geldige wijze over een
wijziging van het doel van de vennootschap beraadslagen en besluiten,
wanneer de aanwezigen niet alleen de helft van het maatschappelijk
kapitaal vertegenwoordigen, maar ook de helft van het totale aantal
winstbewijzen, indien er zulke effecten zijn.
Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig.
Opdat de tweede vergadering op geldige wijze kan beraadslagen en
besluiten, is het voldoende dat enig deel van het kapitaal er
vertegenwoordigd is.
Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij ten minste vier
vijfde van de stemmen heeft verkregen.
De winstbewijzen geven recht op één stem per effect, niettegenstaande
elke hiermee strijdige bepaling in de statuten. In het geheel kunnen aan
die effecten niet meer stemmen worden toegekend dan de helft van het
aantal dat toegekend is aan de gezamenlijke aandelen; bij de stemming
kunnen zij niet worden aangerekend voor meer dan twee derde van het
aantal stemmen uitgebracht door de aandelen. Worden de aan de beperking
onderworpen stemmen in verschillende zin uitgebracht, dan wordt de
vermindering evenredig toegepast; gedeelten van stemmen worden
verwaarloosd.
Onderafdeling III. - Wijziging van de rechten
verbonden aan effecten
Art. 560
Indien er verschillende soorten aandelen bestaan of indien er
verschillende soorten winstbewijzen werden uitgegeven, kan de algemene
vergadering, niettegenstaande elke hiermee strijdige bepaling in de
statuten, hun respectieve rechten wijzigen of besluiten dat de aandelen
of winstbewijzen van een bepaalde soort worden vervangen door die van
een andere soort.
De voorgestelde wijzigingen worden, met een omstandige verantwoording,
door de raad van bestuur medegedeeld in een verslag dat in de agenda
wordt vermeld. Een exemplaar van dit verslag kan worden verkregen
overeenkomstig artikel 535.
Het ontbreken van dit verslag heeft de nietigheid van de beslissing van
de algemene vergadering tot gevolg.
Niettegenstaande elke hiermee strijdige bepaling in de statuten, geeft
in het bij dit artikel bedoelde geval elk van de winstbewijzen stemrecht
in zijn soort, zijn de uit artikel 544 voortvloeiende beperkingen niet
van toepassing en moet de algemene vergadering:
1° voor elke soort voldoen aan de vereisten van aanwezigheid en van
meerderheid, die voor een statutenwijziging zijn voorgeschreven;
2° iedere houder van onderaandelen toelaten tot de besluitvorming in de
betrokken soort, waarbij de stemmen geteld worden op basis van één
stem voor het kleinste onderaandeel.
HOOFDSTUK III. - Vennootschapsvordering en
minderheidsvordering
Afdeling I. – Vennootschapsvordering
Art. 561
De algemene vergadering beslist of tegen de bestuurders of
commissarissen een vennootschapsvordering moet worden ingesteld. Zij kan
één of meer lasthebbers aanstellen voor de uitvoering van die
beslissing.
Afdeling II. – Minderheidsvordering
Art. 562
Een
vordering tegen de bestuurders kan voor rekening van de
vennootschap door minderheidsaandeelhouders worden ingesteld.
Deze minderheidsvordering wordt voor rekening van de vennootschap
ingesteld door één of meer aandeelhouders die, op de dag waarop
de algemene vergadering zich uitspreekt over de aan de bestuurders
te verlenen kwijting, effecten bezitten die ten minste 1 %
vertegenwoordigen van de stemmen verbonden aan het geheel van de
op die dag bestaande effecten, of op diezelfde dag effecten
bezitten die een gedeelte van het kapitaal vertegenwoordigen ter
waarde van ten 1 250 000 EUR.
Voor de aandeelhouders met stemrecht, kan de vordering slechts
worden ingesteld door personen die de kwijting niet hebben
goedgekeurd en door personen die de kwijting wel hebben
goedgekeurd maar waarvan blijkt dat zij ongeldig is.
Voor de aandeelhouders zonder stemrecht, kan de
vordering bovendien slechts worden ingesteld in de gevallen waarin
zij hun stemrecht hebben uitgeoefend overeenkomstig artikel 481 en
dit voor de daden van bestuur die betrekking hebben op de
beslissingen genomen in uitvoering van hetzelfde artikel.
Art. 563
Het feit dat tijdens de procedure één of meer aandeelhouders ophouden
de groep van minderheidsaandeelhouders te vertegenwoordigen, hetzij
omdat zij geen effecten meer bezitten, hetzij omdat zij afzien van de
vordering, heeft geen invloed op de voortzetting van bedoelde procedure
noch op het aanwenden van de rechtsmiddelen.
Art. 564
Indien de wettelijke vertegenwoordigers van de vennootschap de
vennootschapsvordering instellen, en door één of meer houders van
effecten tevens een minderheidsvordering wordt ingesteld, worden de
vorderingen gevoegd wegens hun samenhang.
Art. 565
Een
dading die wordt aangegaan vóór de vordering is ingesteld, kan
nietig worden verklaard op verzoek van de effectenhouders die
voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 562, indien de
dading niet in het voordeel van alle effectenhouders werd
aangegaan.
Is de vordering ingesteld, dan kan de vennootschap geen dading
meer aangaan met de verweerders zonder de eenparige instemming van
degenen die eiser blijven van de vordering.
Art. 566
De eisers moeten eenparig een bijzondere lasthebber aanstellen, al dan
niet aandeelhouder, belast met het voeren van het rechtsgeding, wiens
naam in het exploot van rechtsingang wordt vermeld en bij wie keuze van
woonplaats wordt gedaan.
De eisers kunnen eenparig de bijzondere lasthebber ontslaan. Het ontslag
kan om wettige redenen ook door iedere effectenhouder worden gevorderd
bij de voorzitter van de rechtbank van koophandel, die uitspraak doet
als in kort geding.
Indien bij overlijden, ontslagneming, onbekwaamheid, kennelijk
onvermogen, faillissement of ontslag van de bijzondere lasthebber, de
eisers geen overeenstemming kunnen bereiken omtrent de aanwijzing van
diens plaatsvervanger, wordt deze benoemd door de voorzitter van de
rechtbank van koophandel, op verzoek van de meest gerede eiser.
Art. 567
Indien de minderheidsvordering wordt afgewezen, kunnen de eisers
persoonlijk in de kosten worden veroordeeld en, indien daartoe grond
bestaat, tot schadevergoeding jegens de verweerders.
Wordt de vordering toegewezen, dan worden de bedragen die de eisers
hebben voorgeschoten en die niet zijn begrepen in de kosten waartoe de
verweerders zijn veroordeeld, door de vennootschap terugbetaald.
HOOFDSTUK IV. - Algemene vergadering van
obligatiehouders
Afdeling I. – Bevoegdheden
Art. 568
Indien het maatschappelijk kapitaal volledig is opgevraagd, is de
algemene vergadering van obligatiehouders bevoegd om :
1° één of meer rentetermijnen te verlengen, in de verlaging van de
rentevoet toe te stemmen of de voorwaarden van betaling van de rente te
wijzigen;
2° de aflossing te verlengen, de aflossing te schorsen en toe te
stemmen in een wijziging van de voorwaarden waaronder zij moeten
geschieden;
3° te aanvaarden dat de schuldvorderingen van de obligatiehouders
vervangen worden door aandelen. Behalve wanneer de aandeelhouders
tevoren reeds hun toestemming hebben gegeven aan de vervanging van
obligaties door aandelen, hebben de besluiten van de vergadering van
obligatiehouders op dit punt slechts gevolg, wanneer ze binnen drie
maanden door de aandeelhouders worden aangenomen op de wijze bepaald
voor de wijziging van de statuten.
De algemene vergadering van obligatiehouders is tevens bevoegd om :
1° regelingen te aanvaarden om bijzondere zekerheden te stellen ten
gunste van de obligatiehouders of de reeds gestelde zekerheden te
wijzigen of op te heffen;
2° te beslissen over de bewarende maatregelen die in het
gemeenschappelijk belang moeten worden genomen;
3° één of meer gemachtigden aan te stellen voor de uitvoering van de
besluiten, genomen krachtens dit artikel en voor de vertegenwoordiging
van de gezamenlijke obligatiehouders bij de procedures tot vermindering
of doorhaling van hypothecaire inschrijvingen.
Afdeling II. - Bijeenroeping van de algemene
vergadering
Art. 569
De raad van bestuur en de commissarissen kunnen een algemene vergadering
van de houders van obligaties bijeenroepen.
Zij moeten die algemene vergadering bijeenroepen wanneer
obligatiehouders die een vijfde van het bedrag van de in omloop zijnde
effecten vertegenwoordigen, het vragen.
Art. 570
De oproeping voor de algemene vergadering bevat de agenda en wordt
gedaan door middel van een aankondiging die tweemaal, met een tussentijd
van ten minste acht dagen, en de tweede maal ten minste acht dagen voor
de vergadering, geplaatst wordt in het Belgisch Staatsblad, in een
nationaal uitgegeven blad en in een blad van de streek van de zetel van
de vennootschap.
Aan de houders van obligaties op naam wordt vijftien dagen voor de
vergadering een ter post aangetekende brief gezonden.
Wanneer alle obligaties op naam zijn, kan met oproeping bij aangetekende
brief worden volstaan.
De agenda bevat de te behandelen onderwerpen en de voorstellen van
besluiten, die aan de vergadering zullen worden voorgelegd.
Afdeling III. - Deelneming aan de algemene
vergadering
Art. 571
De statuten bepalen de formaliteiten die moeten worden vervuld om tot de
algemene vergadering te worden toegelaten.
Het recht om deel te nemen aan de algemene vergadering van een
vennootschap die een publiek beroep op het spaarwezen doet of heeft
gedaan, wordt slechts verleend, hetzij op grond van de inschrijving van
de obligatiehouder in het register van de obligaties op naam van de
vennootschap, hetzij op grond van de neerlegging van de obligaties aan
toonder, hetzij op grond van de neerlegging van een door de erkende
rekeninghouder of door de vereffeningsinstelling opgesteld attest
waarbij de onbeschikbaarheid van de gedematerialiseerde obligaties tot
op de datum van de algemene vergadering wordt vastgesteld, op de
plaatsen aangegeven in de oproepingsbrief, zulks binnen de statutair
vastgestelde termijn, maar ten minste drie werkdagen en ten hoogste zes
werkdagen vóór de datum bepaald voor de bijeenkomst van de algemene
vergadering. Bij gebreke van enige vermelding terzake in de statuten
verstrijkt de termijn op de derde dag voor de datum bepaald voor de
bijeenkomst van de algemene vergadering.
Afdeling IV. - Verloop van de algemene
vergadering
Art. 572
Op elke algemene vergadering wordt een aanwezigheidslijst bijgehouden.
Art. 573
De vennootschap moet bij de aanvang van de vergadering een lijst van de
in omloop zijnde obligaties ter beschikking stellen van de
obligatiehouders.
Art. 574
De vergadering kan alleen dan op geldige wijze beraadslagen en besluiten
wanneer de aanwezige leden ten minste de helft van het bedrag der in
omloop zijnde effecten vertegenwoordigen.
Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig
en de tweede vergadering beraadslaagt en besluit op geldige wijze,
ongeacht het vertegenwoordigde bedrag van de effecten in omloop.
Een voorstel is alleen dan aangenomen wanneer het is goedgekeurd door
leden die, uit eigen naam of als gemachtigde, gezamenlijk stemmen
uitbrengen die ten minste drie vierde van het bedrag van de obligaties
waarvoor aan de stemming is deelgenomen, vertegenwoordigen.
Een besluit genomen met een meerderheid van minder dan een derde van het
bedrag der in omloop zijnde obligaties kan niet uitgevoerd worden dan na
homologatie door het hof van beroep binnen wiens rechtsgebied de
vennootschap haar zetel heeft.
De homologatie wordt bij verzoekschrift aangevraagd door de bestuurders
of door een belanghebbende obligatiehouder.
De obligatiehouders die tegen de genomen besluiten hebben gestemd of die
de vergadering niet hebben bijgewoond, kunnen tussenkomen in het geding.
Het hof doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken, het
openbaar ministerie gehoord.
Indien het verzoekschrift tot homologatie niet wordt ingediend binnen
acht dagen na het nemen van het besluit, wordt dit als niet bestaande
beschouwd.
Aan de hierboven bepaalde voorwaarden van aanwezigheid en van
meerderheid behoeft niet te worden voldaan in de gevallen bedoeld in
artikel 568, tweede lid, 2° en 3°.
In die gevallen mogen de besluiten genomen worden bij gewone meerderheid
van de vertegenwoordigde obligaties.
De genomen besluiten worden binnen vijftien dagen bekendgemaakt in de
Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.
Art. 575
Indien er verschillende soorten van obligaties zijn en het besluit van
de algemene vergadering een wijziging van de daaraan verbonden rechten
ten gevolge kan hebben, moet het besluit, om geldig te zijn, voor elke
soort voldoen aan de voorwaarden van aanwezigheid en van meerderheid
bepaald in artikel 574.
De houders van elke soort van obligaties kunnen afzonderlijk worden
bijeengeroepen in een bijzondere vergadering.
Art. 576
De notulen van de algemene vergaderingen worden ondertekend door de
leden van het bureau en door de obligatiehouders die erom verzoeken;
afschriften voor derden worden ondertekend door één of meer
bestuurders, zoals bepaald in de statuten.
Afdeling V. - Wijze van uitoefening van het
stemrecht
Art. 577
Alle obligatiehouders kunnen in persoon of bij volmacht
stemmen.
Art. 578
Voor de vennootschappen die een publiek beroep op het spaarwezen doen of
hebben gedaan, moet elk verzoek tot verlening van een volmacht, op
straffe van nietigheid, ten minste de volgende vermeldingen bevatten :
1° de agenda, met opgave van de te behandelen onderwerpen en de
voorstellen tot besluit;
2° het verzoek om instructies voor de uitoefening van het stemrecht ten
aanzien van de verschillende onderwerpen van de agenda;
3° de mededeling hoe de gemachtigde zijn stemrecht zal uitoefenen bij
gebreke van instructies van de obligatiehouder.
Art. 579
Het openbaar verzoek tot verlening van volmachten is aan de volgende
voorwaarden onderworpen :
1° de volmacht wordt slechts gevraagd voor één algemene vergadering;
zij geldt evenwel voor opeenvolgende algemene vergaderingen indien deze
dezelfde agenda hebben;
2° de volmacht kan worden herroepen;
3° het verzoek tot verlening van een volmacht bevat ten minste de
volgende gegevens :
a) de agenda, met opgave van de te behandelen onderwerpen en de
voorstellen tot besluit;
b) de mededeling dat de bescheiden van de vennootschap ter beschikking
staan van de obligatiehouder die erom verzoekt;
c) de mededeling in welke zin de gemachtigde zijn stemrecht zal
uitoefenen;
d) een omstandige omschrijving en verantwoording van de doelstelling van
degene die om een volmacht verzoekt.
De gemachtigde kan van de instructies van zijn lastgever afwijken,
hetzij wegens omstandigheden die op het tijdstip dat de instructies zijn
gegeven niet bekend waren, hetzij wanneer de uitvoering van die
instructies de belangen van de lastgever zou kunnen schaden. De
gemachtigde moet zijn lastgever daarvan in kennis stellen.
Wanneer het verzoek tot verlening van een volmacht een vennootschap
betreft die een publiek beroep op het spaarwezen doet of heeft gedaan,
wordt drie dagen voor de openbaarmaking van het verzoek tot verlening
van de volmacht een afschrift van dat verzoek aan de Commissie voor het
Bank- en Financiewezen medegedeeld.
Oordeelt de Commissie voor het Bank- en Financiewezen dat het verzoek de
obligatiehouders onvoldoende voorlicht of dat het hen in dwaling kan
brengen, dan verwittigt zij degene die om de volmacht verzoekt.
Wordt met de gemaakte opmerkingen geen rekening gehouden, dan kan de
Commissie voor het Bank- en Financiewezen haar advies bekendmaken.
In het openbaar verzoek tot verlening van volmachten mag overeenkomstig
artikel 30 van het koninklijk besluit nr 185 van 9 juli 1935 op de
bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten geen gewag
worden gemaakt van het optreden van de Commissie voor het Bank- en
Financiewezen.
De Koning bepaalt het openbare karakter van een verzoek tot verlening
van volmachten.
Art. 580
§ 1. Overeenkomsten tussen obligatiehouders kunnen de uitoefening van
het stemrecht regelen.
Deze overeenkomsten moeten in de tijd beperkt zijn en steeds verantwoord
zijn op grond van het belang van de vennootschap.
Nietig zijn evenwel :
1° overeenkomsten die strijdig zijn met de bepalingen van dit Wetboek
of met het belang van de vennootschap;
2° overeenkomsten waarbij een obligatiehouder zich ertoe verbindt te
stemmen overeenkomstig de richtlijnen van de vennootschap, van een
dochtervennootschap of nog van een van de organen van die
vennootschappen;
3° overeenkomsten waarbij een obligatiehouder zich tegenover diezelfde
vennootschappen of diezelfde organen verbindt om de voorstellen van de
organen van de vennootschap goed te keuren.
§ 2. Overeenkomsten tussen obligatiehouders die strijdig zijn met de
artikelen 510 en 511 zijn nietig.
§ 3. Stemmen uitgebracht tijdens een algemene vergadering op grond van
overeenkomsten bedoeld in § 1, tweede lid, en § 2, zijn nietig. Die
stemmen brengen de nietigheid mee van de genomen beslissingen, tenzij
zij geen enkele invloed hebben gehad op de geldigheid van de gehouden
stemming. De vordering tot nietigverklaring verjaart na verloop van zes
maanden te rekenen van de stemming.
TITEL V. – Kapitaal
HOOFDSTUK I. – Kapitaalverhoging
Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 581
Tot verhoging van het kapitaal wordt besloten door de algemene
vergadering, volgens de regels gesteld voor de wijziging van de
statuten, in voorkomend geval met toepassing van artikel 560. Tot
verhoging van het kapitaal kan ook door de raad van bestuur worden
besloten binnen de grenzen van het toegestane kapitaal.
Hetzelfde geldt voor de uitgifte van converteerbare obligaties of van
warrants.
Art. 582
Wanneer de uitgifte van aandelen zonder vermelding van nominale waarde
beneden de fractiewaarde van de oude aandelen van dezelfde soort op de
agenda staat van een algemene vergadering, dan moet de oproeping dit
uitdrukkelijk vermelden.
Over de verrichting moet een omstandig verslag worden opgesteld door de
raad van bestuur dat inzonderheid betrekking heeft op de uitgifteprijs
en op de financiële gevolgen van de verrichting voor de aandeelhouders.
Er wordt een verslag opgesteld door een commissaris of, bij diens
ontstentenis, door een bedrijfsrevisor aangewezen door de raad van
bestuur, of door een externe accountant aangewezen op dezelfde manier,
waarin deze verklaart dat de in het verslag van de raad van bestuur
opgenomen financiële en boekhoudkundige gegevens juist zijn en
voldoende om de algemene vergadering die over het voorstel moet stemmen,
voor te lichten.
Die verslagen worden neergelegd op de griffie van de rechtbank van
koophandel overeenkomstig artikel 75. Zij worden in de agenda vermeld.
Een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535.
Het ontbreken van de verslagen bedoeld in het tweede lid heeft de
nietigheid van de beslissing van de algemene vergadering tot gevolg.
Art. 583
In geval van uitgifte van converteerbare obligaties of van warrants
wordt een omstandige verantwoording van de voorgestelde verrichting door
de raad van bestuur medegedeeld in een bijzonder verslag. Wanneer de
algemene vergadering wordt bijeengeroepen, wordt dit verslag op de
agenda aangekondigd. Een afschrift ervan kan worden verkregen
overeenkomstig artikel 535.
Het ontbreken van het verslag heeft de nietigheid van de beslissing van
de algemene vergadering tot gevolg.
Voor de vennootschappen die een publiek beroep doen of hebben gedaan op
het spaarwezen, wordt van dit verslag aan de Commissie voor het Bank- en
Financiewezen een afschrift gezonden, vijftien dagen voor de
bijeenroeping van de algemene vergadering of, naargelang het geval, van
de raad van bestuur, die moeten beslissen over de uitgifte van
converteerbare obligaties of van obligaties met voorkeurrecht. Bij het
verslag wordt een overeenkomstig de voorschriften van de Commissie voor
het Bank- en Financiewezen samengesteld dossier gevoegd.
De Koning bepaalt de vergoeding die door de Commissie voor het Bank- en
Financiewezen wordt ingevorderd voor het onderzoek van het dossier
bedoeld in het derde lid.
Oordeelt de Commissie voor het Bank- en Financiewezen dat dit verslag de
aandeelhouders onvoldoende voorlicht of dat het hen in dwaling kan
brengen, dan verwittigt zij onmiddellijk de vennootschap en elk van de
bestuurders. Wordt met de gemaakte opmerkingen geen rekenschap gehouden,
dan kan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen de voorgenomen
bijeenroeping, beraadslaging of uitgifte gedurende ten hoogste drie
maanden opschorten bij een met redenen omklede beslissing, die bij
aangetekende brief ter kennis van de vennootschap wordt gebracht. Die
termijn gaat in op de dag waarop bij aangetekende brief kennis is
gegeven van de beslissing van de Commissie voor het Bank- en
Financiewezen. De Commissie mag haar beslissing openbaar maken.
In de bekendmakingen of de stukken betreffende de vorenbedoelde uitgifte
mag van het optreden van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen in
geen enkele vorm melding worden gemaakt.
Art. 584
Indien de kapitaalverhoging niet volledig is geplaatst, wordt het
kapitaal slechts verhoogd met het bedrag van de geplaatste
inschrijvingen, mits de emissievoorwaarden dat uitdrukkelijk bepalen.
Art. 585
§ 1. De vennootschap mag niet inschrijven op haar eigen aandelen of op
certificaten die betrekking hebben op die aandelen en worden uitgegeven
op het tijdstip van uitgifte van die aandelen, noch
rechtstreeks, noch door een dochtervennootschap, noch door een persoon
die handelt in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap of de
dochtervennootschap.
De persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap of
van de dochtervennootschap op aandelen of op certificaten bedoeld in het
eerste lid heeft ingeschreven, wordt geacht
voor eigen rekening te hebben gehandeld.
Alle rechten verbonden aan aandelen of aan certificaten bedoeld in het
eerste lid waarop de vennootschap of haar
dochtervennootschap heeft ingeschreven, blijven geschorst zolang die
aandelen of die certificaten niet zijn vervreemd.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de inschrijving op aandelen
of op certificaten bedoeld in § 1 van een vennootschap door een dochtervennootschap die in haar
hoedanigheid van professionele effectenhandelaar, een beursvennootschap
of een kredietinstelling is.
Art. 586
Op ieder aandeel dat overeenstemt met inbreng in geld en op ieder
aandeel dat geheel of ten dele overeenstemt met inbreng in natura moet
een vierde worden gestort.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, moeten de aandelen die
geheel of ten dele overeenstemmen met inbreng in natura volgestort zijn
binnen een termijn van vijf jaar na de beslissing tot kapitaalverhoging.
Art. 587
Indien een uitgiftepremie op de nieuwe aandelen wordt gevraagd, moet het
bedrag van deze premie volledig worden
gestort bij de inschrijving.
Art. 588
Het enkele besluit tot kapitaalverhoging door de algemene vergadering of
de raad van bestuur genomen, moet worden vastgesteld bij een authentieke
akte die op de griffie moet worden neergelegd overeenkomstig artikel 75.
Indien terzelfder tijd de totstandkoming van de verhoging wordt
vastgesteld, vermeldt de akte tevens de naleving van de wettelijke
vereisten aangaande de inschrijving en de volstorting van het kapitaal.
Art. 589
De totstandkoming van de verhoging, indien zij niet gelijktijdig
geschiedt met de beslissing tot kapitaalverhoging, wordt vastgesteld bij
een authentieke akte die op verzoek van de raad van bestuur of van één
of meer daarvoor speciaal gemachtigde bestuurders wordt opgesteld op
overlegging van de stukken tot staving van de verrichting. De akte
vermeldt tevens de naleving van de wettelijke vereisten aangaande de
inschrijving en de volstorting van het kapitaal. Die akte wordt
neergelegd overeenkomstig artikel 75.
Art. 590
Wanneer het kapitaal verhoogd wordt bij openbare inschrijving, vermeldt
de akte die de totstandkoming van de kapitaalverhoging vaststelt, het
aantal ter vertegenwoordiging van die verhoging uitgegeven nieuwe
aandelen en bevat de door de commissaris gewaarmerkte staat van de
geplaatste inschrijvingen.
De inschrijvingsbiljetten worden opgemaakt in tweevoud en vermelden :
1° het maatschappelijk kapitaal en het aantal aandelen;
2° de storting, op elk aandeel, van ten minste een vierde van het
bedrag waarvoor is ingeschreven of de verbintenis deze storting te doen
uiterlijk bij de definitieve verhoging van het kapitaal.
Art. 591
Wanneer het kapitaal wordt verhoogd ten gevolge van een conversie van
converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op
aandelen, in geval van uitoefening van de warrant worden de conversie of
de inschrijving, de daaruit voortvloeiende verhoging van het
maatschappelijk kapitaal en het aantal ter vertegenwoordiging van die
verhoging uitgegeven nieuwe aandelen vastgesteld bij een authentieke
akte. Deze akte wordt op verzoek van de raad van bestuur opgemaakt onder
overlegging van een lijst van de gevraagde conversies of van de
uitgeoefende warrants, voor echt verklaard door de commissaris of de
commissarissen, of bij ontstentenis van dezen, door een bedrijfsrevisor.
Deze vaststelling heeft wijziging tot gevolg van de statutaire
bepalingen betreffende het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en
het aantal aandelen die ze vertegenwoordigen; zij verleent de
hoedanigheid van aandeelhouder aan de obligatiehouder die de conversie
van zijn effect heeft gevraagd, en aan de houder van de warrant die zijn
recht heeft uitgeoefend.
Afdeling II. - Kapitaalverhoging bij wijze van
inbreng in geld
Onderafdeling I. – Voorkeurrecht
Art. 592
De aandelen waarop in geld wordt ingeschreven, de converteerbare
obligaties en de warrants, moeten eerst aangeboden worden aan de
aandeelhouders, naar evenredigheid van het deel van het kapitaal door
hun aandelen vertegenwoordigd.
De houders van aandelen zonder stemrecht bezitten een voorkeurrecht bij
de uitgifte van nieuwe aandelen met of zonder stemrecht, behalve wanneer
de kapitaalverhoging geschiedt door de uitgifte van twee evenredige
schijven van aandelen, de ene met stemrecht en de andere zonder
stemrecht, met dien verstande dat de eerste bij voorkeur wordt
aangeboden aan de houders van aandelen met stemrecht en de tweede aan de
houders van aandelen zonder stemrecht. Deze regeling is van
overeenkomstige toepassing bij de uitgifte van converteerbare obligaties
of van warrants.
Art. 593
Het voorkeurrecht kan worden uitgeoefend gedurende een termijn van ten
minste vijftien dagen te rekenen van de dag van de openstelling van de
inschrijving. Die termijn wordt bepaald door de algemene vergadering of,
wanneer tot verhoging wordt besloten in het kader van het toegestane
kapitaal, door de raad van bestuur.
De uitgifte met voorkeurrecht en het tijdvak waarin dat kan worden
uitgeoefend, worden aangekondigd in een bericht dat, ten minste acht
dagen vóór de openstelling, in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad
wordt geplaatst, alsmede in een landelijk verspreid blad en in een blad
uit de streek waar de vennootschap haar zetel heeft. Dit bericht kan
vervallen, wanneer alle aandelen van de vennootschap op naam zijn
gesteld. Alsdan wordt de inhoud ervan bij aangetekende brief ter kennis
gebracht van de aandeelhouders.
De bekendmaking van dat bericht of de mededeling van de inhoud ervan aan
de houders van aandelen op naam houden op zichzelf niet in dat een
openbaar beroep wordt gedaan op het spaarwezen.
Het voorkeurrecht is verhandelbaar gedurende de gehele
inschrijvingstijd, zonder dat aan die verhandelbaarheid andere
beperkingen kunnen worden gesteld dan die welke van toepassing zijn op
het effect waaraan het recht is verbonden.
Art. 594
Bij gebreke van statutaire bepalingen kunnen, in de vennootschappen die
geen publiek beroep doen of gedaan hebben op het spaarwezen, de derden,
na het verstrijken van de termijn voor het uitoefenen van het
voorkeurrecht, aan de verhoging van het kapitaal deelnemen, behoudens
het recht van de raad van bestuur om te beslissen dat de voorkeurrechten
zullen worden uitgeoefend door de vroegere aandeelhouders die reeds van
hun recht gebruik hebben gemaakt, naar evenredigheid van het kapitaal
door hun aandelen vertegenwoordigd. De wijze van inschrijving bedoeld in
dit artikel wordt bepaald door de raad van bestuur.
Onderafdeling II - Beperking van het
voorkeurrecht
Art. 595
Het voorkeurrecht kan niet bij de statuten worden beperkt of opgeheven.
Art. 596
De algemene vergadering die moet beraadslagen en besluiten over de
kapitaalverhoging, over de uitgifte van converteerbare obligaties of
over de uitgifte van warrants, kan met inachtneming van de voorschriften
inzake quorum en meerderheid vereist voor een statutenwijziging, in het
belang van de vennootschap het voorkeurrecht beperken of opheffen. Het
voorstel daartoe moet speciaal in de oproeping worden vermeld.
De raad van bestuur verantwoordt zijn voorstel in een omstandig verslag,
dat inzonderheid betrekking heeft op de uitgifteprijs en op de financiële
gevolgen van de verrichting voor de aandeelhouders. Er wordt een verslag
opgesteld door de commissaris of, bij diens ontstentenis, door een
bedrijfsrevisor aangewezen door de raad van bestuur, of door een extern
accountant aangewezen op dezelfde manier, waarin deze verklaart dat de
in het verslag van de raad van bestuur opgenomen financiële en
boekhoudkundige gegevens juist zijn en voldoende om de algemene
vergadering die over het voorstel moet stemmen, voor te lichten. Die
verslagen worden neergelegd op de griffie van de rechtbank van
koophandel overeenkomstig artikel 75. Zij worden in de agenda vermeld.
Een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535.
Het ontbreken van de verslagen bedoeld in dit artikel heeft de
nietigheid van de beslissing van de algemene vergadering tot gevolg.
Het besluit van de algemene vergadering om het voorkeurrecht te beperken
of op te heffen moet overeenkomstig artikel 75 op de griffie van de
rechtbank van koophandel worden neergelegd.
Art. 597
Er is geen opheffing van het voorkeurrecht wanneer de effecten,
overeenkomstig het besluit betreffende de kapitaalverhoging, bij banken
of andere financiële instellingen worden geplaatst om aan de
aandeelhouders te worden aangeboden overeenkomstig de artikelen 592 en
593.
Art. 598
Wanneer het voorkeurrecht wordt beperkt of opgeheven ten gunste van een
of meer bepaalde personen die geen personeelsleden zijn van de
vennootschap of van een van haar dochtervennootschappen, moet de
identiteit van de begunstigde of de begunstigden van de beperking of de
opheffing van het voorkeurrecht worden vermeld in het verslag dat door
de raad van bestuur wordt opgesteld, alsook in de oproeping.
Bovendien mag voor genoteerde vennootschappen de uitgifteprijs niet
minder bedragen dan het gemiddelde van de koersen gedurende de dertig
dagen, voorafgaande aan de dag waarop de uitgifte een aanvang nam.
Voor de andere vennootschappen dan die welke zijn bedoeld in het tweede
lid, moet de uitgifteprijs ten minste gelijk zijn aan de vastgestelde
intrinsieke waarde van het effect die, behoudens eenparig akkoord tussen
de aandeelhouders, vastgesteld wordt op grond van een verslag opgesteld,
hetzij door de commissaris, hetzij, voor de vennootschappen die geen
commissaris hebben, door een bedrijfsrevisor aangewezen door de raad van
bestuur, of door een extern accountant aangewezen op dezelfde manier.
De verslagen die door de raad van bestuur worden opgesteld, moeten de
weerslag vermelden van de voorgestelde uitgifte op de toestand van de
vroegere aandeelhouder, in het bijzonder wat diens aandeel in de winst
en in het eigen kapitaal betreft. Een commissaris of, bij diens
ontstentenis, een bedrijfsrevisor aangewezen door de raad van bestuur,
of een accountant aangewezen op dezelfde manier, verstrekt een omstandig
advies omtrent de elementen op grond waarvan de uitgifteprijs is
berekend, alsmede omtrent de verantwoording ervan.
Art. 599
Bij beperking of opheffing van het voorkeurrecht kan de algemene
vergadering bepalen dat bij de
toekenning van nieuwe effecten voorrang wordt gegeven aan de vroegere
aandeelhouders. In dat geval moet de inschrijvingstermijn tien dagen
bedragen.
Onderafdeling III. - Storting van de inbreng in
geld
Art. 600
In geval van inbreng in geld, te storten bij het verlijden van de akte
die de kapitaalverhoging vaststelt, wordt dat geld tevoren bij storting
of overschrijving gedeponeerd op een bijzondere rekening, ten name van
de vennootschap geopend bij De Post (Postchèque) of bij een in België
gevestigde kredietinstelling die geen gemeentespaarkas is en waarop de
wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen van toepassing is. Een bewijs van die deponering
wordt aan de akte gehecht.
De bijzondere rekening wordt uitsluitend ter beschikking gehouden van de
vennootschap. Over die rekening kan alleen worden beschikt door personen
die bevoegd zijn om de vennootschap te verbinden, en eerst nadat de
optredende notaris aan de instelling bericht heeft gegeven van het
verlijden van de akte.
Indien de verhoging niet tot stand is gekomen binnen drie maanden na de
opening van de bijzondere rekening, worden de gelden teruggegeven aan de
deposanten die erom verzoeken.
Afdeling III. - Kapitaalverhoging bij wijze van
inbreng in natura
Art. 601
Inbreng in natura komt niet in aanmerking voor vergoeding door aandelen,
tenzij hij bestaat uit vermogensbestanddelen die naar economische
maatstaven kunnen worden gewaardeerd, met uitsluiting van verplichtingen
tot het verrichten van werk of van diensten.
Art. 602
Ingeval een kapitaalverhoging een inbreng in natura omvat, maakt de
commissaris of, voor vennootschappen waar die er niet is, een
bedrijfsrevisor aangewezen door de raad van bestuur, vooraf een verslag
op.
Dat verslag heeft inzonderheid betrekking op de beschrijving van elke
inbreng in natura en op de toegepaste methoden van waardering. Het
verslag moet aangeven of de waardebepalingen waartoe deze methoden
leiden, ten minste overeenkomen met het aantal en de nominale waarde of,
bij gebreke van een nominale waarde, de fractiewaarde en, in voorkomend
geval, met het agio van de tegen de inbreng uit te geven aandelen. Het
verslag vermeldt welke werkelijke vergoeding als tegenprestatie voor de
inbreng wordt verstrekt.
In een bijzonder verslag, waarbij het in het eerste lid bedoelde verslag
wordt gevoegd, zet de raad van bestuur uiteen waarom zowel de inbreng
als de voorgestelde kapitaalverhoging van belang zijn voor de
vennootschap en eventueel ook waarom afgeweken wordt van de conclusies
van het bijgevoegde verslag.
Het bijzondere verslag van de raad van bestuur en het bijgevoegde
verslag worden neergelegd op de griffie van de rechtbank van koophandel,
overeenkomstig artikel 75.
Wanneer tot verhoging van het kapitaal wordt besloten door de algemene
vergadering, overeenkomstig artikel 581, worden de in het derde lid
genoemde verslagen in de agenda vermeld. Een afschrift ervan kan worden
verkregen overeenkomstig artikel 535.
Het ontbreken van de verslagen bedoeld in dit artikel heeft de
nietigheid van de beslissing van de algemene vergadering tot gevolg.
Afdeling IV. - Het toegestane kapitaal
Onderafdeling I. – Beginselen
Art. 603
De statuten kunnen aan de raad van bestuur de bevoegdheid toekennen om
het geplaatste maatschappelijk kapitaal in één of meer malen tot een
bepaald bedrag te verhogen, dat, voor de vennootschappen die een publiek
beroep op het spaarwezen doen of hebben gedaan, niet hoger mag zijn dan
het bedrag van dat maatschappelijke kapitaal.
Onder dezelfde voorwaarden kunnen de statuten de raad van bestuur de
bevoegdheid toekennen om converteerbare obligaties of warrants uit te
geven.
De artikelen 592 tot 602 zijn van toepassing op dit artikel.
Art. 604
De bevoegdheid bedoeld in artikel 603 kan slechts worden uitgeoefend
gedurende vijf jaar, te rekenen van de bekendmaking van de
oprichtingsakte of van de wijziging van de statuten. Zij kan echter door
de algemene vergadering, bij een besluit genomen volgens de regels die
voor de wijziging van de statuten zijn gesteld, in voorkomend geval met
toepassing van artikel 560, een of meer malen worden hernieuwd voor een
termijn die niet langer mag zijn dan vijf jaar.
Wanneer de oprichters of de algemene vergadering besluiten de in het
eerste lid bedoelde bevoegdheid toe te kennen of te vernieuwen, worden
de bijzondere omstandigheden waarin van het toegestane kapitaal kan
gebruikgemaakt worden en de hierbij nagestreefde doeleinden in een
bijzonder verslag uiteengezet. In voorkomend geval wordt dit verslag in
de agenda vermeld. Een afschrift ervan kan worden verkregen
overeenkomstig artikel 535.
Het ontbreken van het verslag bedoeld in het tweede lid heeft de
nietigheid van de beslissing van de algemene vergadering tot gevolg.
Onderafdeling II. – Beperkingen
Art. 605
Tenzij zij daarin uitdrukkelijk voorziet, kan de bevoegdheid bedoeld in
artikel 603 voor de volgende verrichtingen niet gebruikt worden :
1° de kapitaalverhogingen of de uitgiften van converteerbare obligaties
of van warrants waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of
uitgesloten;
2° de kapitaalverhogingen of de uitgiften van converteerbare obligaties
waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of
uitgesloten ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan
personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen;
3° de kapitaalverhogingen die geschieden door omzetting van de
reserves.
Art. 606
De bevoegdheid bedoeld in artikel 603 mag nooit gebruikt worden voor de
volgende verrichtingen :
1° kapitaalverhogingen die voornamelijk tot stand worden gebracht door
een inbreng in natura uitsluitend voorbehouden aan een aandeelhouder van
de vennootschap die effecten van deze vennootschap in zijn bezit houdt
waaraan meer dan 10 % van de stemrechten verbonden zijn.
Bij de door deze aandeelhouder in bezit gehouden effecten, worden de
effecten gevoegd die in bezit worden gehouden door :
a) een derde die handelt in eigen naam maar voor rekening van de
bedoelde aandeelhouder;
b) een met de bedoelde aandeelhouder verbonden natuurlijke persoon of
rechtspersoon;
c) een derde die optreedt in eigen naam maar voor rekening van een met
de bedoelde aandeelhouder verbonden natuurlijke persoon of
rechtspersoon;
d) personen die in onderling overleg handelen.
Onder personen die in onderling overleg handelen wordt verstaan, de
personen die een overeenkomst hebben gesloten met als doel of als gevolg
dat de betrokken partijen een parallelle houding aannemen voor het
bezit, de verkrijging of de overdracht van effecten.
Behoudens bewijs van het tegendeel worden geacht in onderling overleg te
handelen de personen :
a) die overeenkomsten hebben gesloten die een blokkering van de
effecten, een goedkeuring of een soortgelijk mechanisme inhouden, voor
het bezit, de verkrijging of de overdracht van effecten;
b) die overeenkomsten hebben gesloten waarin een recht van voorkoop dan
wel opties of verplichtingen tot aankoop of verkoop zijn bedongen;
c) die gezamenlijk een vennootschap controleren die een quotum effecten
bezit waarvoor kennisgeving verplicht is;
2° de uitgifte van aandelen zonder vermelding van nominale waarde
beneden de fractiewaarde van de oude aandelen van dezelfde soort;
3° de uitgifte van warrants die in hoofdzaak is bestemd voor één of
meer bepaalde personen, andere dan de leden van het personeel van de
vennootschap of van één of meer van haar dochtervennootschappen.
Art. 607
Vanaf het tijdstip dat de vennootschap de mededeling van de Commissie
voor het Bank- en Financiewezen ontvangt dat haar kennis is gegeven van
een openbaar overnamebod op de effecten van die vennootschap, mag de
raad van bestuur van deze laatste tot aan het einde van het bod :
1° haar kapitaal niet meer verhogen door inbreng in natura of in geld
met beperking of opheffing van het voorkeurrecht van de aandeelhouders;
2° geen stemrechtverlenende effecten meer uitgeven die al dan niet het
kapitaal vertegenwoordigen, noch effecten die recht geven op
inschrijving op of op verkrijging van dergelijke effecten, indien
genoemde effecten of rechten niet bij voorkeur worden aangeboden aan de
aandeelhouders naar evenredigheid van het kapitaal dat door hun aandelen
wordt vertegenwoordigd.
Dit verbod geldt echter niet voor :
1° de verplichtingen die op geldige wijze zijn aangegaan voor de
ontvangst van de mededeling bedoeld in dit artikel;
2° de kapitaalverhogingen waartoe de raad van bestuur uitdrukkelijk en
vooraf werd gemachtigd door een algemene vergadering die beslist als
inzake statutenwijzigingen en die ten hoogste drie jaar voor de
ontvangst van voornoemde mededeling plaatsheeft, voorzover :
a) de aandelen uitgegeven op grond van de kapitaalverhoging vanaf hun
uitgifte volledig volgestort zijn;
b) de uitgifteprijs van de aandelen uitgegeven op grond van de
kapitaalverhoging niet minder bedraagt dan de prijs van het bod;
c) het aantal aandelen uitgegeven op grond van de kapitaalverhoging niet
meer bedraagt dan een tiende van de voor de kapitaalverhoging uitgegeven
aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen.
De in dit artikel bedoelde beslissingen worden onmiddellijk en op
omstandige wijze ter kennis gebracht van de bieder en van de Commissie
voor het Bank- en Financiewezen. Zij worden tevens openbaar gemaakt.
Onderafdeling III. - Vermeldingen in het
jaarverslag
Art. 608
Wanneer tot een kapitaalverhoging, een uitgifte van converteerbare
obligaties of van warrants door de raad van bestuur wordt besloten in de
loop van het boekjaar, dan moet het jaarverslag hierover een
uiteenzetting bevatten. Dat verslag bevat ook, in voorkomend geval, een
passende toelichting met betrekking tot de voorwaarden en de werkelijke
gevolgen van de kapitaalverhogingen of van de uitgiften van
converteerbare obligaties of van warrants waarbij de raad van bestuur
het voorkeurrecht van de aandeelhouders heeft beperkt of uitgesloten.
Dit artikel is niet van toepassing op de kleine vennootschappen.
Afdeling V. - Kapitaalverhoging ten gunste van
het personeel
Art. 609
§
1. De vennootschappen die in de loop van de laatste drie boekjaren
ten minste twee dividenden hebben uitgekeerd, kunnen tot
kapitaalverhoging overgaan door de uitgifte van aandelen met
stemrecht, die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor het geheel
van de personeelsleden van die vennootschappen of voor het geheel
van de personeelsleden van hun dochtervennootschappen.
Over het beginsel om over te gaan tot de in het eerste lid bedoelde
verrichting moet overleg worden gepleegd in de centrale
ondernemingsraad van de vennootschap. Over de wijze waarop de
vennootschap die ten uitvoer brengt moet dezelfde ondernemingsraad
een advies uitbrengen.
Het maximumbedrag van een dergelijke kapitaalverhoging die tijdens
een lopend boekjaar en de vier voorgaande boekjaren heeft
plaatsgehad, mag niet meer bedragen dan 20 % van het maatschappelijk
kapitaal, de voorgenomen kapitaalverhoging inbegrepen.
De aandelen waarop in het kader van deze verrichting door de leden
van het personeel onder de in § 2 gestelde voorwaarden is
ingeschreven, moeten op naam zijn gesteld. Zij kunnen niet worden
overgedragen gedurende een periode van vijf jaar te rekenen van de
inschrijving.
§ 2. Met inachtneming van de vereisten voor kapitaalverhoging stelt
de algemene vergadering of de raad van bestuur, naargelang van het
geval, de voorwaarden met betrekking tot die verrichting vast :
1° de anciënniteit die de leden van het personeel op de datum van
de opening van de inschrijving moeten hebben om voor de uitgifte in
aanmerking te komen, en die niet lager mag zijn dan zes maanden en
niet hoger dan drie jaar;
2° de termijn toegekend aan de leden van het personeel voor de
uitoefening van hun rechten, die niet minder mag bedragen dan dertig
dagen, en niet meer dan drie maanden te rekenen van de opening van
de inschrijving;
3° de termijn die aan de inschrijvers kan worden toegekend voor de
volstorting van hun effecten en die niet meer mag bedragen dan drie
jaar te rekenen van het verstrijken van de termijn die aan de leden
van het personeel voor de uitoefening van hun rechten is toegekend;
4° de uitgifteprijs van die aandelen die niet lager mag zijn dan 80
% van de prijs die door het verslag van de raad van bestuur en door
het verslag van de commissaris, bedrijfsrevisor of externe
accountant, bedoeld in artikel 596, gerechtvaardigd wordt.
§ 3. Een personeelslid bedoeld in § 1 en § 2 kan de overdracht
van zijn aandelen verkrijgen in geval van afdanking of pensionering,
zijn overlijden of dat van zijn echtgenoot, de invaliditeit van de
betrokkene of van zijn echtgenoot.
Ten minste tien dagen voor de opening van de inschrijving moeten
alle personeelsleden die voor inschrijving in aanmerking komen,
ingelicht worden omtrent de voorgestelde voorwaarden. Zij kunnen
mededeling van de in artikelen 98 en 100 bedoelde bescheiden van de
vennootschap verkrijgen.
Afdeling VI. – Aansprakelijkheid
Art. 610
De
bestuurders zijn jegens de belanghebbenden, niettegenstaande elk
daarmee strijdig beding, hoofdelijk gehouden :
1° voor het volle gedeelte van (de kapitaalverhoging) waarvoor
niet op geldige wijze is ingeschreven; zij worden van rechtswege
als inschrijvers ervan beschouwd;
2° tot werkelijke volstorting van een vierde op de aandelen, tot
werkelijke volstorting binnen vijf jaar van de aandelen die geheel
of ten dele overeenstemmen met inbreng in natura, alsmede tot
werkelijke volstorting van het kapitaal waarvoor zij
overeenkomstig 1° als inschrijvers worden beschouwd;
3° tot volstorting van de aandelen waarop rechtstreeks of middels
certificaten is ingeschreven in strijd met artikel 585;
4° tot vergoeding van de schade die het onmiddellijke en
rechtstreekse gevolg is, hetzij van het ontbreken of de
onjuistheid van de bij de artikel 590 voorgeschreven vermelding in
de akte en in de inschrijvingsbiljetten, hetzij van de kennelijke
overwaardering van de inbrengen in natura.
Art. 611
Zij die een verbintenis voor derden hebben aangegaan, hetzij als
lasthebber, hetzij door zich voor hen sterk te maken, worden geacht
persoonlijk verbonden te zijn, indien er geen geldige lastgeving bestaat
of indien de verbintenis niet is bekrachtigd binnen twee maanden nadat
ze is aangegaan; deze termijn wordt verminderd tot vijftien dagen,
indien de namen van de personen voor wie de verbintenis is aangegaan,
niet zijn aangegeven.
HOOFDSTUK II. – Kapitaalvermindering
Art. 612
Tot een vermindering van het maatschappelijk kapitaal kan slechts worden
besloten door de algemene vergadering op de wijze vereist voor de
wijziging van de statuten, waarbij de aandeelhouders die zich in gelijke
omstandigheden bevinden gelijk behandeld worden. In voorkomend geval
wordt toepassing gemaakt van artikel 560.
In de oproeping tot de algemene vergadering wordt het doel van de
vermindering en de voor de verwezenlijking ervan te volgen werkwijze
vermeld.
Art. 613
Indien de vermindering van het kapitaal geschiedt door een terugbetaling
aan de aandeelhouders of door gehele of gedeeltelijke vrijstelling van
de storting van het saldo van de inbreng, hebben de schuldeisers wier
vordering ontstaan is voor de bekendmaking, binnen twee maanden na de
bekendmaking van het besluit tot vermindering van het kapitaal in de
Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, het recht om, niettegenstaande
enige andersluidende bepaling, een zekerheid te eisen voor de
vorderingen die op het tijdstip van die bekendmaking nog niet zijn
vervallen. De vennootschap kan deze vordering afweren door de
schuldvordering te betalen tegen haar waarde, na aftrek van het
disconto.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt of indien de schuldeiser geen
voldoening heeft gekregen, wordt het geschil door de meest gerede partij
voorgelegd aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het
gebied waarbinnen de vennootschap haar zetel heeft. De rechtspleging
wordt ingeleid en behandeld en de beslissing ten uitvoer gelegd volgens
de vormen van het kort geding.
Zonder afbreuk te doen aan de grond van de zaak bepaalt de voorzitter de
zekerheid die de vennootschap moet stellen en de termijn waarbinnen
zulks moet geschieden, tenzij hij beslist dat geen zekerheid behoeft te
worden gesteld gelet op de waarborgen of voorrechten waarover de
schuldeiser beschikt of op de gegoedheid van de vennootschap.
Aan de aandeelhouders mag geen uitkering of terugbetaling worden gedaan
en geen vrijstelling van de storting van het saldo van de inbreng is
mogelijk zolang de schuldeisers die binnen de in het eerste lid bedoelde
termijn van twee maanden hun rechten hebben doen gelden, geen voldoening
hebben gekregen, tenzij hun aanspraak om zekerheid te verkrijgen bij een
uitvoerbare rechterlijke beslissing is afgewezen.
Art. 614
Artikel 613 is niet van toepassing op de kapitaalverminderingen ter
aanzuivering van een geleden verlies of om een reserve te vormen tot
dekking van een voorzienbaar verlies of om een onbeschikbare reserve aan
te leggen overeenkomstig artikel 622, § 2, 5°.
De reserve die wordt gevormd om een voorzienbaar verlies te dekken, mag
niet hoger zijn dan 10% van het geplaatste kapitaal, na de vermindering
daarvan. Deze reserve mag, behoudens in geval van een latere
vermindering van het kapitaal, niet aan de aandeelhouders worden
uitgekeerd; ze mag slechts worden aangewend voor de aanzuivering van
geleden verlies of tot verhoging van het kapitaal door omzetting van
reserves.
In de in dit artikel bedoelde gevallen mag het kapitaal worden
verminderd tot beneden het in artikel 439 vastgestelde bedrag. Zodanige
vermindering heeft eerst gevolg op het ogenblik dat het kapitaal
verhoogd wordt tot een niveau dat ten minste even hoog is als het in
artikel 439 vastgestelde bedrag.
HOOFDSTUK
III. - Aflossing van het kapitaal
Art. 615
De statuten kunnen bepalen dat een gegeven gedeelte van de winst dat zij
vaststellen, bestemd zal worden voor de aflossing van het kapitaal door
terugbetaling a pari van de door het lot aan te wijzen aandelen, zonder
vermindering van het in de statuten vastgestelde kapitaal.
De aflossing mag alleen geschieden met behulp van bedragen die volgens
artikel 617 voor uitkering mogen worden gebruikt.
De aandelen worden vervangen door bewijzen van deelgerechtigdheid. De
aandeelhouders wier aandelen zijn afgelost, behouden hun rechten in de
vennootschap, met uitzondering van het recht op terugbetaling van de
inbreng en met uitzondering van het recht op uitkering van een eerste
dividend op niet-afgeloste aandelen, waarvan het bedrag door de statuten
wordt bepaald.
HOOFDSTUK IV. - Instandhouding van het kapitaal
Afdeling I. – Winstverdeling
Onderafdeling I. - Vorming van een reservefonds
Art. 616
Jaarlijks houdt de algemene vergadering een bedrag in van ten minste een
twintigste van de nettowinst voor de vorming van een reservefonds; de
verplichting tot deze afneming houdt op wanneer het reservefonds een
tiende van het maatschappelijk kapitaal heeft bereikt.
Onderafdeling II. - Uitkeerbare winsten
Art. 617
Geen uitkering mag geschieden indien op de datum van afsluiting van het
laatste boekjaar het netto-actief, zoals dat blijkt uit de jaarrekening,
is gedaald of tengevolge van de uitkering zou dalen beneden het bedrag
van het gestorte of, indien dit hoger is, van het opgevraagde kapitaal,
vermeerderd met alle reserves die volgens de wet of de statuten niet
mogen worden uitgekeerd.
Onder nettoactief moet worden verstaan : het totaalbedrag van de activa
zoals dat blijkt uit de balans, verminderd met de voorzieningen en
schulden.
Voor de uitkering van dividenden en tantièmes mag het eigen vermogen
niet omvatten :
1° het nog niet afgeschreven bedrag van de kosten van oprichting en
uitbreiding;
2° behoudens in uitzonderingsgevallen, te vermelden en te motiveren in
de toelichting bij de jaarrekening, het nog niet-afgeschreven bedrag van
de kosten van onderzoek en ontwikkeling.
Onderafdeling III. – Interimdividenden
Art. 618
Bij de statuten kan aan de raad van bestuur de bevoegdheid worden
verleend om op het resultaat van het boekjaar een interimdividend uit te
keren.
Deze uitkering mag alleen geschieden op de winst van het lopende
boekjaar, in voorkomend geval verminderd met het overgedragen verlies of
vermeerderd met de overgedragen winst, zonder onttrekking aan de
reserves die volgens een wettelijke of statutaire bepaling zijn of
moeten worden gevormd.
Daarenboven mag tot deze uitkering slechts worden overgegaan nadat de
raad van bestuur aan de hand van een staat van activa en passiva die
door de commissaris is nagezien, heeft vastgesteld dat de winst, bepaald
overeenkomstig het tweede lid, voldoende is om een interimdividend uit
te keren.
Het verificatieverslag van de commissaris wordt gevoegd bij zijn
jaarlijks verslag.
Het besluit van de raad van bestuur om een interimdividend uit te keren,
mag niet later worden genomen dan twee maanden na de dag waarop de staat
van activa en passiva is opgesteld.
Tot uitkering mag niet eerder worden besloten dan zes maanden na de
afsluiting van het voorgaande boekjaar en nadat de jaarrekening over dat
boekjaar is goedgekeurd.
Na een eerste interimdividend mag tot een nieuwe uitkering niet worden
besloten dan drie maanden na het besluit over het eerste
interimdividend.
Indien de interimdividenden het bedrag te boven gaan van het later door
de algemene vergadering vastgestelde jaardividend, wordt het meerdere
beschouwd als een voorschot op het volgende dividend.
Onderafdeling IV. – Sanctie
Art. 619
Elke uitkering in strijd met de artikelen 617 en 618 moet door de
aandeelhouder die haar heeft ontvangen, worden terugbetaald indien de
vennootschap bewijst dat de aandeelhouder wist dat de uitkering te
zijnen gunste in strijd met de voorschriften was of daarvan, gezien de
omstandigheden, niet onkundig kon zijn.
Afdeling II. - Verkrijging van eigen effecten
Onderafdeling I. - Verkrijging van eigen
effecten
door de naamloze vennootschap zelf
Art. 620
§ 1. De verkrijging door een
naamloze vennootschap van haar eigen aandelen of winstbewijzen of
van certificaten die daarop betrekking hebben, door aankoop of
ruil, rechtstreeks of door een persoon die handelt in eigen naam
maar voor rekening van de vennootschap, alsmede de inschrijving op
zodanige certificaten na de uitgifte van de daarmee
overeenstemmende aandelen of winstbewijzen, moet voldoen aan de
volgende voorwaarden :
1° de verkrijging is onderworpen aan een voorafgaand besluit van
de algemene vergadering, genomen met inachtneming van de in
artikel 559 bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid;
2° de nominale waarde, of bij gebreke daarvan, de fractiewaarde
van de verkregen aandelen, winstbewijzen of van de aandelen of
winstbewijzen waarop de certificaten betrekking hebben, met
inbegrip van die welke de vennootschap eerder heeft verkregen en
die zij in portefeuille houdt, van die verkregen door een
dochtervennootschap die rechtstreeks wordt gecontroleerd in de zin
van artikel 5, § 2, 1°, 2° en 4°, alsook van die verkregen
door een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van
deze dochtervennootschap of van de naamloze vennootschap, mag niet
hoger zijn dan 10 % van het geplaatste kapitaal; om de
rechtstreekse controle vast te stellen wordt geen toepassing
gemaakt van artikel 7;
3° het voor die verkrijging uitgetrokken bedrag moet
overeenkomstig artikel 617 voor uitkering vatbaar zijn;
4° de verrichting kan slechts betrekking hebben op volgestorte
aandelen of op certificaten die betrekking hebben op volgestorte
aandelen;
5° het aanbod tot verkrijging moet ten aanzien van alle
aandeelhouders en, in voorkomend geval, ten aanzien van alle
houders van winstbewijzen of certificaten, onder dezelfde
voorwaarden geschieden, behalve voor de verkrijgingen waartoe
eenparig is besloten door een algemene vergadering waarop alle
aandeelhouders aanwezig of vertegenwoordigd waren; evenzo kunnen
genoteerde vennootschappen hun eigen aandelen of certificaten ter
beurze kopen, zonder dat aan de aandeelhouders of
certificaathouders een aanbod tot verkrijging moet worden
gedaan.
Het besluit van de algemene vergadering bedoeld in het eerste lid,
1°, is niet vereist wanneer de vennootschap haar eigen aandelen,
winstbewijzen of certificaten verkrijgt om deze aan te bieden aan
haar personeel.
De statuten kunnen bepalen dat geen besluit van de algemene
vergadering is vereist wanneer de verkrijging noodzakelijk is ter
voorkoming van een dreigend ernstig nadeel voor de vennootschap.
Deze mogelijkheid is slechts drie jaar geldig te rekenen van de
bekendmaking van de oprichtingsakte of van de wijziging van de
statuten; ze kan door de algemene vergadering voor dezelfde
termijnen worden verlengd met inachtneming van de in artikel 559
bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid. De algemene
vergadering die volgt op de verkrijging, moet door de raad van
bestuur worden ingelicht over de redenen en de doeleinden van de
verkrijgingen, over het aantal en de nominale waarde of, bij
gebreke daarvan, de fractiewaarde van de verkregen effecten, over
het aandeel van het geplaatste kapitaal dat zij vertegenwoordigen,
alsook over hun vergoeding.
De algemene vergadering of de statuten bepalen inzonderheid het
maximumaantal te verkrijgen aandelen, winstbewijzen of
certificaten, de duur waarvoor de bevoegdheid wordt toegekend en
die achttien maanden niet mag te boven gaan, alsook de minimum- en
maximumwaarde van de vergoeding.
De besluiten van de algemene vergadering genomen op grond van het
eerste lid, 1°, en van het derde lid, worden bekendgemaakt
overeenkomstig artikel 74.
§ 2. De genoteerde vennootschappen moeten de Commissie voor het
Bank- en Financiewezen, kennis geven van de verrichtingen die zij
met toepassing van § 1 overwegen.
De Commissie voor het Bank- en Financiewezen gaat na of de
verrichtingen tot wederinkoop in overeenstemming zijn met het
besluit van de algemene vergadering of, in voorkomend geval, van
de raad van bestuur; indien zij van oordeel is dat deze
verrichtingen daarmee niet in overeenstemming zijn, maakt zij haar
advies openbaar.
De Koning bepaalt de nadere regels van de in deze paragraaf
voorgeschreven procedure.
Art. 621
Artikel 620 is niet van toepassing :
1° op aandelen verkregen met het oog op hun onmiddellijke vernietiging
ter uitvoering van een besluit van de algemene vergadering tot
kapitaalvermindering overeenkomstig artikel 612;
2° op aandelen, winstbewijzen of certificaten die op de vennootschap
overgaan onder algemene titel;
3° op volgestorte aandelen, winstbewijzen of certificaten die
betrekking hebben op volgestorte aandelen en winstbewijzen, verkregen
bij een verkoop die overeenkomstig de artikelen 1494 en volgende van het
Gerechtelijk Wetboek plaatsvindt ter voldoening van een schuld van de
eigenaar van die aandelen of winstbewijzen aan de vennootschap;
4° op aandelen, winstbewijzen
of certificaten verkregen van de vennootschappen bedoeld in de artikelen
631 met uitzondering van de dochtervennootschappen die rechtstreeks
worden gecontroleerd in de zin van artikel 5, § 2, 1°, 2° en 4°, en
632 met het oog op de vermindering van het aantal effecten van de
naamloze vennootschap die zij bezitten.
Art. 622
§ 1. De stemrechten verbonden aan de aandelen of winstbewijzen die de
vennootschap bezit, of waarvan de vennootschap de certificaten bezit die
met haar medewerking werden uitgegeven, worden geschorst.
Indien de raad van bestuur besluit het recht op dividenden verbonden aan
de door de vennootschap in bezit gehouden aandelen of winstbewijzen, te
schorsen, blijven de dividendbewijzen eraan gehecht. In dat geval wordt
de uitkeerbare winst verminderd, rekening houdend met het aantal in
bezit gehouden effecten, en worden de bedragen die uitgekeerd hadden
moeten worden, in bewaring gehouden tot de verkoop van de aandelen of
winstbewijzen, de dividendbewijzen inbegrepen. Het is de vennootschap
ook toegestaan de uitkeerbare winst onverkort uit te delen ten behoeve
van de aandelen of winstbewijzen waarvan de rechten niet zijn geschorst.
In dit laatste geval worden de vervallen dividendbewijzen vernietigd.
§ 2. De vennootschap kan de krachtens artikel 620, § 1, verkregen
aandelen, winstbewijzen of certificaten slechts vervreemden op grond van
een besluit van de algemene vergadering genomen met inachtneming van de
in artikel 559 bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid; de
algemene vergadering bepaalt de voorwaarden waaronder deze
vervreemdingen geschieden.
De voorafgaande toestemming van de algemene vergadering is evenwel niet
vereist voor :
1° de aandelen of certificaten die genoteerd zijn in de zin van artikel
4, voor zover zij krachtens een uitdrukkelijke statutaire bepaling door
de raad van bestuur vervreemd kunnen worden;
2° de vervreemding op een effectenbeurs of als gevolg van een aanbod
tot verkoop, gericht aan alle aandeelhouders, houders van winstbewijzen
of certificaathouders tegen dezelfde voorwaarden, van de aandelen,
winstbewijzen of certificaten die de raad van bestuur, krachtens een
statutaire machtiging goedgekeurd onder de in artikel 620, § 1, vierde
lid, bedoelde voorwaarden, beslist heeft te vervreemden ter vermijding
van dreigend ernstig nadeel voor de vennootschap; in dat geval verstrekt
de raad van bestuur de in artikel 620, § 1, vierde lid, bedoelde
inlichtingen aan de eerstvolgende algemene vergadering na de
vervreemding;
3° de aandelen, winstbewijzen of certificaten, verkregen met het oog op
de aanbieding ervan aan het personeel, die overgedragen moeten worden
binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen van hun verkrijging;
4° de aandelen, winstbewijzen of certificaten, verkregen krachtens
artikel 621, 2° en 3°, die vervreemd moeten worden binnen een termijn
van twaalf maanden te rekenen van hun verkrijging, ten belope van het
aantal aandelen of certificaten dat nodig is opdat de nominale waarde
of, bij gebreke daarvan, de fractiewaarde van de aldus verkregen
aandelen of van de aandelen waarop de certificaten betrekking hebben,
met inbegrip van de aandelen of certificaten verkregen door een
dochtervennootschap die rechtstreeks wordt gecontroleerd in de zin van
artikel 5, § 2, 1°, 2° en 4°, alsmede, in voorkomend geval, de
aandelen of certificaten verkregen door een persoon die handelt in eigen
naam maar voor rekening van die dochtervennootschap of van de naamloze
vennootschap, niet meer bedraagt dan 10 % van het bij het verstrijken
van die termijn van twaalf maanden geplaatste kapitaal; de raad van
bestuur brengt omtrent die vervreemdingen verslag uit op de
eerstvolgende algemene vergadering;
5° de aandelen, winstbewijzen of certificaten verkregen krachtens
artikel 621, 4°, die vervreemd moeten worden binnen een termijn van
drie jaar te rekenen van hun verkrijging; binnen dezelfde termijn kunnen
deze eveneens worden vernietigd indien zij werden verkregen ten gevolge
van een besluit van de algemene vergadering tot vermindering van het
kapitaal, in voorkomend geval, met het oog op de vorming van een
onbeschikbare reserve overeenkomstig artikel 614; in dat geval
vernietigt de raad van bestuur de effecten en legt de lijst ervan neer
op de griffie van de rechtbank van koophandel; de raad van bestuur
brengt omtrent die vervreemdingen of vernietigingen verslag uit op de
eerstvolgende algemene vergadering.
Art. 623
Zolang de aandelen of winstbewijzen opgenomen zijn in de activa van de
balans, moet een onbeschikbare reserve worden gevormd, gelijk aan de
waarde waarvoor de verkregen aandelen en winstbewijzen in de inventaris
zijn ingeschreven.
In geval van nietigheid van aandelen of winstbewijzen wordt de in het
eerste lid bedoelde onbeschikbare reserve opgeheven. Indien geen
onbeschikbare reserve is aangelegd, moeten de beschikbare reserves ten
belope van dat bedrag worden verminderd en, bij gebreke van dergelijke
reserves, wordt het kapitaal verminderd door de algemene vergadering die
uiterlijk vóór de afsluiting van het lopende boekjaar wordt
bijeengeroepen.
Art. 624
Het jaarverslag van de vennootschap die zelf of door een persoon die in
eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelt of door een
dochtervennootschap die rechtstreeks wordt gecontroleerd in de zin van
artikel 5, § 2, 1°, 2° en 4°, hetzij zelf, hetzij door de persoon
die in eigen naam maar voor rekening van de dochtervennootschap handelt,
eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten heeft verkregen, vermeldt
ten minste de volgende bijkomende gegevens :
1° de redenen van de verkrijgingen;
2° het aantal en de nominale waarde of, bij gebreke daarvan, de
fractiewaarde van de gedurende het boekjaar verkregen of vervreemde
aandelen en van de aandelen waarop de verkregen of vervreemde
certificaten betrekking hebben, alsmede het gedeelte van het geplaatste
kapitaal dat deze vertegenwoordigen;
3° de waarde van de vergoeding van de verkregen of overgedragen
aandelen, winstbewijzen of certificaten;
4° het aantal en de nominale waarde of, bij gebreke daarvan, de
fractiewaarde van alle aandelen die de vennootschap heeft verkregen en
in portefeuille houdt, en van de aandelen waarop de verkregen en in
portefeuille gehouden certificaten betrekking hebben, alsmede het
gedeelte van het geplaatste kapitaal dat deze vertegenwoordigen.
Indien de vennootschap geen jaarverslag moet opstellen, worden de
gegevens bedoeld in het eerste lid vermeld in de toelichting bij de
jaarrekening.
Art. 625
§ 1. De aandelen, winstbewijzen of certificaten verkregen met
overtreding van artikel 620, § 1, alsook die welke niet zijn vervreemd
binnen de termijnen gesteld in artikel 622, § 2, tweede lid, 3° tot 5°,
zijn van rechtswege nietig.
Indien een certificaat van rechtswege nietig wordt, wordt het aandeel of
winstbewijs dat daardoor eigendom van de vennootschap is geworden,
tegelijkertijd van rechtswege nietig.
De raad van bestuur vernietigt voornoemde effecten en legt de lijst
ervan neer op de griffie van de rechtbank van koophandel.
Het eerste lid is van toepassing naar evenredigheid van de aandelen of
winstbewijzen en de certificaten van dezelfde categorie die de
vennootschap in haar bezit houdt.
§ 2. Paragraaf 1 is eveneens van toepassing indien de vennootschap om
niet eigenaar wordt van haar eigen aandelen, winstbewijzen of
certificaten.
Art. 626
De statuten kunnen bepalen dat de vennootschap de wederinkoop kan eisen
van, hetzij al haar eigen aandelen zonder stemrecht, hetzij bepaalde
soorten daarvan, waarbij elke soort wordt omschreven op basis van de
uitgiftedatum. De wederinkoop van een aandelensoort zonder stemrecht
moet betrekking hebben op alle aandelen van die soort.
Het wederinkopen van aandelen zonder stemrecht kan slechts door de
vennootschap worden geëist indien de statuten, voor die aandelen werden
uitgegeven, een bepaling in die zin bevatten. Bovendien kan de
wederinkoop slechts geschieden indien het preferente dividend
verschuldigd op grond van de vorige boekjaren en van het lopende
boekjaar integraal werd gestort.
Met betrekking tot de vennootschappen die een openbaar beroep op het
spaarwezen doen of hebben gedaan, wordt in de formulering van de
uitgifte vermeld dat het een uitgifte betreft van aandelen zonder
stemrecht die wederingekocht kunnen worden.
Tot de wederinkoop wordt besloten door de algemene vergadering die
beraadslaagt onder de voorwaarden vereist voor een wijziging van de
statuten, waarbij de aandeelhouders die zich in dezelfde situatie
bevinden op gelijke wijze behandeld worden. In voorkomend geval wordt
artikel 560 toegepast. De bepalingen van artikel 613 zijn van
overeenkomstige toepassing. De aandelen zonder stemrecht worden
vernietigd en het kapitaal wordt van rechtswege verminderd.
De prijs van de aandelen zonder stemrecht wordt bepaald op de datum van
de wederinkoop, in gemeenschappelijk overleg tussen de vennootschap en
een bijzondere vergadering van de verkopersaandeelhouders die
overeenkomstig de artikelen 569 en 570 worden bijeengeroepen en die
beraadslagen en besluiten met inachtneming van de in artikel 560
bepaalde voorschriften inzake quorum en meerderheid. Indien over de
prijs geen overeenstemming wordt bereikt en niettegenstaande enige
andersluidende bepaling in de statuten, wordt de prijs bepaald door een
deskundige aangesteld in gemeenschappelijk overleg door de partijen
overeenkomstig artikel 31, of, indien er geen overeenstemming bestaat
over de deskundige, aangesteld door de voorzitter van de rechtbank van
koophandel die uitspraak doet als in kort geding.
Onderafdeling II. - Aankoop van effecten van
een naamloze vennootschap door een rechtstreeks gecontroleerde
dochtervennootschap
Art. 627
De dochtervennootschappen van een naamloze vennootschap die rechtstreeks
worden gecontroleerd, in de zin van artikel 5, § 2, 1°, 2° en 4°,
evenals de personen die handelen in eigen naam, maar voor rekening van
de dochtervennootschap, mogen samen met de moedervennootschap slechts
aandelen en winstbewijzen van deze laatste vennootschap, en certificaten
die betrekking hebben op deze aandelen of winstbewijzen, bezitten onder
de voorwaarden bepaald in de artikelen 620 tot 623, met uitzondering van
artikel 620, § 1, 5°, artikel 621, 1°, artikel 622, § 1, tweede lid,
en artikel 623, eerste lid.
Het eerste lid geldt evenwel niet wanneer de aandelen of winstbewijzen
van de moedervennootschap of de certificaten die betrekking hebben op
deze aandelen of winstbewijzen, in het bezit zijn van een
dochtervennootschap die in haar hoedanigheid van professionele
effectenhandelaar een beursvennootschap of een kredietinstelling is.
Art. 628
De aandelen, winstbewijzen of certificaten die met overtreding van
artikel 627 in bezit worden gehouden, moeten worden vervreemd binnen
één jaar te rekenen van hun verkrijging of binnen de termijnen en
onder de voorwaarden bepaald in artikel 622, § 2, 3° en 4°. Indien
geen overeenstemming wordt bereikt, vinden de vervreemdingen plaats naar
evenredigheid van het gedeelte van het kapitaal vertegenwoordigd door de
effecten die ieder van de betrokken vennootschappen bezit. Indien
voornoemde effecten niet binnen de gestelde termijnen worden
overgedragen, zijn ze overeenkomstig artikel 625 van rechtswege nietig.
Die effecten worden ter vernietiging aan de moedervennootschap bezorgd,
die de tegenwaarde ervan terugbetaalt.
Onderafdeling III. - Financiering door een
naamloze vennootschap
van
de verkrijging van haar effecten door een derde
Art. 629
§ 1. Een naamloze vennootschap mag geen middelen voorschieten, leningen
toestaan of zekerheden stellen met het oog op de verkrijging van haar
aandelen of van haar winstbewijzen door derden of met het oog op de
verkrijging of de inschrijving door een derde van certificaten die
betrekking hebben op aandelen of winstbewijzen.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing :
1° op verrichtingen in de gewone bedrijfsuitoefening die plaatshebben
onder de voorwaarden en tegen de zekerheden die normaal voor
soortgelijke verrichtingen worden geëist, van ondernemingen die worden
beheerst door de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het
toezicht op de kredietinstellingen;
2° op de voorschotten, leningen en zekerheden toegekend aan leden van
het personeel van de vennootschap voor de verkrijging van aandelen van
de vennootschap of van certificaten die betrekking hebben op aandelen
van die vennootschap;
3° op de voorschotten, leningen en zekerheden toegekend aan verbonden
vennootschappen waarvan ten minste de helft van de stemrechten in het
bezit is van leden van het personeel van de vennootschap, voor de
verkrijging door die verbonden vennootschappen van aandelen van de
vennootschap of van certificaten die betrekking hebben op aandelen van
die vennootschap, waaraan ten minste de helft van de stemrechten
verbonden is.
Die verrichtingen mogen echter slechts geschieden wanneer de bedragen
bestemd voor de verrichtingen vervat in § 1, vatbaar zijn voor
uitkering overeenkomstig artikel 617.
Onderafdeling IV. - Inpandneming van eigen
effecten
Art. 630
§ 1. Het in pand nemen van eigen aandelen of winstbewijzen of van
certificaten die betrekking hebben op zodanige aandelen of winstbewijzen
door de vennootschap zelf, door een dochtervennootschap die rechtstreeks
wordt gecontroleerd in de zin van artikel 5, § 2, 1°, 2° en 4°, of
door een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van die
dochtervennootschap of van de vennootschap, wordt met een verkrijging
gelijkgesteld voor de toepassing van de artikelen 620, § 1, en 621, 2°,
en van artikel 624.
Niettegenstaande enige andersluidende bepaling kunnen de vennootschap
noch de in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap optredende
persoon het stemrecht uitoefenen dat is verbonden aan de hun in pand
gegeven effecten.
§ 2. Paragraaf 1, eerste lid, is niet van toepassing op verrichtingen
in de gewone bedrijfsuitoefening die plaatshebben onder de voorwaarden
en tegen de zekerheden die normaal voor soortgelijke verrichtingen
worden geëist, van ondernemingen die worden beheerst door de wet van 22
maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.
Afdeling III. – Kruisparticipaties
Art. 631
§ 1. De dochtervennootschappen mogen samen geen aandelen of
winstbewijzen van hun moedervennootschap die de rechtsvorm heeft
aangenomen van een naamloze vennootschap, of certificaten die betrekking
hebben op die aandelen of winstbewijzen, bezitten die meer dan 10 %
vertegenwoordigen van de stemmen verbonden aan het geheel van de door
die moedervennootschap uitgegeven effecten. Het stemrecht verbonden aan
alle aandelen en winstbewijzen die dochtervennootschappen in de
moedervennootschap aanhouden, wordt geschorst. Hetzelfde geldt voor het
stemrecht verbonden aan de aandelen of winstbewijzen waarop de
certificaten betrekking hebben die zijn uitgegeven met medewerking van
de vennootschap en die door de dochtervennootschappen worden gehouden.
Indien de moedervennootschap, bedoeld in het eerste lid, eigenaar is van
aandelen of winstbewijzen van een vennootschap of van certificaten die
betrekking hebben op die aandelen of winstbewijzen, die meer dan 10 %
vertegenwoordigen van de stemmen verbonden aan het geheel van de door
die vennootschap uitgegeven effecten, wordt voor de berekening van de in
het eerste lid bedoelde grens van 10 %, rekening gehouden met de
stemrechten verbonden aan de door de moedervennootschap uitgegeven
effecten die in het bezit zijn van deze vennootschap of van haar
dochtervennootschappen, of waarvan de certificaten in het bezit zijn van
deze vennootschap of van haar dochtervennootschappen. Tevens wordt
rekening gehouden met de effecten die de moedervennootschap bezit
overeenkomstig de artikelen 620 tot 623.
§ 2. De vennootschap die een dochtervennootschap is van een andere
vennootschap geeft deze laatste kennis van het aantal en de aard van de
door de moedervennootschap uitgegeven effecten met stemrecht en van de
certificaten met betrekking tot deze effecten met stemrecht die zij in
bezit heeft en ook van elke wijziging in haar effectenportefeuille.
Die kennisgevingen geschieden binnen twee dagen te rekenen, hetzij van
de dag waarop de nieuw gecontroleerde vennootschap in kennis is gesteld
van de verkrijging van de controle, met betrekking tot de effecten die
zij voor die datum in haar bezit had, hetzij van de dag van de
verrichting, met betrekking tot latere verkrijgingen of vervreemdingen.
Iedere vennootschap vermeldt, in de toelichting bij de jaarrekening met
betrekking tot de stand van haar kapitaal, de structuur van haar
aandeelhouderschap op de dag van de jaarafsluiting, zoals die blijkt uit
de kennisgevingen die zij heeft ontvangen.
§ 3. De aandelen of winstbewijzen en de certificaten met betrekking tot
deze aandelen of winstbewijzen die met overtreding van § 1 in bezit
worden gehouden, moeten binnen één jaar te rekenen van die
onregelmatige toestand worden vervreemd. Behoudens overeenstemming
tussen de partijen, moet deze vervreemding plaatsvinden naar
evenredigheid van het aantal effecten die ieder van de in § 1 bedoelde
vennootschappen bezit.
§ 4. De §§ 1 tot 3 zijn van toepassing op verkrijgingen door een
persoon die handelt in eigen naam, maar voor rekening van de
dochtervennootschap.
Art. 632
§ 1. Twee onafhankelijke vennootschappen waarvan er ten minste één
een naamloze vennootschap is met zetel in België, mogen niet in een
zodanige situatie verkeren dat elke vennootschap eigenaar is van
aandelen of winstbewijzen of van certificaten met betrekking tot
aandelen of winstbewijzen, die meer dan 10 % vertegenwoordigen van de
stemmen verbonden aan het geheel van de door de andere vennootschap
uitgegeven effecten.
§ 2. Wanneer een naamloze vennootschap eigenaar wordt van aandelen of
winstbewijzen van een vennootschap of van certificaten met betrekking
tot deze aandelen of winstbewijzen, die meer dan 10% vertegenwoordigen
van de stemmen verbonden aan het geheel van de door haar uitgegeven
effecten, of wanneer een vennootschap eigenaar wordt van aandelen of
winstbewijzen van een naamloze vennootschap met zetel in België of van
certificaten met betrekking tot deze aandelen of winstbewijzen, die meer
dan 10 % vertegenwoordigen van de stemmen verbonden aan het geheel van
de door haar uitgegeven effecten, moet zij de vennootschap waarin zij
voornoemde deelneming heeft verworven, daarvan onmiddellijk kennis geven
bij een ter post aangetekende brief, met opgave van het aantal aandelen,
winstbewijzen of certificaten waarvan zij eigenaar is en van het aantal
stemmen dat aan deze aandelen en winstbewijzen, of aan de aandelen en
winstbewijzen waarop de certificaten betrekking hebben, is verbonden.
Wanneer het percentage van de stemrechten verbonden aan de aandelen,
winstbewijzen of certificaten waarop de in het eerste lid bedoelde
kennisgeving betrekking heeft, niet langer meer dan 10 % bedraagt, is
een nieuwe kennisgeving vereist.
De in het eerste en het tweede lid bedoelde kennisgevingen zijn niet
vereist indien zij reeds zijn verricht met toepassing van de wet van 2
maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter
beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare
overnameaanbiedingen.
Voor de toepassing van dit artikel worden gelijkgesteld met de effecten
waarvan de vennootschap rechtstreeks eigenaar is, de aandelen,
winstbewijzen of certificaten die eigendom zijn van een
dochtervennootschap van genoemde vennootschap of van een derde die
handelt in eigen naam maar voor rekening van genoemde vennootschap of
van haar dochtervennootschap.
Voor de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met de
beperkingen die op het stemrecht worden gesteld door de artikelen 542,
tweede lid, 622, § 1, en 631, § 1, eerste lid, en krachtens de
statuten overeenkomstig artikel 544.
Iedere vennootschap vermeldt, in de toelichting bij de jaarrekening met
betrekking tot de stand van haar kapitaal, de structuur van haar
aandeelhouderschap op de dag van de jaarafsluiting, zoals die blijkt uit
de kennisgevingen die zij heeft ontvangen.
§ 3. De vennootschap die de in § 2, eerste lid, bedoelde kennisgeving
heeft ontvangen, mag alleen aandelen en winstbewijzen van de
kennisgevende vennootschap of certificaten met betrekking tot deze
aandelen verkrijgen voor zover, als gevolg van de voorgenomen
verkrijging het stemrecht verbonden aan het geheel van de aandelen en
winstbewijzen van deze laatste of aan de aandelen of winstbewijzen
waarop de certificaten betrekking hebben, waarvan zij eigenaar is
geworden, niet meer bedraagt dan 10 % van de stemmen verbonden aan het
geheel van de door haar uitgegeven effecten.
Het eerste lid is niet langer van toepassing te rekenen van het tijdstip
waarop de vennootschap de in § 2, tweede lid, bedoelde kennisgeving
heeft ontvangen.
§ 4. De aandelen, winstbewijzen of certificaten die met overtreding van
§ 3 zijn verkregen, moeten binnen één jaar te rekenen van die
onregelmatige toestand worden vervreemd, behoudens overeenstemming
tussen de partijen om het bepaalde in § 1 anderszins na te komen voor
de termijn van één jaar is verstreken.
Het stemrecht verbonden aan de te vervreemden aandelen of winstbewijzen
van de vennootschap wordt geschorst vanaf hun verkrijging. Hetzelfde
geldt voor het stemrecht verbonden aan de aandelen of winstbewijzen
waarop certificaten betrekking hebben die zijn uitgegeven met
medewerking van de vennootschap.
§ 5. Het stemrecht verbonden aan de aandelen en winstbewijzen of aan de
aandelen en winstbewijzen waarop de certificaten betrekking hebben, die
zijn uitgegeven door een vennootschap met zetel in België, waarvan geen
kennis is gegeven overeenkomstig § 2, wordt geschorst voorzover het
meer dan 10 % vertegenwoordigt van de stemmen verbonden aan het geheel
van de door haar uitgegeven effecten.
Afdeling IV. - Verlies van maatschappelijk
kapitaal
Art. 633
Wanneer ten gevolge van geleden verlies het netto-actief gedaald is tot
minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal, moet de algemene
vergadering, behoudens strengere bepalingen in de statuten, bijeenkomen
binnen een termijn van ten hoogste twee maanden nadat het verlies is
vastgesteld of krachtens wettelijke of statutaire bepalingen had moeten
worden vastgesteld om, in voorkomend geval, volgens de regels die voor
een statutenwijziging zijn gesteld, te beraadslagen en te besluiten over
de ontbinding van de vennootschap en eventueel over andere in de agenda
aangekondigde maatregelen.
De raad van bestuur verantwoordt zijn voorstellen in een bijzonder
verslag dat vijftien dagen voor de algemene vergadering op de zetel van
de vennootschap ter beschikking van de aandeelhouders wordt gesteld.
Indien de raad van bestuur voorstelt de activiteit voort te zetten,
geeft hij in het verslag een uiteenzetting van de maatregelen die hij
overweegt te nemen tot herstel van de financiële toestand van de
vennootschap. Dat verslag wordt in de agenda vermeld. Een exemplaar kan
worden verkregen overeenkomstig artikel 535. Een afschrift wordt ook
overgemaakt aan diegenen die voldaan hebben aan de formaliteiten die
door de statuten voor de toelating tot de algemene vergadering zijn
voorgeschreven.
Het ontbreken van het verslag bedoeld in het tweede lid heeft de
nietigheid van de beslissing van de algemene vergadering tot gevolg.
Op dezelfde wijze wordt gehandeld wanneer het netto-actief ten gevolge
van geleden verlies gedaald is tot minder dan een vierde van het
maatschappelijk kapitaal, met dien verstande dat de ontbinding
plaatsheeft wanneer zij wordt goedgekeurd door een vierde gedeelte van
de ter vergadering uitgebrachte stemmen.
Is de algemene vergadering niet overeenkomstig dit artikel
bijeengeroepen, dan wordt de door derden geleden schade, behoudens
tegenbewijs, geacht uit het ontbreken van de bijeenroeping voort te
vloeien.
Art. 634
Wanneer het nettoactief gedaald is tot beneden 2 500 000
frank (61.500
EURO KB 23/07/2001, inwerkingtreding 01/01/2001), kan
iedere belanghebbende de ontbinding van de vennootschap voor de
rechtbank vorderen. In voorkomend geval kan de rechtbank aan de
vennootschap een termijn toestaan om haar toestand te regulariseren.
TITEL VI. – Geschillenregeling
HOOFDSTUK I. – Toepassingsgebied
Art. 635
Deze titel is van toepassing op de naamloze vennootschappen die geen
publiek beroep op het spaarwezen doen of hebben gedaan.
HOOFDSTUK II. - De uitsluiting
Art. 636
Een of meer aandeelhouders die gezamenlijk effecten bezitten die 30 %
vertegenwoordigen van de stemmen verbonden aan het geheel van de
bestaande effecten, of 20 % indien de vennootschap effecten heeft
uitgegeven die het kapitaal niet vertegenwoordigen, of aandelen waarvan
de nominale waarde of de fractiewaarde 30 % van het kapitaal van de
vennootschap vertegenwoordigt, kunnen om gegronde redenen in rechte
vorderen dat een aandeelhouder zijn aandelen en alle converteerbare
effecten in zijn bezit, die recht geven op inschrijving op of op
omzetting in aandelen van de vennootschap, aan de eisers overdraagt.
De vordering kan niet worden ingesteld door de vennootschap of door een
dochtermaatschappij van de vennootschap.
Art. 637
De vordering wordt ingeleid bij de voorzitter van de rechtbank van
koophandel van het gerechtelijk arrondissement waar de zetel van de
vennootschap is gevestigd; deze houdt zitting zoals in kort geding.
De vennootschap moet worden gedagvaard om te verschijnen. Indien zulks
niet geschiedt, verdaagt de rechter de zaak naar een nabije datum. De
vennootschap verwittigt op haar beurt de houders van aandelen op naam.
Art. 638
Nadat de dagvaarding is betekend, mag de gedaagde zijn aandelen niet
vervreemden noch ze met zakelijke rechten bezwaren, behalve met
toestemming van de rechter of van de partijen in het geding. Tegen de
beslissing van de rechter staat geen rechtsmiddel open.
Behalve met betrekking tot het recht op dividenden, kan de rechter
bevelen dat de rechten verbonden aan de over te dragen aandelen worden
geschorst. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Art. 639
Bij de indiening van zijn eerste conclusie voegt de gedaagde er een
afschrift bij van de gecoördineerde statuten, alsook een afschrift of
een uittreksel van alle overeenkomsten die de overdraagbaarheid van zijn
aandelen beperken. Wanneer de rechter de gedwongen overdracht beveelt,
ziet hij erop toe dat de rechten verbonden aan die aandelen in acht
worden genomen. De rechter kan zich evenwel in de plaats stellen van
iedere partij die in de statuten of de overeenkomsten is aangewezen om
de prijs te bepalen waartegen het recht van voorkoop kan worden
uitgeoefend, alsook om de termijnen te verkorten waarbinnen het recht
van voorkoop tegen een korting kan worden uitgeoefend en om de
toepassing te weigeren van de goedkeuringsclausules vastgesteld ten
behoeve van de aandeelhouders.
Voorzover de begunstigden in het geding zijn betrokken, kan de rechter
zich uitspreken over de rechtmatigheid van elke overeenkomst die de
overdraagbaarheid van de aandelen van de gedaagde beperkt of, in
voorkomend geval, bevelen dat deze overeenkomsten overgaan op de
verkrijgers van de aandelen.
Art. 640
De rechter veroordeelt de gedaagde om, binnen de door hem gestelde
termijn te rekenen van de betekening van het vonnis, zijn aandelen aan
de eisers over te dragen en de eisers om de aandelen tegen betaling van
de prijs die hij vaststelt over te nemen.
De beslissing geldt voor het overige als titel voor het vervullen van de
formaliteiten verbonden aan de overdracht, wanneer de effecten op naam
zijn.
De overname geschiedt, in voorkomend geval, na de uitoefening van de
eventuele rechten van voorkoop die in het vonnis worden genoemd, naar
evenredigheid van ieders aandelenbezit, tenzij anders is overeengekomen.
De eisers zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van de prijs. De
beslissing van de rechter is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande
verzet of hoger beroep. Indien de beslissing ten uitvoer wordt gelegd en
hoger beroep wordt ingesteld, is artikel 638 van toepassing op degenen
die de aandelen verkrijgen.
Art. 641
Een of meer aandeelhouders die gezamenlijk effecten bezitten die 30 %
vertegenwoordigen van de stemmen verbonden aan het geheel van de
bestaande effecten, of 20 % indien de vennootschap effecten heeft
uitgegeven die het kapitaal niet vertegenwoordigen, of aandelen waarvan
de nominale waarde of de fractiewaarde 30 % van het kapitaal van de
vennootschap vertegenwoordigt, kunnen om gegronde redenen in rechte
vorderen dat eenieder die het stemrecht uitoefent in een andere
hoedanigheid dan die van eigenaar, zijn stemrecht overdraagt aan de
bezitter of de andere bezitters van het aandeel.
Op straffe van niet-ontvankelijkheid van de vordering worden de bezitter
of de andere bezitters van het aandeel gedagvaard om te verschijnen,
tenzij zij eveneens eiser zijn.
De artikelen 636, tweede lid, 637, 638 en 639 zijn van toepassing.
De beslissing van de rechter geldt als titel voor het vervullen van alle
formaliteiten verbonden aan de overdracht van het stemrecht.
HOOFDSTUK III. - De uittreding
Art. 642
Iedere aandeelhouder kan om gegronde redenen in rechte vorderen dat zijn
aandelen alsmede de in aandelen converteerbare obligaties of de warrants
die hij bezit, worden overgenomen door de aandeelhouders op wie deze
gegronde redenen betrekking hebben.
De artikelen 637, 638, tweede lid, en 639, tweede lid, zijn van
toepassing. Artikel 639, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing
op de eiser.
Art. 643
De rechter veroordeelt de gedaagde om, binnen de door hem gestelde
termijn te rekenen van de betekening van het vonnis, de aandelen tegen
betaling van de vastgestelde prijs over te nemen en de eiser om zijn
effecten aan de gedaagden over te dragen.
De beslissing geldt voor het overige als titel voor het vervullen van de
formaliteiten verbonden aan de overdracht, wanneer de effecten op naam
zijn.
De overname geschiedt, in voorkomend geval, na de uitoefening van de
eventuele rechten van voorkoop die in het vonnis worden genoemd. De
gedaagden zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van de prijs.
De beslissing van de rechter is uitvoerbaar bij voorraad,
niettegenstaande verzet of hoger beroep. Indien de beslissing ten
uitvoer wordt gelegd en hoger beroep wordt ingesteld, is artikel 639 van
toepassing op degenen die de aandelen verkrijgen.
HOOFDSTUK IV. – Bekendmaking
Art. 644
Het uittreksel uit de in kracht van gewijsde gegane of bij voorraad
uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij een uitsluiting of een
uittreding krachtens de artikelen 636 en 642 wordt uitgesproken, wordt
neergelegd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 74.
TITEL VII. - Duur en ontbinding
Art. 645
Tenzij bij de statuten anders is bepaald, zijn de naamloze
vennootschappen voor onbepaalde tijd aangegaan. Is de duur bepaald, dan
kan tot verlenging voor een bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd
besloten worden door de algemene vergadering volgens de regels die voor
de wijziging van de statuten zijn gesteld.
De ontbinding van een voor bepaalde of onbepaalde duur aangegane
vennootschap kan in rechte gevorderd worden om wettige redenen. Buiten
dit geval kan een vennootschap slechts ontbonden worden door een besluit
van de algemene vergadering volgens de regels die voor de wijziging van
de statuten zijn gesteld. De artikelen 39, 5°, en 43 zijn niet van
toepassing op de ontbinding van de naamloze vennootschap.
Art. 646
§ 1. Het in één hand verenigd zijn van alle aandelen heeft niet tot
gevolg dat de vennootschap van rechtswege of gerechtelijk wordt
ontbonden.
Indien binnen een jaar geen nieuwe aandeelhouder in de vennootschap is
opgenomen of deze niet geldig is omgezet in een besloten vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid of ontbonden, wordt de enige
aandeelhouder geacht hoofdelijk borg te staan voor alle verbintenissen
van de vennootschap, ontstaan na de vereniging van alle aandelen in zijn
hand, tot een nieuwe aandeelhouder in de vennootschap wordt opgenomen of
tot de bekendmaking van haar omzetting in een besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid of van haar ontbinding.
§ 2. Het gegeven dat alle aandelen in één hand zijn verenigd, alsmede
de identiteit van de enige aandeelhouder moeten worden vermeld in het
dossier bedoeld in artikel 67, § 2.
De enige aandeelhouder oefent de aan de algemene vergadering toegekende
bevoegdheden uit. Hij kan die bevoegdheden niet overdragen.
De beslissingen van de enige aandeelhouder die handelt in de plaats van
de algemene vergadering, worden vermeld in een register dat op de zetel
van de vennootschap wordt bijgehouden.
De tussen de enige aandeelhouder en de vennootschap gesloten
overeenkomsten worden, tenzij het courante verrichtingen betreft die
onder normale omstandigheden plaatsvinden, ingeschreven in een stuk dat
tegelijk met de jaarrekening moet worden neergelegd.
TITEL VIII. – Strafbepalingen
Art. 647
Met geldboete van vijftig frank tot tienduizend frank worden gestraft :
1° de bestuurders of commissarissen die verzuimen de algemene
vergadering van aandeelhouders of van obligatiehouders bijeen te roepen binnen drie weken na het hun gedane verzoek;
2° de bestuurders die de verkrijgingen niet onderwerpen aan de
goedkeuring van de algemene vergadering zoals voorgeschreven door
artikel 447;
3° zij die nalaten de vermeldingen te doen welke zijn voorgeschreven
door de artikelen 451, 453, 588, 589 en 590 in de akte of ontwerp van akte van
vennootschap, in de volmachten of in de inschrijvingsbiljetten;
4° de bestuurders die het bijzonder verslag samen met het verslag van
de commissaris, van de bedrijfsrevisor of, naar gelang van het geval, van de
externe accountant, niet voorleggen zoals voorgeschreven door de
artikelen 444, 447,582 en 602.
Art. 648
Met geldboete van vijftig
frank tot tienduizend frank worden gestraft en met gevangenisstraf
van één maand tot een jaar kunnen bovendien worden gestraft :
1° de bestuurders die bij gebreke van een inventaris of een
jaarrekening, ondanks de inventaris of de jaarrekening of door
middel van een bedrieglijke inventaris of jaarrekening, het
voorschrift van artikel 617 overtreden;
2° de bestuurders die het voorschrift van artikel 618 overtreden;
3° de bestuurders of de commissarissen die de voorschriften van de
artikelen 620 tot 623, 625 en 630 overtreden;
4° zij die artikel 438, eerste tot derde lid, overtreden;
5° zij die als bestuurder of commissaris door enig middel op kosten
van de vennootschap geldstortingen op de aandelen doen of
geldstortingen als gedaan erkennen die niet werkelijk gedaan zijn op
de voorgeschreven wijze en tijdstippen;
6° zij die de voorschriften van artikel 442 (of van artikel 585)
hebben overtreden;
7° zij die de voorschriften van artikel 629 hebben overtreden.
Art. 649
Als schuldig aan oplichting worden beschouwd en met de straffen bepaald
in het Strafwetboek worden gestraft, zij die, hetzij inschrijvingen of
stortingen, hetzij aankopen van aandelen, obligaties of andere effecten
van vennootschappen uitlokken :
1° door het voorwenden van inschrijvingen of van stortingen in een
vennootschap;
2° door het bekendmaken van inschrijvingen of stortingen waarvan zij
weten dat ze niet bestaan;
3° door het bekendmaken van namen van personen met de vermelding dat
zij in enige hoedanigheid aan de vennootschap verbonden zijn of zullen
worden, wanneer zij weten dat die vermelding strijdig is met de
waarheid;
4° door het bekendmaken van enig ander gegeven waarvan zij weten dat
het onjuist is.
Art. 650
De bestuurders die op bedrieglijke wijze onnauwkeurige opgaven doen in
de staat van de in omloop zijnde obligaties, bedoeld in artikel 573
worden gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en
met een geldboete van vijftig frank tot tienduizend frank of met een van
die straffen alleen.
Art. 651
Worden gestraft met geldboete
van vijftig frank tot tienduizend frank :
1° zij die zich wetens aanmelden als eigenaar van aandelen of
obligaties welke hun niet toebehoren op het ogenblik van de algemene
vergadering of in voorkomend geval, bij toepassing van artikel 536,
derde lid, op de registratiedatum, en deelnemen aan de stemming in
een algemene vergadering van aandeelhouders of van
obligatiehouders;
° zij die de aandelen of de obligaties ter beschikking hebben
gesteld om er het hierboven bepaalde gebruik van te laten maken;
3° zij die in een algemene vergadering van aandeelhouders wetens
aan de stemming deelnemen, hoewel het stemrecht waarop ze aanspraak
maken krachtens dit wetboek geschorst is.
Art. 652
Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van
vijftig frank tot tienduizend frank of met een van die straffen alleen
worden gestraft :
1° de bestuurders van vennootschappen die een publiek beroep doen of
hebben gedaan op beleggers en die converteerbare obligaties of warrants
uitgeven zonder aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen het in
artikel 583, derde lid, bedoelde verslag te hebben doen toekomen, of die
geen rekening houden met de in artikel 583, vijfde lid bedoelde
opschorting;
2° zij die aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen in het in
artikel 583, derde lid, bedoelde dossier gegevens meedelen waarvan zij
weten dat ze onjuist of onvolledig zijn;
3° zij die artikel 583, zesde lid, overtreden.
Art. 653
(opgeheven)
|